Rondje NL dag 1

Om half zes op, zoals gepland. Ik had vrijwel alles al verzameld, maar nog niet alles zat in de tassen. In de loop van de week gaan sommige dingen nog van plek verhuizen, zo weet ik inmiddels uit ervaring, maar nu was het vooral van belang dat ik alles mee kreeg, en dat de eetspulletjes voor onderweg goed bereikbaar waren. Om zo ongeveer kwart voor zeven was het moment daar. (BTW, ik geloof dat hier op de camping het huiluurtje is aangebroken, allemaal oververmoeide en overprikkelde jochies van een jaar of 5, 6 schat ik.)
De eerste 13 km waren niet opzienbarend, want dat was precies de route die ik meestal naar mijn werk volg en ook het vervolg tot aan de Erasmusbrug had ik al veel vaker gereden. Aan de voet van die brug (heeft een brug een voet?) nam ik mijn eerste pauze. Daarna ging het dwars door Rotterdam, en hoewel het zeker niet rustig was viel het me eigenlijk nog mee. Langs Pijnacker kwam ik uiteindelijk in Leidschendam uit waar ik bij mijn oom even kon bijkomen.Via Voorschoten kwam ik in Leiden en deels door de wijk waar ik als kind woonde ging het naar Leiderdorp. Na een verrassingsbezoek aan mijn ouders aldaar moest ik eerst mijn eigenlijk uitgezette route weer terug zien te vinden, maar dat ging gemakkelijker dan ik verwacht had.
Ik had het van tevoren niet gezien, maar ik kwam dwars door Lisse, en in Lisse is het Museum De Zwarte Tulp gevestigd. De oom waar ik eerder die ochtend op bezoek was heeft een bijzondere relatie met dat museum, dus ik wilde daar zeker niet aan voorbijgaan. Een heel aardig museum, deels gericht op de bollenteelt, en deels op de plaatselijke geschiedenis.
De laatste 25 km vielen wat zwaarder, maar dat had ik wel verwacht. Ik fiets tenslotte maar weinig lange afstanden, die gewenning duurt een paar dagen. De camping had nog een plekje voor me, een mooi plekje zelfs, maar wel op bosgrond, en daar houd ik nou eenmaal niet zo van.
Het eten heb ik simpel gehouden. Koffie en brood. Morgen op Texel ga ik met mijn vrienden uit eten, dan kan het nu wel wat eenvoudiger.
Welnu. Over dit blog. Plaatjes komen later. En ik tik dit verhaaltje op mijn tablet, en het is de bedoeling dat ik mijn telefoon als hotspot gebruik om e.e.a. te kunnen oploaden. We gaan het zien!
Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Nog één nachtje…

Nog een dag, niet te lang, werken, en dan alle spullen bij elkaar zoeken en in de fietstassen proppen. Ik merk wel dat het feit dat ik in eigen land blijf ervoor zorgt dat ik wat lakser ben met de voorbereidingen. Alsof het niet onhandig is om je lucifers te vergeten als je op de camping van Kollumerpomp staat. Maar goed, het is natuurlijk wel zo dat je makkelijker kan inschatten in hoeverre je dit soort omissies in je uitrusting eenvoudig weer kan aanvullen.

Aanvankelijk was ik van plan om rond een uur of acht te vertrekken, maar gezien de te verwachten temperaturen heb ik dat naar half zeven verschoven. Dan zit ik wel tijdens de ochtendspits in Rotterdam, maar als fietser heb je daar toch niet heel veel last van. Hoop ik. 🙂

Het zal wel weer even wennen zijn om gedurende langere tijd op het zadel te zitten, meer dan 90 km heb ik sinds de reis naar Wenen vorig jaar niet meer gedaan. Ik verwacht dat mijn achterwerk na een km of zestig wel zal gaan protesteren, maar echte problemen zal ik er verwacht ik, hoop ik, niet door krijgen.

Geplaatst in Algemeen | 3 Reacties

Nog vijf nachtjes slapen

Net als de afgelopen twee jaar ga ik ook dit jaar weer in de nazomer een eindje fietsen. Twee jaar geleden naar Parijs, vorig jaar naar Wenen, als die trend wordt doorgezet zal het nu wel Gibraltar worden hoor ik je denken. Maar nee, dit jaar houd ik het wat simpeler. Ik heb een dag of tien de tijd, en om het ‘gedoe’ met terugkeren uit het buitenland te vermijden blijf ik deze keer in eigen land. Met het boekje Ronde van Nederland Ronde van Nederlandals leidraad begin ik aanstaande vrijdag te fietsen, gewoon vanuit mijn eigen huis. Ik heb eigenlijk alleen nog maar een globaal schema in mijn hoofd, dus ik heb nog geen idee waar ik een dag of tien later uit- of aangekomen zal zijn.

Het boekje maakt gebruik van bestaande LF-routes, en knoopt die dusdanig aan elkaar dat er een ronde ontstaat die ongeveer de grenzen van ons land volgt. Daar zijn wel een paar uitzonderingen op, want zo wordt Limburg niet erg uitgenut, veel zuidelijker dan Roermond komt het niet. Terwijl er wel degelijk LF-routes naar Maastricht gaan. En in Zeeland wordt Zeeuws-Vlaanderen niet aangedaan, mogelijk vanwege het ontbreken van LF-routes langs de zuidgrens.

De eerste dag zal ik maar een heel klein stukje van de beschreven route rijden. Via de routeplanner van de Fietsersbond maak ik een route om op de eerste camping uit te komen. Dat wordt als het goed is Camping Schoonenberg, een natuurcamping bij Velsen-Zuid. Die heb ik uitgezocht vanwege het feit dat hij zo’n beetje op de helft ligt van de route naar Texel. Daar wil ik namelijk op zaterdag aankomen, zodat ik nog net op tijd ben om vrienden uit te zwaaien die zondag na twee weken kamperen aldaar weer naar huis gaan.

Die zondag heb ik vervolgens wat tijd om rond te kijken op het eiland dat ik eigenlijk heel slecht ken, want pas ’s middags om 17.15 vertrekt Waddenveer de Vriendschap waarmee ik de oversteek naar Vlieland maak. Op Vlieland slaap ik een nachtje op camping de Lange Paal, en dan moet ik vervolgens heel vroeg opstaan, want dan wil ik met de boot van 6.45 naar Harlingen oversteken. Vanaf Harlingen zal ik vermoedelijk wat trouwer de beschreven route van Ronde van Nederland volgen.

De weersverwachtingen zien er vooralsnog zonnig uit, al is er vanaf vrijdag, de dag van mijn vertrek een toenemende kans op een lokale onweersbui. De komende dagen ga ik mijn spulletjes bij elkaar zoeken, misschien met nog wat aanvullingen of verbeteringen op de bestaande uitrusting, en woensdag gaat mijn fiets nog een dagje naar de fietsendokter voor een grote beurt. Mijn achterwiel begint slechter te worden, dus die laat ik vervangen. En de ketting en eventueel de cassette zullen ook vervangen moeten worden. Verder geloof ik niet dat er veel aan moet gebeuren. Oh nee, dat is niet waar, ik moet ook nog een nieuwe voorband hebben, die zag er vorig jaar, toen ik onderweg was naar Wenen, al niet zo denderend uit, en de laatste weken heb ik het gevoel dat ik alleen nog maar op de anti-leklaag rijd.

Ik ga proberen mijn wedervaren bij te houden, dus ik zou zeggen: houd de site in de gaten!

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Zou het dan toch?

Ik begon dit blog in 2005 via web-log, en het was toen hoofdzakelijk een verslag van mijn hardloopactiviteiten, dus de ups, en uiteraard vooral ook de downs. De downs hadden aanvankelijk vooral met mijn knie te maken, zodra de loopafstanden richting de 10 km gingen liet mijn knie (links? rechts? allebei, om beurten? ik weet het eerlijk gezegd niet meer) weten weten het er niet mee eens te zijn. Pogingen om mezelf via de Pose- of ChiRunning-methode een andere techniek aan te leren brachten wel verbetering, maar helemaal probleemvrij werd het toch niet.

In september 2006 ging het roer radicaal om en besloot ik op blote voeten te gaan lopen. Afgezien van George Kerkhoven (via de Usenetgroep drs-nl) kende ik in Nederland niemand die dat deed. Het wonder voltrok zich, ik heb nooit meer last gehad van mijn knie. Er kwamen wel andere klachten voor terug die meestal te maken hadden met te snel te veel willen doen. Maar het ging ook tijdenlang zo goed dat ik in staat was een aantal keren de Zevenheuvelenloop uit te lopen, en ook liep ik een paar maal een halve marathon.

De hardnekkigste klacht begon een paar jaar geleden toen mijn achillespees tekenen van overbelasting vertoonde. Het ging namelijk zo goed, dat ik vond dat ik wel rijp was voor het serieuze werk (lees hier de ironie) en wilde me gaan voorbereiden op een marathon. Dat werd weer een kwestie van te snel te veel (hardleers ja) en dus die achillespees. Dat werd een dusdanig slepende kwestie dat ik een paar jaar niet of nauwelijks gelopen heb.

Vorig jaar had ik nog maar zo weinig last van de pees (het gaat eigenlijk om de aanhechting van de pees aan het hielbot) dat ik besloot om mezelf nog één hardloopleven te gunnen. Als dat tot niks zou leiden zou ik er voor altijd mee ophouden. Het leek me verstandig om iemand te vragen me hierbij te helpen, iemand die goed was in rustige opbouw en die me terug zou fluiten als het nodig was.

Dat ging aanvankelijk best goed. Ik voelde mijn peesje weleens, maar het werd nooit pijn. Toen dacht mijn rechtervoet nog even roet in het eten te gooien. Wat fysiotherapeutische ondersteuning, wat rust, en het kwam zowaar weer goed. Dit had misschien het moment moeten zijn om de (slechts spreekwoordelijke) hardloopschoenen aan de wilgen te hangen, maar ik vond dat dit toch wat anders was dan de achillespeesproblemen en dat dit van tijdelijke aard was.

Sindsdien lijkt dit ook wel bewaarheid te worden. Het hardlooprondje werd gestaag groter. Het begint steeds met 1,5 km wandelen en eindigt met 1 km wandelend uitlopen, en daartussen zitten dan steeds sequenties van hardloop- en wandelstukjes, waarbij de stukjes heel geleidelijk steeds langer werden, en het hardloopaandeel ook steeds groter werd.

Vandaag overschreed ik voor het eerst sinds heel lange tijd de 10 km grens. Dat is weliswaar met de beproefde combinatie van hardlopen en wandelen, maar ik ben er heel erg blij mee. Echte doelstellingen heb ik eigenlijk niet. We krikken de omvang steeds meer heel geleidelijk op, en waar het gaat eindigen, geen flauw idee. Zolang ik het leuk blijf vinden en mijn lichaam geen bezwaar maakt ga ik er lekker mee door. En voor wie er aan mocht twijfelen: uiteraard alles op blote voeten.

 

Geplaatst in Blote voeten, Hardlopen | 2 Reacties

Fietsen naar Wenen, hoe het verder ging.

Nadat ik vorige week maandag weer thuisgekomen was ontbrak mij de tijd om direct verder te gaan met de verslaglegging. Dat is jammer, want zo krijgt het geheugen kans om alweer dingen weg te laten zinken. Maar ik doe mijn best.

Na de rustdag waarop het eerste deel van het verslag tot stand was gekomen ging ik fris en vrolijk weer verder, op weg richting de Donau. De moeite die ik twee dagen eerder had gehad om op de camping in Laudenbach aan te komen (ik had geen idee waar hij was, en mijn GPS wilde me steeds een spoorbaan laten kruisen zonder daarbij een tunnel of viaduct te bieden) bleef in de omgekeerde richting achterwege. Had ik maar geweten dat het zo eenvoudig was…
Ik had al gezien dat ik onderweg naar de volgende camping wel wat zou moeten klimmen hier en daar. Dit, in combinatie met het feit dat het al gauw zo’n 100 km zou worden deze dag had mij van te voren al doen besluiten om het plaatsje Rothenburg o/d Tauber over te slaan. Dat voornemen werd nog wat sterker toen ik een beoogde mogelijkheid om een paar klimmetjes te vermijden zag stranden op een wegopbreking. Oftewel, omgereden, terug, en toch nog klimmen. Dus niet naar Rothenburg. Maar ja, dan zou ik wel deze woorden van de schrijver van mijn routeboekje negeren: Op straffe van het missen van één van de fraaist bewaard gebleven Duitse vestingsteden, is het ook mogelijk vanaf Detwang onderlangs te fietsen. Wilde ik “één van de fraaist bewaard… etc.” inderdaad zomaar missen? Ik bleef tot in Detwang twijfelen, en koos toen uiteindelijk de steile weg naar Rothenburg. Twee kilometer 6% stijging, voor sommigen misschien een peulenschil, maar ik ben nou eenmaal niet zo’n klimgeit, dus had er mijn handen (eigenlijk benen) vol aan.

Stadspoort Rothenburg o/d Tauber

Stadspoort Rothenburg o/d Tauber

Uiteindelijk dan toch zegevieren, en vaststellen dat het alleszins de moeite waard was geeft toch wel veel voldoening. Prachtige vakwerkhuizen, een mooie, drie kilometer lange stadsmuur inclusief bijbehorende poorten.
Bij zo’n plaats horen natuurlijk ook veel (grotendeels Aziatische) toeristen. Nou was ik er natuurlijk zelf ook een (nee, niet Aziatisch), dus zeg er dan maar eens wat van. Grappig was nog dat ik zelf ook als toeristisch object werd gezien. Ik kreeg het verzoek om even stil te gaan staan (met mijn beladen fiets aan de hand), dan kon de heer in kwestie even een foto van me maken. Hij vroeg verder niets, dus ik vraag me af wat ik in zijn hoofd eigenlijk was.

 

Blauw gearceerde lijn: Europäische Hauptwasserscheidung

Blauw gearceerde lijn: Europäische Hauptwasserscheidung

Na het verlaten van het Tauberdal werd het nog weer even klimmen, want via het natuurpark Frankenhöhe passeerde ik de zogenaamde Europese waterscheiding, waarbij aan de westelijke kant het regenwater uiteindelijk naar de Rijn stroomt, en aan de andere kant naar de Donau. Het verschil tussen wat in de Noordzee en wat in de Zwarte Zee terecht komt zou je kunnen zeggen.
Deze eerste dag na mijn rustdag eindigde jammer genoeg met een nat pak. Een kilometer of twaalf vóór ik bij Gunzenhausen aankwam zag ik de lucht al betrekken, en hoewel ik mijn best heb gedaan om het tempo er stevig in te houden was ik helaas toch net te laat bij de camping. Dat was echter wel de laatste regen van enige betekenis, maar dat wist ik toen nog niet.

Twaalf apostelen?

Twaalf apostelen?

De volgende dag maakte ik kennis met de Altmühl, een rivier waar ik, ik beken het maar, nog nooit van had gehoord. Toch heeft het Altmühl-dal me dagen beziggehouden, dus een klein slootje was het niet bepaald.
Het was na de betrekkelijk zware dag van gisteren een ontspannen tocht, niet veel klimmen, en 70 km vond ik wel genoeg. Een kilometer of tien voor de camping in Dollnstein had ik even een korte pauze om wat te drinken. Daar kwam vanuit de tegenovergestelde richting een ouder koppel (alsof je zelf zo jong bent 🙂 ) aangefietst, en ik hoorde die man zeggen: dat daar zijn de twaalf apostelen. De vrouw keek matig geïnteresseerd, maar de man had wel gelijk. In die zin dat er inderdaad een stuk of wat rotspartijen naast elkaar stonden, en het zouden er best wel eens twaalf geweest kunnen zijn.  Maar waarom nou apostelen? Ook mijn gidsje sprak van de apostelen. Daar zit vast nog een mooi verhaal achter, maar dat heb ik nog niet vernomen.

De dag na Dollnstein had ik weer eens ruzie met mijn GPS-track. Ik heb op een aantal momenten gemerkt dat die toch wel merkwaardig tot stond moet zijn gekomen. Soms liep hij gewoon over de autoweg, deze keer ging hij haaks op de weg het veld in, tot aan de Altmühl, om deze dan vlak aan de oever te gaan volgen. Aanvankelijk deed ik braaf (zeg maar slaafs) wat het paarse lijntje me opdroeg, maar het reed zo onaangenaam dat ik mijn verlies genomen heb, en op een gegeven moment de haakse bocht de andere kant op genomen heb, en door het veld wandelend naar de weg terug ben gelopen. Het is net of delen van de route door de GPS-trackmaker met een mountainbike waren gemaakt.
Ik heb verder overigens heel veel plezier van mijn GPS-apparaatje en de tracks gehad, het is toch makkelijker om een lijntje op een apparaatje te volgen dan steeds bij een kruispunt kaart of boekje te moeten raadplegen, om vervolgens na een paar honderd meter (of eerder) te moeten denken “hoe zat het nou ook alweer?”, en dan weer te moeten stoppen voor de volgende controle. Maar duidelijk is dat je ook bij een GPS-route bij de les moet blijven.
In Riedenburg (inmiddels aan het Main-Donaukanaal), waar ik die middag mijn tentje opzette ontmoette ik een man die vertelde van Hongaarse afkomst te zijn, en onderweg te zijn van Nederland terug naar Budapest. Later vertelde hij me dat hij eind juli uit Budapest was vertrokken. Ik zou hem nog vaker tegenkomen.

Petersdom Regensburg

Petersdom Regensburg

Maar dat was niet meteen de volgende dag al. Die dag legde ik een afstand af van bijna 110 km, en dat vond ik ook meer dan genoeg. Het was echter wel de dag dat ik door Regensburg kwam. Kort daarvoor was ik in Kelheim, waar Main-Donaukanaal en Donau samenvloeien. Een mooi gevoel, eindelijk de rivier die me uiteindelijk in Wenen zou brengen. Ik ben met de fiets aan de hand een beetje door Regensburg gaan slenteren, en heb de prachtige Petersdom bezocht. Regensburg was ook de plaats waar ik er eindelijk in slaagde een (betaalbare) nieuwe zonnebril te kopen. Die niet eens zozeer voor de toch regelmatig schijnende zon bedoeld was, maar vooral ook als bescherming tegen wind en vliegjes.

 

Ruimte genoeg?

De camping waar ik uiteindelijk terecht kwam, de stadscamping van Straubing, viel me eigenlijk niks tegen. Een drukte van belang was het niet, maar een voordeel was dat ik ver van de campingverlichting stond waardoor het ook ’s nachts toch wat donkerder werd dan ik op veel andere campings had ervaren. Ik had wel zin in een wandelingetje, en er moest ook nog gegeten worden, dus ik besloot naar de stad te gaan lopen. Een restaurant dat me uitnodigend aankeek zag ik niet, maar toen ik in het centrum een H&M zag dacht: er is vast ook een McDonalds. En jawel! Nou weten mensen die mij kennen wel dat ik niet zo’n Mac-er ben, maar ineens had ik er toch zin in. Kennelijk doet een mens soms rare dingen als hij ruim 1100 km heeft gefietst sinds hij van huis vertrok.

Onderweg tijdens de etappe van Straubing naar Irring (een kilometer of tien, twaalf vóór Passau) kwam ik deze plek tegen.

Langs de Donau

Ik kwam (voor mij) verrassend weinig scheepvaart tegen langs grote stukken van de Donau, veel minder dan ik bijvoorbeeld op de Rijn had gezien. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat er in de rivier op een aantal plaatsen waterkrachtcentrales zijn gebouwd, en de stuwen die dat met zich meebrengt maken de doorgang niet eenvoudiger, ook al zijn er altijd wel sluizen aanwezig. Dit is de stuw bij Passau.

IMG_1390

Stefansdom Passau

Stefansdom Passau

Passau is een tamelijk toeristische plaats, zelfs in dit naseizoen. Veel Amerikanen en mensen met Aziatische looks. Ook de Dom van Passau, net als die van Wenen naar de heilige Stephanus genoemd, was een populair bezichtigingsobject. Ook de bank waar je geld uit de muur kon trekken bleek een gewilde plaats om te bezoeken. Ik moest helaas aansluiten, zonder contant geld reizen is in dit deel van de wereld niet prettig. Op minder plaatsen dan in Nederland kun je met plastic geld terecht.
Het koor van mijn vrouw zou na het concert in Wenen ook hier in Passau nog een kort concert verzorgen, maar verwijzingen daarnaar heb ik niet kunnen ontdekken. Ik wist eerlijk gezegd ook niet waar het concert zou plaatsvinden.

De Donauradweg van Passau naar Wenen wordt geroemd om zijn schoonheid, en het eenvoudig te befietsen traject. Daar zou ik nu aan gaan beginnen!

Het eerste deel van het stuk viel eigenlijk wel een beetje tegen. Je rijdt op een fietspad direct naast een betrekkelijk drukke weg. Aan de andere kant heb je de Donau, dat is dan wel weer aangenaam. Ik deed een tijdje een wedstrijdje met een grote rondvaartboot. Die dingen houden nog een behoorlijk tempo aan. Ik reed ongeveer 20 km/u, en dat was ook ongeveer het tempo van de boot. Nadat hij twee binnenbochten voordeel had gehad gaf ik het op. Gelukkig was dat ook net het moment dat ik aan de overkant van de weg een Lidl zag, en dat kwam goed uit. Mijn proviand voor die dag was nog niet geregeld en zo kon ik zonder gezichtsverlies mijn achtervolging van de boot staken. (Niet dat er verder iemand was die hier getuige van was. 😉 )

Duits-Oostenrijkse grensEen kilometer of 25 na Passau was er weer een gedenkwaardig moment, ik stond op het punt om de grens naar Oostenrijk te passeren. Ik had wel wat meegekregen van de commotie rond de vluchtelingen die vanuit Oostenrijk naar Duitsland wilden, en ook dat de Duitsers de grens bij Salzburg al hadden gesloten. De dreiging hing in de lucht dat er meer grensovergangen zouden volgen.
Als je naar de grensovergang op de foto hier links kijkt vraag je je af waarom er niet veel meer van dit soort stille overgangen gebruik wordt gemaakt.

Als het er niet bij had gestaan had ik vooralsnog niet veel gemerkt van het feit dat ik nu in een ander land fietste. Misschien waren de automobilisten in Oostenrijk iets minder omzichtig t.o.v. fietsers, maar daar had ik later toch eigenlijk geen klachten over, dus het kunnen toevalstreffers geweest zijn.

Heen-en-weerVoor de laatste keer deze reis moest ik gebruik maken van een vaartuig om een rivier over te steken. Ik vond het meteen wel het schattigste bootje, en deed me denken aan het bootje van de Heen-en-weerwolf uit Pluk van de Petteflet. (Dat dat eigenlijk nergens op slaat zul je wel zien als je eens googelt op heen-en-weerwolf. Fiep Westendorp had er een heel ander beeld bij.)

Deze foto doet me dan weer denken aan Die Moldau (van Smetana), en dat zal ongetwijfeld ook nergens op slaan. Maar neem iemand zijn fantasie maar eens kwalijk. Ik vond het in elk geval een prachtig uitzicht.

 

 

Lekker plekje aan de Donau

Lekker plekje aan de Donau

Er waren dagen dat ik pas na een km of 70-80 last van ongemakken begon te krijgen, of dat ik het sowieso een beetje zat was. Deze dag, de dag waarop ik aan de Donauradweg tussen Passau en Wenen begon, was er een waarop ik na ongeveer 50 km al vond dat het einddoel wel na de volgende bocht mocht liggen. En dan was het dagtotaal van 73 km toch echt niet heel veel in vergelijking met andere dagen. Nou ja, ook dit soort dagen horen erbij. Doordat de afstand betrekkelijk kort was kon ik al tegen half vier aan het opzetten van mijn tentje beginnen. Het was lekker weer, en het was goed toeven op mijn stoeltje in de zon. ’s Avonds een hapje gegeten in het bijbehorende restaurant, en de twee pullen bier van elk een halve liter zorgden voor een goede nachtrust. Zij het dat uiteraard een nachtelijk bezoek aan het toilet daardoor onvermijdelijk was geworden.

IMG_1410En dan is er ineens het bord waarop je eindbestemming staat! Dat betekent toch vaak dat je wel een beetje in de buurt begint te komen. En inderdaad, op deze dag fietste ik ruim 100 km om bij de plaats Grein uit te komen, en daarvandaan was het nog slechts zo’n tweehonderd kilometer.
Ondanks de lovende woorden die je hoort over de Donauradweg (DRW) had ik op deze dag toch een stuk bij Linz te verwerken waar ik niet echt blij van werd. Een fietspad langs een zeer drukke weg waar voor mijn gevoel geen eind aan kwam. Pas toen de DRW rechts afboog naar de rivier, en de drukke weg de andere kant op werd het weer aangenaam.
In Grein trof ik voor de tweede maal mijn ‘Hongaarse vriend’. Op de camping, gerund door een van oorsprong Roemeense familie, bleek je ook te kunnen eten, en we besloten samen de maaltijd te genieten. Dat was een gezellige afsluiting van de dag. Een nadeel van de camping (ook genoemd in mijn reisgids) was dat hij vlak langs een vrij drukke weg was gelegen. Maar ’s nachts bleek dat best mee te vallen, en ’s morgens was ik toch altijd vroeg wakker. Voor een nachtje was het wel te doen. Het was overigens wel een heldere nacht waardoor het behoorlijk afkoelde. Met name bij het afbreken van de tent had ik daar veel last van: ijskoude handen. Maar gelukkig had ik geleerd van mijn reis naar Parijs vorig jaar, deze keer had ik wel handschoenen bij me. Door mijn handen onder de kraan te verwarmen en droog te maken met de blower kon ik in elk geval goed op pad.

Een ander ding waar ik onderweg naar Parijs leergeld mee had betaald was het aantal kilometers van de laatste dag. Naar Parijs was de laatste etappe 110 km geweest, maar toen moest ik nog naar de camping, een bonus van 20 km. Dat vond ik toen niet aangenaam.
Daarom besloot ik van de afstand die ik nog in twee dagen moest doen ruim 110 km op de eerste dag te doen zodat er voor het traject naar Wenen niet veel meer dan 70-80 km overbleef.

Ik vond het eerste stuk na Grein echt genieten.

IMG_1414IMG_1415Voor me zag het er uit zoals op het linkse plaatje, en als ik achter me keek op het plaatje rechts. Behalve ik kwam er nog een fietsend stel voorbij, en een enkele auto. Het was een mooie intieme sfeer.

 

En toen was daar Melk, het plaatsje waar dit prachtige klooster is gebouwd.

Stift Melk

Doordat het veel hoger ligt dan je aan de hand van de foto zou denken maakt ziet het er erg indrukwekkend uit. Het is mogelijk om het te bezoeken, maar daar had ik op deze dag eigenlijk geen tijd voor, vond ik toen. (Hier kom ik in de evaluatie nog op terug)

Het was de bedoeling om bij Traismauer te kamperen, er zouden volgens de gids zelfs twee campings moeten zijn. En toen ik op het toeristische bord bij de ingang van het plaatsje keek stond er daadwerkelijk een (1) aangegeven. Eerst fout gereden door een bord dat minstens verwarrend was opgesteld, vervolgens door een lokale jongedame nog eens de verkeerde kant opgestuurd, en toen maar weer teruggereden naar het reeds genoemde bord. Daar raakte ik aan de praat met een ook fietsende dame, alleen ging zij van hotel naar hotel. Haar bewondering voor mijn bagage, voor de door mij reeds afgelegde afstand en voor het feit dat ik uitsluitend kampeerde was erg groot. En terwijl ik met haar stond te praten kwam daar ineens mijn Hongaarse vriend weer aangefietst. Die had het adres van de camping in zijn Garmin geprogrammeerd, en zo reden we via de kortst mogelijke route naar de camping. 🙂 Ach ja, dat had ik natuurlijk ook kunnen doen…

Na weer een frisse nacht brak dan toch de laatste fietsdag aan. Ik had me door mijn kampeer-/fietsmaat bijna laten overtuigen dat het veel slimmer was om de camping bij Klosterneuburg te gebruiken in plaats van Wien West zoals ik steeds van plan was geweest. Onderweg heeft mijn dochter nog even op mijn verzoek via Google Maps bepaald wat de fietsafstanden waren van deze twee campings naar de Stefansdom in Wenen, een lekker centraal punt. Dat bleek nauwelijks iets uit te maken, beide iets van een kilometer of dertien. Toen was ik ‘om’. Niet alleen zou ik door naar Klosterneuburg te gaan eerder bij een camping aankomen, ik hoefde er ook niet voor te klimmen, hetgeen voor Wien West wel het geval was. Klosterneuburg bleek ook nog eens zeer dicht bij een station te liggen.

Er stond een straffe oostenwind (= tegenwind) die ik op een gegeven moment goed zat was, maar de gedachte dat ik er bijna was gaf toch genoeg kracht om door te zetten. Op de camping aangekomen het tentje opgezet en even mijn rust genomen. Maar ik was er natuurlijk nog niet. Er was nog een dertiental kilometers te gaan voor ik daadwerkelijk naast de Dom van Wenen stond, het door mij bepaalde einddoel. Maar dat waren kilometers zonder bagage, dat fietste buitengewoon aangenaam!

Het was even zoeken naar die Dom, tussen alle hoge gebouwen zag je hem haast niet. En mijn Garmin wist wel waar het was, maar kon juist door die hoge gebouwen soms bijna zijn eigen positie niet bepalen. Bijna, want na wat heen en weer rijden was hij daar dan toch, en ik ook. 🙂

 

Hiermee eindigt dit deel van mijn verslag. Er komt in elk geval nog een soort evaluatie, en wat statistieken. Wordt vervolgd!

Geplaatst in Algemeen, Fietsen, Naar Wenen | 4 Reacties

Fietsen naar Wenen, 21 september, Laudenbach

Nou mensen, ik had gedacht dat Duitsland vol zou staan met campings en eetgelegenheden waar WiFi beschikbaar zou zijn om geregeld iets over mijn wederwaardigheden te melden. Helaas dus. Maar vandaag trof ik het. In elk geval met het weer. Want hoewel er wel wat wolken tussen de bergen hingen toen ik vertrok, trokken die al snel weg, en toen bleef er een stralende dag over. Ik mag wel zeggen de eerste in de afgelopen 9 dagen. En voordat het gaat wennen weet weeronline me te vertellen dat er morgen weer de nodige nattigheid gaat komen. Ik maak me er maar niet druk over, het helpt niet, en het kan altijd nog meevallen. 🙂
Ik had dat weerbericht beter eerder kunnen checken, want het was zulk heerlijk weer dat ik eindelijk eens een wasje kon doen. Mijn fietskleren wel te verstaan. En die zijn nu uiteraard kletsnat, en worden niet alleen voor morgen niet meer droog, maar waarschijnlijk ook de rest van de dag niet. Ik heb nog een reservesetje maar dat is minder fijn.

Even terzijde. Ik maak gebruik van mijn tablet om dit te tikken. Met een los toetsenbordje. Dat is op zich wel fijn, maar het stomme is dat hij wel autocorrect blijft doen. Dus ik moet donders goed blijven kijken wat er in de tekst terecht komt. Je kan het vast uitzetten, maar ik nu even geen zin om het uit te zoeken. Dan maar even ergeren.
(Hé he, ik kon het natuurlijk niet laten, en ik geloof toch dat ik weer de baas ben. 🙂 )

(Nog weer later blijkt er geen reden voor zelfgenoegzaamheid, ik heb er nog steeds last van)

Maar wat dus ook fijn is, dat is dat ik vandaag op een camping terecht ben gekomen waar je voor twee euro 24 uur mag internetten! Ik denk dat ik vannacht maar wakker blijf.
Ik kan nu mooi weer eens een blogje schrijven voor mijn trouwe volgers, maar het zal duidelijk zijn dat een dag-voor-dagverslag er even niet in zit.

Ik heb het de eerste dagen zo nu en dan wel zwaar gehad. Er was niet veel gekomen van voorbereidende fietstochten en ik had daar ook wel licht over gedacht. Maar tweemaal per dag 13 km woon-werkverkeer is natuurlijk niet te vergelijken met dagafstanden tussen de 80 en 100 km. En vooral de eerste helft van de eerste week heb ik behalve geregeld regen ook veel wind tegen gehad. Vermoeiend en soms ook ontmoedigend als je op een dijk langs de Rijn niet harder dan veertien km/u kunt.

Het toppunt qua regen viel toen ik op de camping bij Keulen stond. Ik was die dag al getrakteerd op veel neerslag, maar tegen de tijd dat ik bij de camping stond was het toch droog geworden. Het veld was echt helemaal doorweekt en het was moeilijk een niet al te zompig plekje te vinden. Dat leek gelukt, en terwijl ik de tent aan het inrichten was en ik bedacht dat ik wellicht toch nog even terug naar Keulen wilde fietsen (7 km) want daar had ik behalve de Dom (prachtige ramen, verder een pietsie somber) nog nauwelijk iets van gezien, begon het weer te betrekken. Het ging regenen en onweren, ik zocht mijn heil in de kookruimte op te camping en was vanaf die plek getuige van een bui zoals ik zelden gezien heb. Er viel in korte tijd veel, heel veel water. En wetende hoe zompig het veld al was voor de bui maakte ik me ernstig zorgen over mijn tent. Ik had er wel vertrouwen in dat hij van boven waterdicht zou zijn, maar hoe zat dat van onderen. Toen de regen eindelijk wegtrok ging ik de schade opnemen. Een plek waar ik de tent eerst wilde zetten was ondertussen een meer geworden. Bij mijn tentje leek het mee te vallen. Binnen in de tent voelde het wat klam, maar geen echte lekkage. Maar toen ik met de vlakke hand op het grondzeil duwde voelde ik het meteen. Er had zich ook onder mijn slaapverblijf een meertje gevormd. Zo kon ik niet gaan gaan slapen. Wat gedaan? Ik besloot de vier tassen uit de tent te halen, alle acht de haringen los te maken en met behulp van een buurman de tent op te tillen en naar het grondgebied van een caravan te verplaatsen. Dat lag wat hoger, en de mensen waren er toch niet. (En wat dan nog). Dit bleek goed te gaan. Handig een tentje dat een soort zelfdragende constructie is.

Na deze ervaring nam in de dagen daarna de buiigheid wat af. De fietservaring werd ook steeds beter. Ik merkte dat mijn gemiddelde snelheid begon te stijgen, en niet alleen door het afnemen van de wind. Het landschap langs de Rijn Was erg divers, veel over dijken gereden uiteraard, maar soms ook moest ik vanwege industrie aan de oever een stuk door de binnenlanden rijden. Dat maakte het wel zo divers. Hoewel er erg veel aan Romeinse en andere cultuur te zien Was heb ik daar in het begin maar deels wat van meegekregen. Je hebt niet zoveel zin om doornat een oude Romeinse muur te bewonderen. 🙂
De laatste dagen ben ik vaker ook even van de route afgewerkt om fraaie plaatsjes te bekijken. Tot afgelopen zaterdag volgde ik het spoor van naamgenoot de Rijn (Rhein), daarna stapte ik bij Mainz over op de Main en sinds vandaag is het de Tauber wat de klok slaat.
Landschappelijk ben ik nu duidelijk in het meer heuvel-/bergachtige stuk van de route gekomen. Ik zag er wat tegenop, dat klimmen, maar hoewel er wel pittige stukken bij waren viel het me toch niet tegen.
Ik heb inmiddels 694 km afgelegd en moet er nog 769. Dus als ik morgen zo’n 40 km heb gefietst ben ik over de helft. Tot nu toe heb ik vooral stroomopwaarts gefietst, maar na overmorgen kom ik aan de Donaukant van de route (de rivier zelf duurt nog even) dus dan wordt er per saldo meer gedaald dan gestegen. Ik zie ernaar uit.

Dat was het voor nu, op naar de volgende camping met WiFi.

Geplaatst in Algemeen | 10 Reacties

Fietsen naar Wenen, 13 september, 113 km, Millingen

Na een toch wat onrustige nacht stond ik om zes uur op, ik was er wel klaar mee. Een paar laatste dingen inpakken, de tassen op de fiets, en om half negen fietste ik de straat uit, uitgezwaaid door het eenpersoons uitzwaaicomite. De afgelopen week Was er steeds voorspeld dat er 80 procent kans op neerslag was, dus ik was op het ergste voorbereid. Maar onder een stralende zon reed ik de stad uit, en hoewel er zo nu en dan wolkenvelden langsdreven bleef het overwegend mooi weer.
Na ruim dertig km vond ik het tijd worden voor een korte break, en daarna pas weer bij Tiel, waar ik met het pontje overstak. Even was ik bang dat het pontje helemaal niet ging, ze waren druk bezig met het opruimen van de bende van Appelpop en ik zag even zo gauw niet waar de vertrekplaats was.
Na de oversteek begon het fietsen zwaarder te worden. Als forens kom ik tenslotte op niet meer dan een km of 26 per dag. Toch was ik wel van plan om Millingen te halen als het niet te gek zou worden. Pas in deze streek zou ik echt ‘op route’ zijn.
Na Nijmegen begon het echt te betrekken, en vielen er zowaar een paar kleine buitjes. Maar toen ik bij de camping aankwam scheen de zon weer en de campingmevrouw beweerde zelfs dat het daar helemaal niet geregend had. Dat leek me niet helemaal in overeenstemming met het natte gras.
Tentje weer eens vlot opgezet en ingericht. Daarna gedoucht (prima douche!) en op pad om een pannenkoek te scoren. Op het terras van de Gelders Poort is dat prima gelukt, en ondertussen zit ik daar dit stukje te tikken.
Ik ben bang dat jullie het nog even zonder foto’s moeten doen want ik weet even niet hoe ik ze kan uploaden. Ik ga daar eens diep over nadenken . 🙂

Geplaatst in Algemeen | 13 Reacties

Fietsen naar Wenen, de voorbereiding (2)

Onderdeel van de voorbereiding is het in topconditie krijgen van mijn fiets. In tegenstelling tot mijzelf mag ik er niet vanuit gaan dat de conditie van mijn fiets in de loop van de tocht steeds beter wordt.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat er sinds de winter nog niets aan de fiets gedaan was, en dat was ook best wel te zien. Op het programma stonden het vervangen van ketting, cassette, middelste blad, remblokjes en algemene poetsactiviteiten. Het demonteren van het achterwiel is door de uitvalnaaf een peulenschil. En dat zou het demonteren van de cassette (de set van 9 tandwieltjes aan het achterwiel) ook moeten zijn, vooropgesteld dat het juiste gereedschap aanwezig is. Het juiste gereedschap: een cassette-afnemer, een kettingzweep en (bijvoorbeeld) een bahco. Het was allemaal aanwezig, en toch wilde de cassette niet meewerken. Ik leunde met mijn volle gewicht op de bahco, maar de cassette liet niet los. En nog meer kracht zetten durfde ik niet, bang iets (het wiel, of mezelf) te beschadigen.
Even gebeld met Bike4Travel of ze tijd hadden om er even naar te kijken. Van Adriaan mocht ik langskomen. Het eerste wat hij zei toen hij mijn wiel zag was: ” volgens mij kom je ook een nieuwe band kopen”. En dat had ik inderdaad zelf ook al bedacht. Op een band zonder profiel probleemloos 1500 km fietsen, het kan een uitdaging zijn.
Adriaan zette het wiel in de bankschroef, maar ook hij moest (tot mijn genoegen/geruststelling) behoorlijk wat kracht zetten vóór de cassette met een luide knal zijn verzet opgaf.

Thuisgekomen het wiel verder schoongemaakt (Adriaan had al een beginnetje gemaakt!) en de nieuwe cassette geplaatst. Het werd tijd om de rechtercrank te verwijderen, want ik wilde ook in elk geval het middelste tandwiel vervangen, en dat tandwiel kun je alleen bereiken door de crank eraf te halen. Eerst de inbusbout eraf die de crank aan de trapas vastzet. Dan de crankafnemer pakken. Crankafnemer? Shit, vergeten aan te schaffen. En de winkels waren inmiddels dicht. Online besteld, en dan woensdag, op mijn vrije dag, maar verder.

Afgelopen dinsdag kwam de crankafnemer binnen, en ik kon het niet laten om snel even te kijken of dat afnemen een beetje vlot ging. Nou, daar moest je best veel kracht voor zetten, maar ik had genoeg gewicht aan boord om de afnemer rond te laten draaien. En toen stond ik weer met een losse crankafnemer in de hand en bleek ik de schroefdraad van de crank gemold te hebben. 🙁
Bij nadere beschouwing bleek er in de crankafnemer een extra ‘dopje’ te zitten die voor een bepaald type crank is bedoeld, maar ik had dat dopje eruit moeten halen. Als we in Amerika hadden gewoond zou ik de fabrikant van de crankafnemer hebben aangeklaagd voor een gebrek aan documentatie, maar we leven niet in Amerika, en als ik mijn ogen wat beter de kost had gegeven had ik kunnen bedenken dat dat dopje in die afnemer nooit zou kunnen passen. Eigen schuld, dikke bult.

De lokale fietsenmaker wist er gelukkig wel raad mee, met een z.g. poelietrekker wist hij de crank los te krijgen. A raison van € 20,- dat dan weer wel. Het leek me wat veel, maar ik zag het maar als een gepaste straf.
Ik vroeg hem of het niet beter was om een nieuw crankstel te monteren, maar hij zei dat het in principe nog goed te gebruiken was, alleen een beetje lastig te demonteren. Daarop besloot ik om behalve het middelste ook meteen maar het grootste blad te vervangen. Ik was nu toch bezig.

Bij het monteren van de kettingwielen aan de crank werd ik me er weer eens bewust van dat het een goed idee is om bij gebrek aan ervaring uitgebreid foto’s te maken van te demonteren zaken. Want hoe zat het nou toch ook alweer precies? Met name bij het middelste blad twijfelde ik of hij er nou zus aan moest, of juist zo. Waarbij het verschil tussen zus en zo een rotatie van 180 graden was. Ik moest toch nog bij de fietsenmaker zijn, en liet meteen even de opnieuw gemonteerde kettingwielen aan de crank zien. Of het zo goed was? Eerst zei hij ja, prima. Maar toen bedacht hij zich, want elk wiel bleek een nokje te bezitten, en die moesten allemaal dezelfde kant uitwijzen. Kijk, dat was me niet opgevallen. En dat zou, kennelijk, problemen hebben gegeven bij het schakelen.

Verder ging alles goed. Nou, op een kleinigheidje na. Soms rust er ergens geen zegen op, en ik kreeg het gevoel dat deze ronde fietsonderhoud zo’n van zegen gespeende exercitie was. Wat bleek namelijk. Toen ik de derailleur weer van zijn twee kleine ronde wieltjes wilde voorzien miste ik ineens een van de twee asjes/boutjes die door zo’n derailleurwieltje gestoken moet worden. Hoe kon dat nou? Ik was juist zo ordelijk geweest door alles wat van de fiets afkwam netjes in een vakje van mijn gereedschapskist te bewaren. Het ene boutje dat er nog wel was, was daar de getuige van. Maar de afwezigheid van het tweede boutje leek mijn ordelijkheid te logenstraffen. Drie keer de tuin doorzocht, de brandgang naast het huis, de achtertuin, de gereedschapskist helemaal leeggehaald en weer ingeruimd (x2), en toen gaf ik het op.
Drie fietsenmakers later kreeg ik de indruk dat mijn luchtige “dan kopen we maar een nieuwe” nog niet zo makkelijk uit te voeren was. Maar een noodkreet richting de onvolprezen Bike4Travel leverde toch een nieuw (gratis!) boutje op, dat weliswaar niet exact hetzelfde was als het verloren gegane exemplaar, maar dat toch bleek te passen.

Ik moest wel even diep zuchten voor ik de crank weer durfde te plaatsen. Immers, als ik iets vergeten was, of fout gedaan had, had ik de fietsenmaker weer nodig om de crank los te halen. Uiteindelijk was een nieuw crankstel wel prettiger geweest. Maar niet goedkoper uiteraard. Bij de volgende grote beurt gaat het er toch van komen.

Nog meer details zal ik onvermeld laten, maar de slotsom niet: alles doet het weer. Ik heb er gisterochtend een proefrit van ruim dertig kilometer op gemaakt, en het schakelen ging meestal zoals gewenst. Misschien moet er nog een beetje fine-tuning plaatsvinden.

Denk niet dat ik na deze narigheid nu nooit meer zelf aan mijn fiets ga sleutelen. Dat zou zonde zijn van de opgedane ervaring. En als je langere tijd op je fiets van huis bent is een beetje zelfredzaamheid ook wel handig. Dus de volgende keer dat de ketting vervangen moet worden doe ik het gewoon weer zelf.

Geplaatst in Algemeen, Fietsen, Fietstechniek | 4 Reacties

Fietsen naar Wenen, de voorbereiding (1)

Na mijn fietstocht naar Parijs, bijna een jaar geleden, was het me duidelijk dat die ervaring om een vervolg vroeg. En eigenlijk diende dit vervolg zich bijna vanzelf aan. Merwe’s Oratorium Vereniging, het koor waar mijn vrouw al jaren zingt, bestaat dit jaar 95 jaar, en de leden vinden in dat feit een mooie aanleiding om met elkaar (met de bus) naar Wenen te gaan, en daar een concert te geven. Als trouw fan van het koor leek dit me een mooie gelegenheid om de hobby’s fietsen en concerten bijwonen te combineren.

Wenen dus, een naar verluid prachtige stad, waar ik echter nog nooit geweest ben. Een afstand van ongeveer 1500 km om te overbruggen. Ik zal vermoedelijk op zondag 13 september vertrekken, en heb dan dus een week of drie om er te komen. Inclusief rustdagen en tijd voor bezichtigingen van mooie steden onderweg moet dat wel haalbaar zijn. De terugweg gaat net als vorig jaar vanuit Parijs met de trein. Van Wenen met de nachttrein naar Hannover, en vandaar met de dagtrein naar Amsterdam. Gisteren de ticket voor mezelf en de fiets geboekt, dus dat kan alvast niet meer fout gaan.

De voorbereiding bestaat uit aandacht een aantal aspecten: fiets, uitrusting, route en conditie.

De fiets is hard toe aan een nieuwe ketting, cassette en één of meer tandwielen. Nieuwe remblokjes en mogelijk nieuwe buitenbanden zijn ook wel een goed idee. Ik ga ervan uit dat ik dit allemaal zelf kan doen.

De uitrusting is vorig jaar al aardig op orde gekomen, maar kan nog wel wat aanpassing en uitbreiding gebruiken. Zo wil ik deze keer wel graag een stoeltje mee, en zoals ik er nu over denk wordt dat de Helinox Chair One.
Om telefoon, tablet en batterijen voor de eTrex op te laden kan ik natuurlijk de stopcontacten gebruiken die ik onderweg tegenkom, maar het is wel erg prettig om daar niet al te zeer van afhankelijk te zijn. Een mogelijkheid is de naafdynamo te gebruiken, maar daar ben ik de ultieme oplossing nog niet voor tegengekomen. Een tweede mogelijkheid is het aanschaffen van een powerbank. Naar verluid kun je met een powerbank van 15000 mAh tablet/telefoon een paar keer opladen voor hij zelf weer aan het stopcontact moet. Dat lijkt me voor mijn doel eigenlijk momenteel wel voldoende. Maar ik oriënteer me nog even verder.
Ik twijfel nog over mijn slaapzak. Ik had vorig jaar last van het feit dat er geen slurf langs de rits zat, maar ik heb alleen niet zoveel zin om er extra geld in te steken. En bovendien moet ik ervoor naar Amsterdam, en dat is dan ook weer zo’n gedoe.
En misschien bedenk ik nog wat dingetjes, ik laat het ongetwijfeld nog weten.

De route is op zich wel bepaald, want dat is die van de Limesroute. Maar ik wil ook al een soort globale indeling in etappes maken, en bekijken waar ik leuke rustdagen kan houden. En per etappe wil ik wat highlights noteren zodat ik het risico verminder pas naderhand tot de ontdekking te komen dat ik bepaalde steden/musea/etc. toch wel graag had willen bezoeken.
Net als naar Parijs laat ik mij de weg wijzen door mijn eTrex 20 navigatie-apparaatje. Het routeboekje neem ik uiteraard ook mee, deels als backup voor de GPS, en deels in verband met de achtergrondinformatie die erin te vinden is.

Tja, en dan de conditie. Ik geloof dat ik daar meer niet idioot veel aan ga doen. Door de dagelijkse fietstocht naar mijn werk is er al een zekere basis aanwezig, en met een paar extra tochtjes de komende weken moet ik toch een heel eind kunnen komen. Ik ga ervan uit dat de gemiddelde etappe meestal niet langer dan 100 km zal zijn. Op vlak terrein is dat netto ongeveer 5 uur fietsen. Daar heb ik dan de hele dag de tijd voor. Moet kunnen. 🙂

Binnenkort meer!

Geplaatst in Fietsen, Materiaal, Naar Wenen | 3 Reacties

eTrex 20 als routeplanner

Toen ik mijn fietsreis naar Parijs aan het voorbereiden was leek het me erg handig om de reis aan de hand van een GPS-apparaat te kunnen maken. En dat was het ook. Met behulp van de (gratis) kaart van West Europa van OpenFietsMap en de tracks die te vinden zijn op de site van Paul Benjaminse hoef je niet heel veel meer te doen dan het lijntje op de kaart te volgen. Misschien dat de romantici onder ons dit niet zo aardig vinden, maar de romantiek van je weg zoeken via een kaart gaat er snel af als het regent, of als je bij het volgende kruispunt steeds denkt “moest ik hier nu rechtsaf, of pas bij de volgende?” en weer je kaart (in de regen remember) tevoorschijn moet halen. Ik concentreer me liever op de omgeving en het verkeer. Neemt niet weg dat ik een kaart voor het bredere perspectief blijf hanteren.

De eTrex 20 is in principe ook in staat om zelf routes te maken, om als een soort TomTom te werken. Bijvoorbeeld naar een POI (Point of Interest) of een adres. Dat kent wel zijn beperkingen, misschien theoretisch niet, maar praktisch zeker wel. Afstanden tot een kilometer of 50 zijn nog enigszins te doen, maar als het (veel) verder wordt gaat het berekenen van de route wel heel veel tijd kosten. En als je dan onderweg zo dom bent om, per ongeluk of expres, van de berekende route af te wijken kun je maar beter hopen dat je weet waar je heen moet, want anders heb je pauze tot de herberekening klaar is.

Afgelopen zondag, toen ik mijn zus aan het supporteren was bij de Marathon van Rotterdam gebruikte ik de eTrex weer eens, voor het eerst in lange tijd. Ik had de avond tevoren alle punten waar ik wilde gaan staan als waypoint in het apparaat gezet, een handige actie al zeg ik het zelf. Op de ochtend van de marathon liet ik hem de route naar het eerste punt (een kilometer of twintig vanaf huis) berekenen, en ik ging op pad. Dat berekenen was nog bezig toen ik wegfietste, maar omdat ik de route globaal wel kende was dat niet zo erg. Na 2 kilometer was hij net klaar met rekenen om vervolgens te ontdekken dat hij niet meer op het oorspronkelijke beginpunt was, en hup, hij ging weer rekenen. Deze keer was hij wat sneller klaar, en het daadwerkelijke routewijzen kon beginnen. Geen problemen verder. Ook de navigatie naar de volgende punten langs de marathonroute waar ik wilde gaan staan verliep zoals gewenst. De punten lagen redelijk dicht bij elkaar, dus lang rekenwerk was niet nodig.
Tot ik ’s middags vanuit Kralingen weer naar huis wilde gaan. Voor dat doel zit er al sinds het begin een waypoint THUIS in de eTrex, dus snel kiezen, en gaan! Dacht ik. Want zo heel goed kende ik de weg niet in die buurt. En terwijl ik zelf maar zo’n beetje, met de zon als hulpmiddel, bedacht hoe ik waarschijnlijk moest rijden bleef dat ding maar rekenen. Zelfs toen ik eenmaal via de Willemsbrug en het Noordereiland ‘op Zuid’ was aangekomen stond de voortgang nog slechts op 72% en bleef dat nog heel lang staan. Inmiddels wist ook zonder apparaat de weg naar huis wel weer, maar ik kon het natuurlijk toch niet uitstaan dat hij zoveel moeite had met iets wat zo simpel leek. Ik stopte zo nu en dan even om nog een instelling te veranderen, maar ik kreeg het deze trip niet meer goed.

Eenmaal thuis ben ik ’s avonds nog wat aan het prutsen geweest en heb hem inmiddels weer zover dat hij weer redelijk vlot (vlot voor een eenvoudig apparaat als de eTrex dan) routes over dit soort afstanden weet te berekenen.

Ik werd me er echter (weer eens) van bewust dat Garmin misschien wel leuke apparaatjes weet te maken maar bepaald slecht is in het maken van documentatie. De handleiding is heel summier en geeft al helemaal geen uitleg waarom of waartoe je bepaalde instellingen zou doen. Er zijn wel wat bronnen van informatie te vinden, bijvoorbeeld het uitstekend werkende forum van Waypoint, en het handige filmpje van Hans Vaessen over het instellen van de eTrex, maar het blijft allemaal fragmentarisch en oppervlakkig.

Om te voorkomen dat ik steeds maar weer het wiel moet uitvinden (hoe deed ik dat toch ook alweer) neem ik me voor om mijn ontdekkingen op deze site te documenteren, te beginnen met de manier waarop ik het route berekenen weer snel kreeg. Handig voor mezelf, en misschien hebben anderen er ook nog wat aan. Nog even geduld echter, want er moet soms ook nog gewerkt worden.

Geplaatst in Algemeen | Getagged | 2 Reacties