Zou het dan toch?

Ik begon dit blog in 2005 via web-log, en het was toen hoofdzakelijk een verslag van mijn hardloopactiviteiten, dus de ups, en uiteraard vooral ook de downs. De downs hadden aanvankelijk vooral met mijn knie te maken, zodra de loopafstanden richting de 10 km gingen liet mijn knie (links? rechts? allebei, om beurten? ik weet het eerlijk gezegd niet meer) weten weten het er niet mee eens te zijn. Pogingen om mezelf via de Pose- of ChiRunning-methode een andere techniek aan te leren brachten wel verbetering, maar helemaal probleemvrij werd het toch niet.

In september 2006 ging het roer radicaal om en besloot ik op blote voeten te gaan lopen. Afgezien van George Kerkhoven (via de Usenetgroep drs-nl) kende ik in Nederland niemand die dat deed. Het wonder voltrok zich, ik heb nooit meer last gehad van mijn knie. Er kwamen wel andere klachten voor terug die meestal te maken hadden met te snel te veel willen doen. Maar het ging ook tijdenlang zo goed dat ik in staat was een aantal keren de Zevenheuvelenloop uit te lopen, en ook liep ik een paar maal een halve marathon.

De hardnekkigste klacht begon een paar jaar geleden toen mijn achillespees tekenen van overbelasting vertoonde. Het ging namelijk zo goed, dat ik vond dat ik wel rijp was voor het serieuze werk (lees hier de ironie) en wilde me gaan voorbereiden op een marathon. Dat werd weer een kwestie van te snel te veel (hardleers ja) en dus die achillespees. Dat werd een dusdanig slepende kwestie dat ik een paar jaar niet of nauwelijks gelopen heb.

Vorig jaar had ik nog maar zo weinig last van de pees (het gaat eigenlijk om de aanhechting van de pees aan het hielbot) dat ik besloot om mezelf nog één hardloopleven te gunnen. Als dat tot niks zou leiden zou ik er voor altijd mee ophouden. Het leek me verstandig om iemand te vragen me hierbij te helpen, iemand die goed was in rustige opbouw en die me terug zou fluiten als het nodig was.

Dat ging aanvankelijk best goed. Ik voelde mijn peesje weleens, maar het werd nooit pijn. Toen dacht mijn rechtervoet nog even roet in het eten te gooien. Wat fysiotherapeutische ondersteuning, wat rust, en het kwam zowaar weer goed. Dit had misschien het moment moeten zijn om de (slechts spreekwoordelijke) hardloopschoenen aan de wilgen te hangen, maar ik vond dat dit toch wat anders was dan de achillespeesproblemen en dat dit van tijdelijke aard was.

Sindsdien lijkt dit ook wel bewaarheid te worden. Het hardlooprondje werd gestaag groter. Het begint steeds met 1,5 km wandelen en eindigt met 1 km wandelend uitlopen, en daartussen zitten dan steeds sequenties van hardloop- en wandelstukjes, waarbij de stukjes heel geleidelijk steeds langer werden, en het hardloopaandeel ook steeds groter werd.

Vandaag overschreed ik voor het eerst sinds heel lange tijd de 10 km grens. Dat is weliswaar met de beproefde combinatie van hardlopen en wandelen, maar ik ben er heel erg blij mee. Echte doelstellingen heb ik eigenlijk niet. We krikken de omvang steeds meer heel geleidelijk op, en waar het gaat eindigen, geen flauw idee. Zolang ik het leuk blijf vinden en mijn lichaam geen bezwaar maakt ga ik er lekker mee door. En voor wie er aan mocht twijfelen: uiteraard alles op blote voeten.

 

Dit bericht is geplaatst in Blote voeten, Hardlopen. Bookmark de permalink.

2 reacties op Zou het dan toch?

  1. Martin schreef:

    Mooi! Laten we hopen dat dit hardloopleven aanzienlijk langer is. En rimpelloos!

  2. Hans Verbeek schreef:

    De volhouder wint 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *