Jaar: 2011 (page 2 of 8)

Zevenheuvelenloop 2011

In dichte mist ging ik gisterochtend van huis, en in soms nog dichtere mist reisde ik per trein naar Nijmegen. Om de lange kleum-wachttijd op het perron in Breda te vermijden had ik er voor gekozen via Rotterdam te reizen. Daar hoefde ik maar een paar minuten te wachten op de speciale Zevenheuvelentrein. En zowaar, dat verliep inderdaad zoals gepland. Via Twitter probeerde ik er achter te komen of het in Nijmegen ook zo mistig, en dus koud was, want ik was er niet gerust op wat mijn voeten daarvan zouden vinden.
Pas in Arnhem kreeg ik bericht dat de mist in Nijmegen begon op te trekken en dat de zon erdoor kwam. Pas toen we de Waalbrug over gingen konden we zien dat dat inderdaad zo was.

Na aankomst op zoek naar de ING-bank, want daar moest ik het startnummer nog ophalen dat ik van Jaco had overgenomen. Terwijl ik stond te wachten kwam oerloper George aangelopen. Hij zou deze keer niet op blote voeten lopen, als ik me goed herinner omdat hij het toch te koud vond.
Op zoek naar de volgende bank: ik moest me verkleden in de kelder van de SNS-bank, en terwijl ik het pad naar de bank volgde kwam zusje Cobi er net uit. Dat trof. Gezamenlijk liepen we weer terug. Hoewel ik gedacht had dat het niet veel uitmaakte in welke bank je je zou verkleden was er wel degelijk een toegangscontrole.
Al heel snel kreeg ik iemand in het vizier waarvan ik dacht: ken ik die man niet ergens van? Dat bleek Tiny te zijn, die ik tot dan toe alleen via Twitter ‘kende’.

Omkleden: hemdje, shirt korte mouwen, short. Dat leek me wel genoeg met die zon erbij. Oude trui en schoenen aan voor in het startvak en we gingen naar buiten, op zoek naar ons startvak. We bleken een tijdlang lekker in de zon te kunnen wachten, maar zo zoetjes aan begon ik toch wel erg koude voeten te krijgen. Ik wist meteen weer waarom ik zo lang had getwijfeld of ik wel mee zou doen, dat langdurige gekleum heb ik toch wel een hekel aan. En dan scheen nu de zon nog.

Eindelijk gingen we dan op pad. Ik had een kilometer of twee nodig om mijn voeten weer op werktemperatuur te krijgen, maar daarna deden ze braaf wat er van ze verwacht werd. De eerste vijf kilometer gingen in 28.24. Dat was eigenlijk te langzaam om aan een PR-verbreking te denken, maar ik voelde wel dat veel sneller er niet in zat. Het stuk Derde Baan was traditioneel vervelend door het ruwe asfalt, maar kan ik tegenwoordig toch wel aardig hanteren. Het was ook de plek waar Cobi, die een poosje achter me gelopen had, me de eerste keer inhaalde.Zwarte voet Aan de Zevenheuvelenweg, die kennelijk deels opnieuw geasfalteerd was, hield ik een paar pikzwarte voeten over die ook ’s avonds na het douchen en boenen nog niet echt schoon waren geworden.

De rest van het parcours liep ik wel aardig. De bult na de tiende kilometer heeft de snelheid aardig gedrukt, meer nog dan de Derde Baan. Uiteindelijk begon dan het naar beneden denderen, en na 1.25.33 liep ik in het centrum van Nijmegen de mist in, drie, vier seconden achter Cobi. Ik werd door de speaker onthaald als de eerste blotevoetenloper die binnenkwam, althans dat dacht ik. Maar kort daarna zag ik schuin voor me Gerard Radstaak lopen, ook op blote voeten natuurlijk. Het is dus de vraag wie de speaker zag toen hij zijn opmerking maakte. Ik denk overigens wel dat wij de enige blotevoetenlopers waren dit jaar, maar ik hoor het graag als het niet zo was.

Mijn tijd viel me toch een beetje tegen, ik had gedacht dat ik tot meer in staat was. Toch, als je naar de trainingsomvang van dit jaar kijkt, kun je je afvragen of die verwachting wel zo realistisch was. Ik mag me deels verschuilen achter mijn galblaasellende waar ik, inclusief herstel na de operatie, tot eind april last van heb gehad, maar ook daarna heb ik te vaak toegegeven aan ‘geen zin’.
Als ik echt sneller wil lopen zal ik er toch veel meer werk van moeten maken. En dan zal ik in elk geval op zoek moeten naar iets wat ik in de winter, als is het maar part-time aan mijn voeten kan trekken zodat ‘te koud’ geen reden meer is om niet te gaan lopen.
Dingen om over na te denken dus.

Nog even een foto:

week 45 zondag (19,6 km; 6,0 C; bewolkt)

Zit je de hele ochtend te wachten op het beloofde mooie zonnige weer, krijg je via Twitter allemaal juichende berichten van mensen dat ze met zulk heerlijk weer gelopen hebben, en zit je zelf nog steeds tegen een grijze, net niet mistige buitenwereld aan te kijken. Het mooie weer zat vooral noordelijker begreep ik wel, en rond een uur of twee kreeg ik wel in de gaten dat wij daar niet meer van mee mochten profiteren.

Dan toch maar op pad. Lange tight, shirt korte mouwen, jack, en dat moest het dan maar weer zijn. Hoe ver, en waarheen? Ik had in elk geval zin in een route die ik nog niet zo vaak gelopen had. Over de Staart, zoals de wijk hier in Dordrecht heet, in de richting van de Merwelanden, het Dordtse deel van de Biesbosch. Zover wilde ik deze keer niet gaan, na een km of acht, negen boog ik af en ging via de zuidelijke rand van Dordt weer terug naar huis. Bij elkaar net geen 20 km gelopen. Tot een kilometer of vijftien ging het heel soepel en licht, daarna begon vermoeidheid een rol te spelen. Voorlopig is deze afstand wel lang genoeg.

Ik heb mijn best gedaan om mijn hartslag zo lang mogelijk onder de 140 te houden, en dat is best aardig gelukt. Dat gaat dan wel ten koste van de snelheid, maar op de langere termijn wordt dat vanzelf beter.

Waar train je eigenlijk voor, vroeg mijn ook hardlopende (en fietsende) zus.Ik antwoordde dat ik voorlopig als doel heb om de winter conditioneel goed door te komen. Als dat lukt in het voorjaar en de zomer wat halve marathons om dan in het najaar naar de eerste echte big M toe te gaan werken.

week 45 vrijdag (12,0 km; 10,5 C; zonnig)

In de loop van de ochtend zag ik de temperatuur langzaam maar zeker opklimmen en toen hij uiteindelijk boven de tien graden uitkwam dacht ik “nu of nooit”, en het werd “nu”.
Korte broek, hemdje, shirt en jack tegen de wind. Het was licht overdressed, maar de wind was stevig en fris, dus het ging wel goed.
Het werd een rondje door en langs Barendrecht. Het rondje had ik al eens eerder gelopen, maar ik besloot deze keer de route in omgekeerde volgorde te doen. Dan ziet het er toch weer anders uit. Zelfs in die mate dat ik mij halverwege op een kruispunt vergiste en links- in plaats van rechtsaf ging. Zo liep ik uiteindelijk ruim een kilometer extra.

Omdat ik vrij onverwacht (met dank aan Jaco) volgende week ga mee ga doen aan de Zevenheuvelendloop wilde ik wel eens weten of ik gedurende wat langere tijd een beetje tempo kon vasthouden. Het streven was 6 min/km en hoewel ik er van tevoren eigenlijk niet veel vertrouwen in had is dat toch prima gelukt. Wel een beetje mede dankzij twee hardlopende collega’s die ik de laatste kilometer als haas kon gebruik, maar toch tot tevredenheid stemmend.

week 45 woensdag (12,8 km; 9,0 C; bewolkt)

Gisteravond mentaal en fysiek voorbereid op hardlopend naar het werk gaan vanochtend. Fysiek bestaat dan uit het klaarleggen van kleding, rugzakje e.d., mentale voorbereiding is om te voorkomen dat het een vaag plan is wat je net zo goed niet zou kunnen doen.

De temperatuur bleek een graad of negen, dat viel me mee, en het was droog en bijna niet winderig. Ik bleek al lopend 1 laagje te veel aan te hebben, maar het hinderde niet genoeg om er iets aan te doen. Vanaf het 5 km-punt heb ik er een wisselduurloop van gemaakt. Elke km even flink aanzetten gedurende 100m.
Al met al weer een bevredigende ervaring.

week 44 zondag (18,0 km; 12,0 C; bewolkt)

Sinds kort hebben we weer een auto, en ik had me voorgenomen om mezelf zo nu en dan eens op een zondag te trakteren op een stukje hardlopen ergens in de natuur. Een van mijn lievelingsloopgebieden is langs de zee. Liefst wel een beetje op het harde zand, vlak langs of in het water.

En zo toog ik vanochtend om een uur of half tien richting Hoek van Holland. Ik reed er in drie kwartier heen, en dat viel me eigenlijk mee. Op het parkeerterrein me klaar gemaakt, korte broek, hemdje, shirt met korte mouwen erover. Op het strand aangekomen bleek het een stuk harder te waaien dan ik thuis gedacht had, maar hij waaide uit het noordwesten, en dat was wel gunstig, dan had ik hem op de terugweg in elk geval mee.

Het doel was achttien kilometer in een rustig tempo. Dat rustige tempo kwam zeker op de heenweg helemaal vanzelf goed, daar zorgde de wind wel voor. En op de terugweg begon ik wat vermoeid te raken, dus toen ging het ook zo hard niet meer. Mijn planning was ook misschien wat ongelukkig, want ik bleek er net met hoogwater te zijn, en dan is er nou eenmaal minder hard zand. Ik zakte geregeld een decimeter weg ook op plekken waar het oppervlakte er hard uit zag. Vermoeiend.

Uiteindelijk was het een exercitie die veel voldoening gaf, dit ga ik zeker vaker doen.

Ik ben wel wat gewend als het gaat om mensen die in diverse gradaties van verbazing naar me kijken, maar het contrast vanmorgen tussen mij en de dik aangeklede hondenuitlaters was erg groot, en dat was aan de blikken van de voorbijgangers goed te zien. Met name op momenten dat ik door het water liep te spetteren was er soms sprake van enige verbijstering terwijl, geloof me, het water echt niet koud was.

week 44 vrijdag (12,0 km; 17,2 C; zonnig)

Even heel kort, er moet ook nog gewerkt worden. 🙂
Het zag er weer erg uitnodigend uit, en wat doe je dan als je pauze hebt: even verkleden, en huppekee de zon in. De eerste helft liep ik als vanzelf sneller dan ik van mezelf gewend ben, maar dat heb ik de tweede helft ook wel gevoeld. Geeft niks, daar groei je van.

Ik zag trouwens in mijn blogbijdrage van vorig jaar in deze week dat ik toen ook met een short en een hemdje aan gelopen heb. Zacht weer begin november komt wel vaker voor. Het was nu wel nog een paar graden warmer.

week 44 dinsdag (9,4 km; 15,5 C; zonnig)

Aanvankelijk bleef het nog een hele tijd grijs, en de gisteren beloofde zon was in geen velden of wegen te bekennen, maar ineens was hij er toch, en begon te temperatuur te stijgen. Zo rond elf uur was het bijna 13 graden en werd het tijd om te gaan: lunchpauzeruntijd.

Wat aan te trekken? Dat is vaak lastig in deze tijd van het jaar. Ik besloot tot een korte broek (uiteraard), shirt met korte mouwen, en omdat het me toch wat fris leek toch ook nog maar een hemdje daaronder. Dat zou de mogelijkheid bieden om het shirt eventueel uit te trekken, en daar maakte ik uiteindelijk ook dankbaar gebruik van.

Wat te lopen? Ik had al besloten dat het tijd werd voor een intervaltraining. Wat groente eten is voor sommige kinderen is intervaltraining voor mij. Ik weet dat het goed voor me is, maar vaak heb ik er geen zin in. En vaak blijkt achteraf dat het toch wel weer meeviel, ja zelfs eigenlijk wel lekker was.
Tien maal 400m moest het worden, en nog een beetje in- en uitlopen. Het was inderdaad leuker dan ik van tevoren had gedacht, en het geeft een voldaan gevoel. Vooralsnog vind ik eenmaal per week wel genoeg, maar wie weet wat het nog eens wordt in de toekomst.

week 43 zondag (16,4 km; 14,0 C; zwaar bewolkt)

Na het treurige einde van mijn loopsessie vorige week zondag wilde ik in elk geval voldoende rust nemen voor ik weer op pad ging. Dat heb ik misschien wat overdreven, maar ik heb me vandaag in elk geval prima gerevancheerd. Toen ik van huis ging zei ik dat ik geen flauw idee had hoe lang ik weg zou blijven. Als het lekker ging zou het zomaar langer dan anderhalf uur kunnen duren, maar als het ging zoals vorige week was ik waarschijnlijk binnen een uur weer terug.

Het wonder voltrok zich, ik heb prima gelopen. Mijn kuiten deden niet moeilijk, maar darmen niet, ik had het gewoon lekker naar mijn zin. Een deel van de route liep ik over terrein waar ik nog niet eerder ongeschoeid was geweest, en hoewel het niet allemaal even glad was liep het een stuk beter dan ik van tevoren vreesde. Uiteindelijk werd het ruim 16 kilometer, en kwam ik tevreden en voldaan weer thuis.

week 42 zondag (13,0 km; 13,0 C; zonnig)

Hoewel ik graag in de ochtend loop heb ik me laten leiden door de weersverwachting. Bij het opstaan ’s ochtends was het 5-6 graden, dat zou in de loop van de dag stijgen naar een graad of 12, 13. Voor een blotevoetenloper is 6 graden wel te doen, maar 12 is wel veel aangenamer. Ik had bovendien een lichte hoofdpijn, en misschien zou het nog over gaan.

Toen ik uiteindelijk halverwege de middag vertrok was de hoofdpijn niet weg, maar er was mee te lopen. Met het idee dat het alles kon worden tussen de tien en twintig kilometer vertrok ik van huis. Na een paar kilometer meldden mijn darmen zich. Dat was ongewenst, maar niet zo erg dat ik terug moest. Na enige tijd zakte het weer, en ook mijn hoofdpijn werd steeds minder. Ik liep eigenlijk wel lekker. Tot vlak voor het tien kilometerpunt. Ineens meldden mijn kuiten zich heel nadrukkelijk. Ze vonden dat ik teveel van ze vroeg. Ik vond dat ze niet moesten zeuren, zoveel was tien kilometer nou ook weer niet. Maar het gezeur hield aan, en uiteindelijk moest ik zelfs zo nu en dan een stukje wandelen. Dat werd dus de kortste weg naar huis. Op 13 km drukte ik uiteindelijk de stopwatch in.

Als ik langere tijd niet gelopen heb krijg ik wel vaker last van mijn kuiten, maar in een periode dat ik geregeld op pad ga eigenlijk nooit, in elk geval niet zo heftig. Misschien toch nog wat naweeën van het heuvelwerk op Vlieland? Ik houd het deze week maar even rustig. Wel een paar keer lopen, maar bescheiden afstanden.

Even een vies praatje. Er wordt vaak gevraagd: ben je niet bang voor glas/poep/kou/… als je op blote voeten loopt. Daarbij is de verwoorde omstandigheid vaak een expressie van de eigen angsten denk ik dan. Dat wat men het ergste lijkt wordt in de vraag genoemd. Voor de een is dat glas, voor de ander poep.
Grote stukken glas weet ik tot nu toe uit de weg te gaan, kleine splintertjes vang ik wel eens met mijn voeten, tot nu toe niet veel vaker dan een of twee keer per jaar. Poep zie je over over het algemeen wel liggen en is dan makkelijk te vermijden, maar afgelopen zondag ging het toch mis. Ik liep een klein stukje door een graskant en voelde meteen dat ik in iets zachts landde, en tegelijk krulde er ‘iets’ tussen mijn tenen omhoog. Eenden- of hondenpoep, daar wil ik afwezen, maar een smakelijk idee vond ik het niet. Gelukkig is Dordrecht gezegend met een groot aantal sloten, en ook nu was de volgende niet ver weg. Even spoelen, en de ongerechtigheid was verdwenen. 🙂
Vind ik het fijn? Nou nee. Is het erg? Dat ook niet natuurlijk. En twee keer in de vijf jaar vind ik wel een acceptabel gemiddelde, en dus zeker geen reden om schoenen aan te trekken. En zeg nou zelf, hoe makkelijk laat poep zich verwijderen van een schoen?

Vlieland herfstvakantie 2011

Tijdens de herfstvakantie (van 14 t/m 21 oktober) waren we op Vlieland. Nadat we in twee voorgaande jaren tijdens de zomervakantie op Vlieland (op camping Stortemelk) waren geweest hebben we nu voor het eerst het eiland vanuit een huisje bekeken. We troffen het met name in de eerste helft erg met het weer, maar ondanks wind en regen was het ook in de tweede helft beslist niet onaangenaam.

Uiteraard moest ik ook hardlopen op Vlieland. Ik had al eerder gemerkt dat ik het heerlijk vind om over het strand langs de vloedlijn te lopen. Vanaf camping Stortemelk is dat erg eenvoudig: je steekt 1 duin over, en je staat op het strand.
Wij verbleven nu in een huisje aan de Dorpsstraat, en dan is zo’n oversteek niet voorhanden. Maar niets is op Vlieland echt ver weg.

Op zondag 16 oktober liep ik via de Postweg (de ‘ lange’ weg die aan de zuidkant van het eiland loopt) tot aan het Posthuys. Daarvandaan is de doorsteek naar de Noordzeekant, en het strand dus, niet veel meer dan een halve kilometer. Over het strand liep ik weer terug tot aan de duinopgang bij het Strandhotel Seeduyn, en dan via de Badweg weer terug naar huis. Bij elkaar bijna 17 km. Dubbel kicken. Ten eerste was het lang geleden dat ik zo’n afstand liep, maar het was vooral kicken vanwege de omgeving.

Later in de week, op woensdag, liep ik nog een wat kortere route. Eerst ook weer over de Postweg, maar nu maakte ik al eerder de doorsteek naar het strand over het Pad van Dertig, langs camping de Lange Paal. Er stond een behoorlijk stevige wind, die ik de laatste halve kilometer door de duinen tegen had. Eenmaal op het strand aangekomen had ik de wind meer in de rug en ‘vloog’ ik voor mijn gevoel terug. Deze keer doorgelopen tot camping Stortemelk en vandaar terug naar het dorp. Bij elkaar ruim 13 kilometer.

Ik merkte aan kuiten en bovenbenen dat ik niet gewend ben om in heuvelachtig terrein te lopen, en dat is best jammer. Het maakt de training toch completer. En natuurlijk, ik kan in Dordt de brug over de Merwede een paar keer op en neer lopen, en dat is effectief misschien net zo goed, maar toch in elk geval lang niet zo leuk.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2020 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑