Naar Parijs op de fiets

Vooral voor mezelf, maar verder ook voor iedereen die het leuk vindt om te lezen volgt hieronder een verslag van mijn eerste solofietstocht. Strikt genomen is het niet helemaal de eerste, enkele jaren geleden ben ik al eens een kleine week wezen kamperen bij Vrouwenpolder, en daar ging ik ook op de fiets naar toe. Maar dat was één etappe naar een eindbestemming, waar ik vervolgens bleef tot ik weer naar huis ging. Toch een andere categorie.

Nadat ik in het voorjaar al begonnen was met het verzamelen, aanschaffen van diverse benodigdheden die ik nog niet had, of wel had, maar die niet aan mijn ‘eisen’ voldeden was ik er helemaal klaar voor. Zo voelde het overigens niet, er bleef toch een licht gevoel van onrust latent aanwezig, waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat het de eerste keer was, en dat hoorde bij: ben ik voldoende voorbereid, heb ik alles, is mijn conditie voldoende etc. etc.?

Op woensdag 3 september, mijn vaste roostervrije dag, heb ik alles in de tassen ingepakt, om zodoende op donderdag op tijd aan de route te kunnen gaan beginnen.

Donderdag 4 september – Valkenswaard

Ik was uiteraard, zoals gebruikelijk, vroeg wakker, maar ik had met het uitzwaaicomité (i.e. mijn vrouw) afgesproken dat ik om acht uur zou gaan zodat ze niet ook al om zes op hoefde. Ik wilde trouwens ook bij voorkeur niet in het donker fietsen. Ik ging tenslotte op pad om dingen te zien.

Maar even na acht uur was het dan zo ver. Tassen aan de fiets gehangen, het GPS-apparaat geladen met de van tevoren op de routeplanner van de Fietsersbond gemaakte route, met water gevulde flessen geplaatst, en vooruit met de geit.

Het weer oogde aangenaam, weinig wind, licht bewolkt, mooier kon de start niet zijn. Uitgezwaaid door mijn vrouw reed ik de straat uit. Als je een tijd niet met stuur- en voortassen hebt gereden voelt het in het begin altijd een beetje onwennig, maar heel lang duurt dat meestal niet.

 

Ik was weg, onbekende verten lonkten, wat ging ik allemaal zien en meemaken? De fiets was net helemaal nagekeken, en met een nieuwe cassette en ketting, nieuwe versnellingskabels, en nog zo wat al dan niet noodzakelijke vervangingen zou het mechanische deel van de onderneming goed moeten gaan.
Hoe zou mijn conditie blijken te zijn? Ik had minder oefentochten gemaakt dan ik wilde, dus ik leunde vooral op mijn dagelijkse woon-werkverkeer van 13 kilometer enkele reis. We zouden het zien.

2014-09-04 09.02.32Rustig fietsend (peddelend wou ik bijna zeggen, maar dat is wel een heel oubollige uitdrukking) reed ik richting Moerdijkbrug. Tot ik op de Rijksstraatweg ineens een versperring voor me zag. In verband met werkzaamheden geen doorgang. Dat is ook zo. In opdracht van mijn eigen werkgever wordt een aantal dijken op het Eiland van Dordrecht verzwaard. De omweg was niet veel meer dan krap een kilometer. Maar was er wel de oorzaak van dat ik de Moerdijkbrug niet aan de normale rechterkant kon gebruiken, maar op het fietspad links. Geen probleem uiteraard, het is er toch al nooit zo druk, maar nu waren er helemaal geen tegenliggers.

Zo verwisselde ik Zuid-Holland voor Noord-Brabant. Langs Lage (1  a), en daarna Hooge (2 o’s!) Zwaluwe, richting Oosterhout en Tilburg. Ook in Tilburg stond er een versperring op mijn route, maar die leidde eigenlijk tot nog geen extra meter.
Mijn eTrex GPS leidde mij mooi langs alle kruis- en andere mogelijke twijfelpunten waar je normaal even zou stoppen om op de kaart te kijken. Ik vond het heerlijk rijden zo, de volle aandacht kon naar verkeer en omgeving uitgaan.

In de loop van de dag begon de vermoeidheid wat toe te nemen, en een gevoelig plekje tussen mijn schouders, waar ik de komende dagen nog wel meer van zou voelen, begon zich te manifesteren. En ik was gestart met fietsen op blote voeten, zoals ik in dit jaargetijde eigenlijk altijd doe. Maar ik merkte, zoals ik wel vaker had ondervonden, dat er na een kilometer of zestig een gevoel van vermoeidheid ontstaat op de plek van de voet die kracht geeft op de trapper. Ik heb het blotevoetenfietsen deze dag volgehouden, maar de rest van de reis naar Parijs heb ik mijn Keen sandalen aangehad.

Tegen drie uur kwam ik in de buurt van het huis van Esther, die ik vooral via Twitter ken (en we hadden ooit een korte ontmoeting gehad na de Zevenheuvelenloop) en met wie ik had afgesproken even langs te komen. Toen ik arriveerde had Esther net hardgelopen, en ik had ruim 90 km op de teller, dus onze dorst was groot. Twee kannen water en een hoop verhalen verder stapte ik op mijn fiets voor het laatste stukje naar minicamping De Punder. Daar bleek na aankomst dat de receptie onbemenst was, en er hing een briefje met het verzoek het vermelde 06-nummer te bellen. De dame die ik vervolgens aan de telefoon kreeg vertelde dat ze er niet was, maar dat ze ook niet meer zou komen die dag. Als ik zo goed zou willen zijn € 6,50 in de brievenbus te doen mocht ik vervolgens zelf een plekje uitzoeken.

IMG_3642

En aldus geschiedde. Gelukkig had ik het gevraagde bedrag contant in mijn portemonnee, en zelfs een papiertje waar ik het in kon wikkelen.

Zoals je hiernaast ziet sta ik naast het toilet- annex douchegebouw, en normaal sta ik er liever niet zo dichtbij in verband met de aanloop tot diep in de nacht, maar deze camping was zo rustig dat ik het wel aandurfde.

Ik had geen ingrediënten voor een warme maaltijd meer bemachtigd, en ik vond eigenlijk dat ik wel genoeg gefietst had die dag, dus ik beperkte mij tot een broodmaaltijd. Niks mis mee, en als je maar genoeg trek hebt lust je bijna alles.

Gefietst vandaag 103 km.

Vrijdag 5 september – Neerlinter

Zoals het de komende periode vrijwel steeds zou gaan was ik lekker vroeg wakker. Nog terwijl het donker is kom ik in beweging. Als de faciliteiten de mogelijkheid geven (en dat is vaak niet het geval) neem ik eerst een koude douche, en ga vervolgens wat eten, onderwijl ook alvast wat spullen in de tassen pakkend. Ergens tussen half acht en acht ben ik dan klaar voor vertrek. Altijd nog even kritisch rondkijken of ik niet iets ergens laat liggen, en dan: wegwezen.

De weg naar de eigenlijke route is makkelijk te vinden. Ik vind mijn weg naar de Maastrichtseweg, die min of meer parallel loopt aan de route, volg die tot aan de rotonde, ga rechts naar Schaft, en kom zo vanzelf weer op de juiste weg. Ik zie het aan het roze lijntje op mijn GPS. Al snel na Schaft passeer ik de grens en beland zo in België.

Na een kilometer of twintig even een korte pauze. Dat werd sowieso ook in de dagen erna vaak het stramien: eerste pauze na ongeveer 20 km, tweede wat langere pauze na nog eens 20 km, met vaak ook even koffie maken. Ook de rest van de dag steeds na nog weer eens een kilometer of twintig even rust. Soms stelde ik het nog wat uit als de omgeving me niet beviel.

Bij de tweede pauze, terwijl ik mijn boterhammetjes zat te eten op een grasveldje langs de weg (dat strikt genomen denk ik iemands voortuin was 🙂  )kwam er een fietser voorbij, die weer terug kwam om eens te informeren wat ik aan het doen was, los van het eten van een boterham. Hij was erg geïnteresseerd en vond het een mooie onderneming geloof ik.
Kort daarna kwam er een groepje van vier fietsers voorbij, die getuige hun bepakking, wel eens met dezelfde tocht als ik bezig zouden kunnen zijn. We begroeten elkaar vrolijk.
Terwijl ik na de boterhammen bezig was een kopje koffie te maken kwam de eigenaar van het gazon even een praatje maken. Belangstelling genoeg, zo op de vroege morgen.

Onderweg naar Diest passeerde ik op mijn beurt het groepje van vier dat mij tijdens mijn pauze al ingehaald had.

In Diest heb ik even wat rondgewandeld, met de fiets aan de hand. Op een terras even een glaasje fris genomen. Een lokaal biertje lonkte meer, maar met nog ruim 20 kilometer voor de boeg leek me dat niet zo verstandig. Daar heb ik ooit al eens leergeld mee betaald.
IMG_3644Gezien de nadruk die Paul Benjaminse (PB) in zijn routebeschrijving legde op de schoonheid van de plaatselijke Bagijnhof had ik niet het gevoel dat ik met goed fatsoen de plaats kon verlaten zonder deze bewonderd te hebben. Ik kon hem eerst niet vinden, en had me eigenlijk al verzoend met een vertrek uit Diest zonder de hof gezien te hebben toen ik toch ineens bordjes zag die erheen wezen. Nou, vooruit dan maar.
Ik ken de Bagijnhof in Breda, maar die is maar bijzonder klein in vergelijking tot dit complex. Er werd jammer genoeg gerestaureerd, dus ik moet er nog maar eens terugkomen om het in volle glorie te bewonderen.

 

Na Diest nog ruim 20 kilometer naar de camping, en dat viel me een beetje tegen. Het was warm geworden, de zon was er na een grijs begin, in de loop van de middag bijgekomen. Even voor ik de route moest verlaten om de camping te gaan opzoeken passeerde ik wederom het fietsende viertal, die kennelijk net ergens een ijsje of iets te drinken hadden genomen. Ik was er eigenlijk vast van overtuigd dat ik ze op de camping weer zou tegenkomen, dus ik riep “tot zo”. Maar dat “zo” zou niet zo snel zijn als ik dacht, want ik heb ze die dag verder niet meer gezien.

Op camping het Leeuwerikenveld hartelijk ontvangen door Jos (spreek uit: Zjos), maar een biertje, zoals PB kennelijk ten deel was gevallen, was er niet bij. Maar goed, ik schrijf dan ook geen boekje over deze tocht, dat scheelt misschien. 🙂 Het was stil op de camping, IMG_3648dus plek zat. Tentje opgezet, wasje gedaan (het was goed droogweer, dus dat moet je waarnemen, en mijn fietskleren waren niet helemaal fris meer na twee dagen), eten gekookt en gegeten, en na het eten nog een wandelingetje in de buurt, waarbij ik achterop gereden werd door de mobiele ijscoman, zodat het toetje ook meteen verzorgd was.

 

Dat eten koken ging best handig bij de picknicktafel, maar ik zag toch nog kans er een zooitje van te maken. Ik had het kleinste pakje tomatensaus gekocht dat ik kon vinden om door de pasta te roeren. Het pakje had geen kartelrandje, dus ik sneed de bovenrand een beetje in, en begon boven de pan in het pakje te knijpen. Het ging me niet hard genoeg, dus ik kneep harder, en ineens schoot er een grote straal achterwaarts van het pakje weg, mijn been en de tafel oranjerood kleurend. En ik had al gedoucht. Ik vond het zelf eigenlijk wel komisch en was allang blij dat mijn nieuwe tentje niet geraakt was, dat had ik vast minder grappig gevonden.

Gefietst 97 km, totaal 200 km.

Zaterdag 6 september – Dinant

Ook vandaag was ik weer vroeg op pad. Om half acht reed ik van de camping weg, en kon gelukkig gemakkelijk de route weer terugvinden. Deze route ging net als gisteren aanvankelijk voor een groot deel over het voormalige traject van een spoorbaan. Dat fietst lekker, want hoewel het landschap wat meer gaat glooien gaat zo’n spoorbaan nooit echt steil omhoog of omlaag. Een nadeel is dat de fietspaden vaak omzoomd zijn door een rijtje bomen links en rechts zodat je van de omgeving verder niet veel ziet.
Zo zonnig als het gisteren was, zo heiig was het vandaag de hele dag. Soms leek de zon er even door te komen, maar het wilde niet erg lukken.

Na een half uurtje fietsen passeerde ik de taalgrens. Dat zie je natuurlijk niet meteen, tenminste niet langs het paden waarop ik fietste, maar het eerste waar ik het aan merkte waren de teksten op een glasbak die ik bij het passeren van een dorpje zag. Verder werden de begroetingen van collegafietsers nu overwegend in het Frans gegeven.

Bij mijn tweede pauze, genietend van de koffie die ik net had gemaakt, keek ik eens kritisch naar ketting en versnelling bij het voorblad. Al een poosje manifesteerden zich rare geluiden, een beetje alsof er iets aanliep, maar voor zover ik zag was dat toch niet het geval. Het begon gisteren al, maar het leek erger te worden. Als het dan niet de ketting of de versnelling is, dan misschien de trapas? Ik zou denken dat dat anders klinkt. Ik fiets verder, maar het zit me niet lekker.

De laatste paar kilometer naar Namur (Namen) rijden heerlijk. Het is een lange, geleidelijke afdaling waarbij je zonder veel moeite te hoeven doen bijna vanzelf een km of 25-30 per uur rijdt.
IMG_3649Namur blijkt een mooie plaats met allure. Ik breng een kort bezoek aan de plaatselijke St. Aubin kathedraal. Ik wandel over de markt, maar dat blijkt met een bepakte fiets aan de hand toch niet heel handig.

Vanaf Namur ga ik de Maas voorlopig gezelschap houden. In het boekje van PB stond aangegeven dat er op een gegeven moment een stuk van 1,7 kilometer kinderkopjes/kasseien zou zijn. Heel veel stukken fietspad zien er uit alsof ze nog niet lang geleden onderhanden zijn genomen. Het rijdt heerlijk, en ik begin al te hopen dat die kinderkopjes inmiddels tot het verleden horen. Ik juich te vroeg, maar wel blijkt het stuk inmiddels nog maar een paar honderd meter te omvatten. Gelukkig, want erg aangenaam fietsen is het niet, je zou bijna overwegen te gaan lopen.

Een paar kilometer voor Dinant zag ik aan de overkant caravans en een paar tentjes aan de oever staan. Dat zou mijn camping wel eens kunnen zijn. Nog even een plekje zoeken om de Maas over te steken. De stuw lijkt een goede optie, toegankelijk voor fietsers en voetgangers staat er. Maar waarom zo’n ingewikkeld hekwerk er neergezet zodat ik er met mijn fiets alleen door kan als ik mijn tassen eraf haal. Daar zit je aan het eind van de dag niet op te wachten. Op een ander tijdstip ook niet trouwens.

Aan de andere kant van het water wacht mij de Delhaize. Mooi werk, want ik heb wel zin in wat lekkers, en de broodvoorraad begint ook te slinken. Als ik de Delhaize weer verlaat voel ik zowaar een paar spetters, maar voor ik de paar kilometer naar de camping heb afgelegd is het al weer afgelopen.
De mevrouw van de camping beweert geen Nederlands te spreken (hetgeen waar kan zijn) en in mijn beste Frans vraag ik om een plekje voor één nacht.
2014-09-06 16.35.33De dochter des huizes (denk ik) brengt mij naar mijn plekje, dichtbij de waterkant. De grasdichtheid is niet hoog, en vanwege de nieuwheid van mijn tentje ben ik een beetje beducht voor al te veel modderplekken aan mijn tent. Op de foto oogt het plekje idyllisch, maar wat je er niet bij hoort is de herrie die van de weg en het spoor aan de overkant via de rotswand mijn kant op gekaatst wordt. Voor een nachtje is het prima, maar wat al die mensen met (sta-)caravans er zo lang te zoeken hebben is me een raadsel.

Ik vraag me wel eens af of campingbeheerders zelf wel eens kamperen. Hoe haal je het anders in je hoofd om een rij wastafels langs een wand te plaatsen, en nergens in de ruimte kledinghaken op te hangen. En waarom toch zo krenterig met het WC-papier. Ik betaal graag een dubbeltje per nacht meer om niet met een WC-rol onder mijn arm naar het toilet te hoeven wandelen.

Afijn, weer genoeg gezeurd. Na het opzetten van mijn tentje en wat soigneren ben ik naar Dinant gewandeld. Beetje rondgekeken, en op een terras een pizza gegeten. Ondertussen mijn dagboekje een beetje bijgewerkt.

Gefietst 87 km, totaal 288 km.

Zondag 7 september – Forge

Iets later dan normaal vertrokken omdat ik er een beetje op had gehoopt dat de Delhaize open zou zijn, zodat ik in elk geval de ingrediënten voor de warme maaltijd alvast in ‘huis’ zou hebben. Maar helaas, het ‘chaque jour’ (iedere dag) had duidelijk geen betrekking op de zondag. Ik had in elk geval meer dan genoeg brood bij me, en ook nog meer dan een halfvolle zak chips, dus van de honger omkomen lag niet voor de hand.

Reed ik gisteren aan de rechterkant van de Maas, vandaag ook een groot deel links. En daar waar een randje gras/grond ontbrak vond ik de Maas wel erg dichtbij. Maar gelukkig waren er geen tegenliggers, dus ik werd niet naar de waterkant toe gedwongen.
IMG_3669Nadat ik via een stuw weer aan de andere kant van het water terecht was gekomen passeerde ik het kasteel Freyr. Mooi moment om even wat foto’s te maken en wat te eten en te drinken. Heel jammer dat het, net als de dag ervoor, steeds maar zo heiig bleef, want voor de foto is een beetje zon altijd wel aardig, en ook zelf geef ik toch de voorkeur aan fietsen in de zon.
Nadat ik afscheid had genomen van de Maas, en dat gaat uiteraard gepaard met wat klimwerk het rivierdal uit, werd het weer eens tijd voor een korte pauze, en besloot ik toch nog eens goed naar ketting en versnelling te kijken, want het ongewenste geluid was er nog steeds. Het viel me ineens op dat de ketting wat zanderig was. Ik besloot er een dot ‘wet lube’ over uit te smeren, en verdraaid, dat was het dus gewoon. Omdat ik een nieuwe ketting had was ik er helemaal niet op verdacht geweest dat hij te droog zou kunnen zijn, maar kennelijk waren de omstandigheden dusdanig geweest dat hij al zoveel vuil had vergaard dat er rare geluiden door veroorzaakt werden. Met een opgelucht gemoed reed ik weer verder.

Het terrein werd inmiddels steeds heuvelachtiger, en de voorspelde steile klim bij Dailly was precies dat: steil. Hoe steil weet ik niet, want het stond niet langs de weg, en ik heb te weinig klimervaring om het zelf te kunnen schatten. Ik kwam fietsend boven, maar voor het eerst in het bestaan van mijn fiets werden ook de kleinste versnellingen dankbaar gebruikt.

IMG_3672De camping bij Forge bereikte ik rond een uur of vier, en na het invullen van een formulier en de benodigde pecunia te hebben overhandigd werd mij mijn plekje gewezen. Hier was in elk geval ruimschoots gras aanwezig, een waar genot voor de blote voet. De foto is overigens de volgende ochtend pas gemaakt, vlak voor ik het tentje weer ging opbreken. De tassen hangen al weer aan de fiets, klaar voor vertrek

Na het opzetten en inrichten van de tent, een klusje van niet heel veel meer dan een kwartier, heb ik het sanitair even getest. De douche zag er uit alsof er al in geen jaren iets aan gedaan was, met roestplekken op de vloer, maar het was wel redelijk schoon. En belangrijker nog, er was een mengkraan, dus ik zou de volgende ochtend mijn gewenste koude douche kunnen nemen!

Na een ‘rustmomentje’ gepakt te hebben ging ik maar eens richting terras, ik had dorst, en een biertje zou er wel in gaan. Tot mijn verrassing zag ik vier bepakte vakantiefietsen staan, en de bijbehorende berijders zaten al op het terras, en waren inderdaad de vier fietsers die ik twee dagen geleden al was tegengekomen. Het werd tijd voor een wat uitgebreidere kennismaking. Agnes en André (een koppel), Hanny en Hans (geen koppel) uit Noord-Holland. Ze kenden elkaar van een fietsvakantie met Cycle Tours een jaar eerder, en hadden besloten deze keer zelf alles te regelen. Agnes en André hadden de route naar Parijs een jaar of vijf eerder al eens gefietst, maar vonden het leuk om hem nog eens te doen. Afgezien van Agnes, die na het weekend weer moest werken, zouden de andere drie na Parijs doorfietsen naar de kust, en daar dan noordwaarts gaan tot ze weer thuis waren.

Het was gezellig, en de pizza die werd gebakken in het restaurant smaakte prima, beter in elk geval dan de Dinantse pizza van de vorige dag, die me nogal zwaar was gevallen. A, A, H & H zouden de volgende dag ook naar Laon rijden, dus we zouden elkaar nog weer zien.

Na het eten even met het thuisfront gebeld, daar ging gelukkig alles goed, en ook ik kon geruststellende woorden spreken.

Gefietst 73 km, totaal 362 km.

Maandag 8 september – Laon

De dag van de reis naar Laon. In het routeboekje van PB stond aangegeven dat er sinds de eerste druk een extra mogelijkheid was ontwikkeld voor het laatste stuk, om zodoende de drukte en ongezelligheid van de voorsteden te missen. Wel zou deze aangepaste route 14 km langer zijn. Voor wat meer natuurschoon en rust leek me dat een schappelijke prijs.

Het was ook de dag van het passeren van de Belgisch-Franse grens. Was het passeren van de Nederlands-Belgische grens al nauwelijks te merken, bij deze overgang was er helemaal niets dat je duidelijk maakte een ander land binnen te rijden. Direct over het riviertje dat vermoedelijk de grens vormt moest ik rechtsaf het bos in, en vanaf dat moment ging het behoorlijk steil omhoog. En niet zo’n heel kort stukje ook. Ik had mijn longen al getest bij de koude douche, vanmorgen na het opstaan, dit was echt niet per se nodig.
Na de eerste klim bleef het een tijd vlak, maar er volgde toch ook zo nu en dan weer een klimmetje. Vaak kon je hem al zien aankomen en kon je tijdens de voorafgaande afdaling alvast vaart maken, maar soms ook moest je eerst in de remmen voor een haakse bocht, met direct daarop volgend een steil klimmend stuk. Dat voelde dan wel een beetje als jammer. Dat had beter gekund. 🙂

IMG_3674Een specialiteit van de streek waar ik vandaag door fietste (de Thiérache) zijn de Églises Fortifiées, de versterkte kerken. Kerken die als een fort zijn opgebouwd om de mensen te beschermen tegen agressieve ‘andersgelovigen’. Vaak voorzien van schietgaten en zeer dikke muren. Bijgaand exemplaar is die van Plomion. Het maken van de foto was een legitieme reden om de beklimming van de plaatselijke heuvel te onderbreken.

Volgens de routebeschrijving zou er vóór Laon nauwelijks nog gelegenheid zijn om boodschappen te doen, maar dat slaat vermoedelijk op de oorspronkelijke route, want in Marle kwam ik een redelijk uitgebreide Carrefour tegen, aan de overkant van de straat een Aldi, en in het centrum nog veel meer winkeltjes. Het was dorstig weer, en de Carrefour bood de gelegenheid tot het aanschaffen van gekoeld sinaasappelsap en fruit. Vermoedelijk ben ik daar op het kerkplein van Marle iets te enthousiast van gaan gebruiken, want mijn darmen lieten hun aanwezigheid later in de middag nadrukkelijk merken.

Het mooie van Laon is dat het op een heuvel gebouwd is en dat je het daardoor al van verre ziet liggen. Dat is ook tevens het nadeel, want als je het gevoel krijgt dat je er bijna bent is het best nog een aardig stukje rijden. In Laon braaf de bordjes richting camping gevolgd, maar dat had ik beter niet kunnen doen, want je gaat eerst vrij steil omhoog, en dan weer bijna net zo steil naar beneden voor je bij de ingang bent. Dat kan efficiënter, als je de kaart goed bekijkt.

Leerpuntje van vandaag is dat als de buitentent zo nat is als vanochtend (door kou/condens in dit geval)  het beter is om de binnentent niet in de buitentent te rollen, want nu was de hele boel doorweekt. Gelukkig was het lekker weer, zonnetje, windje, dus door de beide kanten van de tent open te zetten was het zo weer droog gewaaid. Maar als het regenachtig weer is komt je er zo uiteraard niet mee weg. Dus binnentent apart inpakken, en dan pas in de buitentent rollen is het devies. Of er helemaal niet in rollen, dat kan ook natuurlijk.

Ik was halverwege de middag al op de plaats van bestemming, dus een wandelingetje naar de middeleeuwse bovenstad van Laon leek me een goed plan. Dat pakte toch minder goed uit. Ten eerste wist ik niks beters te bedenken dan een route langs een drukke weg zonder voetpad (wel grotendeels met berm) en verder maakte de verwerking van het al eerder genoemde fruit en vruchtensap het wandelen ook niet echt tot een feest.

Terug op de camping een bescheiden maaltijd genoten, nog wat in mijn dagboekje geschreven en vroeg naar bed.

Gefietst 92 km, totaal 454 km

Ik bereikte vandaag trouwens een maximum snelheid van ruim 47 km/u, en harder dan dat heb ik deze periode niet gereden. Ik vond het eerlijk gezegd ook hard zat, want je ziet lang niet altijd ruim van te voren of de weg wel zo mooi egaal blijft, en voor je het weet duik je in een gat.

Dinsdag 9 september – Laon

Lekker uitslapen, want mijn rustdag. Wat in mijn geval betekent: om zeven uur opstaan. 🙂 Het was alweer mooi weer. Hoe is het toch mogelijk, zou je denken. Afgezien van de drie druppels regen in Dinant steeds rustig nazomerweer, met niet altíjd zon, maar vaak toch wel. Ook nauwelijks wind, niet altijd een vriend van fietsers, en voor zover er wind was waaide hij uit de goede hoek, voor mij dan.

Na het ontbijt kwam André (ja, het clubje van vier was ook gisteren weer op de camping aangekomen) vragen of ik soms zin had om met hem en Hans een wandeling naar de bovenstad te maken. Hij had van de campingbeheerder gehoord hoe je daar via een rustig wandelpad naar toe kon lopen. Dat leek me een leuk en gezellig plan.
De route was inderdaad een veel betere dan ik de dag ervoor zelf had bedacht, met wel als pièce de résistance een stevige klim vlak voor we bij de stadsmuur waren. In de stad gingen we op zoek naar een krant, in verband met de weersverwachting voor de komende dagen. Een Nederlandse vonden we niet, maar ik vond een Franse ook wel prima. De samenvatting van de verwachting: nog zeker tot aan het weekend goed weer, misschien op zondag een buitje. Dat gold dan wel voor de streek rond Laon, maar we gingen er maar van uit dat Parijs niet zover weg was dat de weerssituatie heel anders zou zijn.

2014-09-23 13.41.56

C’est moi!

Het werd tijd voor wat lekkers. Terras gevonden en koffie met tarte tatin besteld. Voor bijna een tientje de man niet heel goedkoop, maar het moet gezegd, de taart was heerlijk.

Nadat we de bestelling hadden opgegeven liep de man weg, zag mijn krant, kwam terug, pakte hem, sloeg twee bladzijden om, wees, en zei “C’est moi”

En inderdaad, hij was het. 🙂 Hij werd geciteerd in een artikel over sites/apps als Tripadvisor, met recensies die restaurants konden maken of breken. Kern van het verhaal: een slechte naam heb je zo, maar je bent er nog niet zo makkelijk weer vanaf.

 

De middag bracht ik door in het gezelschap van mijn ‘fietsvrienden’, hetgeen gezellig en lekker rustig was. Later boodschappen gedaan bij de Carrefour, op minder dan tien minuten fietsen, én voor het avondeten (sla, krieltjes en blokjes kaas ), én voor de proviand voor de volgende dag. Een beetje merkwaardig moment bij de kassa was toen bleek dat mijn blikje met olijven, bedoeld voor door de sla geen streepjescode bleek te hebben. Nou, die kon ik dan dus ook niet kopen, en de caissière legde hem resoluut opzij.

Na het eten hebben André en ik nog even een verkennende wandeling gemaakt om te zien of er rechts van de camping nou een manier was om de D1044 te bereiken. Dat zou namelijk de kortste (en ook gemakkelijkste, qua klimmen en dalen)  manier zijn om weer ‘en route’ te geraken. Het rondje om het meer leidde tot niets, maar de weg die stond aangeduid als doodlopend was om de dooie dood niet doodlopend (sorry, moest even) en kwam inderdaad op de D-weg uit. Een drukke weg weliswaar, maar veel meer dan 100 meter hoefden we er toch niet op te rijden.

Het was lekker om een dag even niets te hoeven, maar wat ik van tevoren niet verwacht had: voor de vermoeidheid was deze rustdag niet nodig geweest. Ik was aan het eind van elke fietsdag weliswaar redelijk moe bij aankomst, maar niet uitgeput, en de volgende ochtend was ik gewoon weer fris en energiek. Het eerder inlassen van een rustdag was in elk geval niet nodig geweest.

 

Woensdag 10 september – Pierrefonds

De voorlaatste fietsdag. Ik was om 4 uur eigenlijk al klaarwakker. Mijn rustdag kennelijk goed gebruikt. Nu wreekte het zich dat ik geen leesvoer bij me had. Ik speel op mijn Samsung telefoon 1 spelletje, namelijk 2048, en daarmee heb ik geprobeerd mezelf moe te maken, en toch uiteindelijk nog wat gedoezeld, maar uiteraard zat ik wederom mooi op tijd op de fiets. Kwart voor acht, valt nog tegen eigenlijk. 🙂
Het was fris overigens. Ik was van tevoren van plan geweest handschoenen mee te nemen, maar dat uiteindelijk toch vergeten. Nu had ik daar wel een beetje spijt van.

Volgens André, die de route dus al eerder gereden had, zouden er nog een paar pittige klimmetjes komen. De eerste kon ik na een kilometer of tien begroeten bij Prémontré. Terwijl ik de, voor mijn gevoel eindeloos lange, opgaande weg bereed zag ik uit mijn ooghoek de oude abdij voorbij glijden die tegenwoordig dienst doet als psychiatrische inrichting.

Later op de dag moest ik voor het eerst afstappen en wandelen voor een helling. Mijn excuus is dat het een heel smal weggetje was, en dat er een tegenligger in de vorm van een autootje van de Franse post aankwam. De bestuurder keek verontschuldigend, en dat pleitte uiteraard voor hem. Als je op zo’n steile helling eenmaal naast je fiets staat is fietsend weer op gang komen erg moeilijk, en ik heb het maar niet eens geprobeerd. Met de fiets aan de hand naar boven lopend is overigens niet eens zoveel makkelijker. Je gebruikt er in elk geval andere spieren bij.
In de loop van de tocht werden de heuvels milder, en er was zelfs een kilometers lang deel waarbij alleen maar gedaald werd. Dat voelt als een betere beloning voor klimactiviteiten dan de hellingen waar je met de hand aan de remmen steil naar beneden gaat en je bij voorbaat al weet dat er direct weer een klim gaat komen.

Vlak voor mijn eindbestemming in Pierrefonds was er nog één laatste stevige klim, maar met de versnelling op de op één na laagste stand was de top toch fietsend te halen. Daarna 2014-09-10 18.50.44ging het golvend in een min of meer rechte lijn naar Pierrefonds, met tenslotte een laatste bocht naar rechts, bergaf het stadje in en: wow! Het volle uitzicht op het kasteel van Pierrefonds met al zijn torentjes verraste me en de “wow” kwam daadwerkelijk uit mijn mond.

De foto is overigens later op de dag vanuit een andere hoek genomen.

Mijn vrees dat ik steil naar beneden Pierrefonds in zou rijden om daarna weer net zo steil omhoog naar de camping te moeten gaan werd niet bewaarheid. Ik bleef ‘op niveau’ en bereikte na een voorspoedige, zij het soms wat vermoeiende tocht om ongeveer 13 uur de camping al. Ik herkende de grote partytent waar stadgenoot John na zijn regentocht zijn tentje onder mocht opzetten. Ik voel me bijna bezwaard om te zeggen dat ik wederom prachtig weer had. Ik zocht een plekje met zoveel mogelijk gras, en zowel zon als schaduw. Dat is een voordeel van reizen in deze tijd van het jaar, er is plek zat.

In de loop van de middag het toeristische Pierrefonds bezocht. Tegen de tijd dat ik bij de ingang van het kasteel stond was het nog een half uur open, dus een bezoek moet een andere keer nog maar eens plaatsvinden.

Het was een korte fietsdag geweest, maar dat ging de volgende dag ruimschoots gecompenseerd worden.

’s Avonds in ‘bed’ terwijl het steeds donkerder werd klonken er ineens een soort van ‘oerwoudgeluiden’. Alsof ik middenin een dierentuin lag. Had ik de dierentuin gemist? Was er een circus neergestreken? Maar ineens had ik een ingeving. Het waren vast burlende herten. Ik had het nog nooit eerder gehoord, maar inderdaad, nu ik dit verslag maak check ik het eens, en precies zo klonk het. Na deze geruststellende gedachten kon ik lekker in slaap vallen.

Gefietst: 71 km, totaal 530 km (incl. 5 km in Laon voor de boodschappen)

 

Donderdag 14 september – Parijs/Versailles

Als er één ding te vertellen is over de start van deze dag dan is het: koud! Ik heb het in mijn slaapzak niet koud gehad. Ik had bij voorbaat al mijn thermohemd aangetrokken, en dat scheelde een stuk, al voelde ik de koude rits wel (daarover een andere keer meer). Na het opstaan bleek de temperatuur inderdaad behoorlijk gedaald, ik schat een graad op 3 of 4.
Dat leverde na het opbreken van de kletsnatte tent erg verkleumde vingers op, en het vooruitzicht daarmee te moeten gaan fietsen lokte niet erg, maar wachten tot het warmer werd vond ik ook geen optie. Dus onder de warme kraan nog even geprobeerd ze wat warmer te krijgen. Dat lukte wel enigszins, maar het effect was ook snel weer verdwenen.

Ik nam afscheid van André, die ik in de sanitaire ruimte nog even trof. Zij zouden vandaag een andere camping opzoeken zodat de kans dat we elkaar nog tegen gingen komen erg klein was.
De weg overgestoken, even de berm en wat bosschages door, en ik stond op het fietspad dat onderdeel was van mijn route. Op weg naar St. Jean aux Bois. Ik had mijn hemd nog even aangehouden, en dat was geen slecht idee. Nog geprobeerd mijn handen in de mouwen van mijn dunne hardloopjack te stoppen, maar daar waren de mouwen eigenlijk te kort voor.
De zon steeg steeds meer, zoals gebruikelijk, maar omdat ik door bossen reed had ik er vooralsnog weinig profijt van. Pas toen ik meer in de open ruimte kwam werd het gauw warmer en kon ik eerst mijn hemd, en later ook mijn jack uitrekken. (Ik geef toe dat de volgorde wat merkwaardig klinkt)

Mijn hoop dat ik voldoende plaatsen zou tegenkomen om te foerageren werd bewaarheid. De eerste supermarkt had een beperkt assortiment, maar fruit en croissantjes waren aanwezig. Later kwam ik nog een bakker met ‘echt’ brood tegen. Door een kleine kortsluiting in mijn hoofd was ik er ineens van overtuigd dat snijden (van brood) in het Frans quire was, en ik vroeg het bakkermeisje dan ook of het quire van de pain tot de mogelijkheden behoorde. Ze gaf geen krimp en na een korte aarzeling vroeg ze “en tranches?” (in plakjes), en ik zei verheugd dat dat de bedoeling was. Pas kilometers later realiseerde ik me dat ik haar had gevraagd het brood te koken, in plakjes. 🙂

Na het dorp met de bakker moest er weer eens stevig geklommen worden, en toen ik dat goed en wel achter de rug had stond er gewoon een hek op de weg: afgesloten. Ik zag zo gauw geen alternatief, dus ik dacht “dat zullen we nog wel eens zien” en reed toch door. Een juiste beslissing naar bleek, want hoewel de weg inderdaad zwaar gehavend was kon ik er toch redelijk overheen fietsen. Ik bereikte Vemars met een vrij uitgebreide nieuwbouwwijk (dat was ik deze reis in Frankrijk nog niet tegengekomen), en ook een supermarkt waar ik nog maar weer eens wat fruit en ook water scoorde. Ik vond het water dat in Pierrefonds uit de kraan kwam niet erg smakelijk, dus dit was een aangename aanvulling van de proviand.

Voor de zoveelste keer deze dag klom ik over een TGV-lijn, en daarna kwam de vliegtuigen van het vliegveld Charles de Gaulle steeds lager overzetten. Parijs naderde! Het vliegveld ligt overigens nog een flink eind van Parijs, maar dat mocht de pret niet drukken. Ook op de weg werd het steeds drukker, dus ik dacht dat het met de rust nu wel gedaan zou zijn. Dat viel echter alles mee, na het passeren van een paar dorpen ging de route rechtsaf, en ik reed weer in de rust, langs eindeloze maisvelden. Er was meer wind dan de afgelopen dagen, soms even tegen, maar meestentijds toch meer in de rug.

En eindelijk was daar dan het begin van het beroemde Canal de l’Ourcq. Beroemd in kringen van Parijsfietsers dan. Dit was namelijk het kanaal dat je zo goed als autovrij tot in het centrum van Parijs ging brengen. Vanaf het begin van het Canal was het nog 30 kilometer naar de Notre Dame. Dat was te overzien!
Het begon heel idyllisch. Stil, veel bomen, rustig water met waterlelies (of bedenk ik dat nu) en eenden. Geleidelijk werd de omgeving drukker, stadser. Het was soms even zoeken waar het fietspad zijn vervolg kreeg, en de beheerders van de route hadden de nare gewoonte om bij kruisingen met bijvoorbeeld voet- of andere fietspaden snelheidsremmers in het wegdek aan te brengen. Dat ging dan van hobbeldehobbeldehobbel over een stuk of vijf ribbels overdwars, eerst vóór de kruising, en daarna ook nog eens erna. Mijn achterwerk had er een mening over, die begon het sowieso een beetje zat te worden.

En dan is het klaar met het fietspad, en word je losgelaten op het echte Parijse verkeer. Gelukkig mag je gebruik maken van de busbanen (net als de taxi’s jammer genoeg) en dat maakt het toch nog relatief rustig fietsen door Parijs. Ik vond dat er goed rekening werd gehouden met mij als fietser, ook als ik links moest afslaan en daarvoor vanaf rechts een 2014-09-11 15.19.29stuk of vier, vijf banen moest kruisen. Mede dankzij vriend eTrex, toen nog wel, wist ik mijn weg naar de Notre Dame goed te vinden, en het was een mooi moment om op het plein vóór de kathedraal aan te komen. Na 110 km stond ik dan bij het officiële einde van de route.

De selfie van mij en de kathedraal is door de lichtval niet helemaal goed gelukt, maar de Notre Dame is in elk geval goed te herkennen. 🙂

Na het sturen van een sms-je aan het thuisfront (ik ben er!) vertelde ik mijn gps-apparaatje dat ik nu naar de Huttopia Camping bij Versailles wilde. Oké, dat kon, nog een kilometer of twintig fietsen werd er gemeld.

Het begon goed, en na wat gelinksrechts door de straten van Parijs reed ik over de Rue Lecourbe en gaf de eTrex instructie om linksaf de Rue de la Croix Nivert in te gaan. Ik zag niet direct waar dat was en ging te lang rechtdoor. Toen was de eTrex kennelijk beledigd, want hij raakte spoedig het spoor bijster en stopte er daarna gewoon helemaal mee. Met nog tien kilometer te fietsen (en al 120 km achter de rug) in een onbekende omgeving is dat niet heel fijn.
Na de magische handeling “batterijen eruit, batterijen erin” besloot hij het weer te willen proberen met me. En daar reden we weer. Tot hij probeerde me een autoweg op te dirigeren. Was hij toch nog boos? Ik besloot zijn advies niet te volgen, maar zag dat er aan de andere kant van de weg een fietspad werd aangelegd. Het was nog verboden erop te rijden, maar daar heb ik me maar even niets van aangetrokken. De route bracht me via Meudan met een zeer steile klim zoals ik die nog niet eerder had gehad en die me tot bosrotondeafstappen en wandelen dwong tot dicht bij Versailles, maar toen ik op een rotonde midden in het bos uitkwam met een stuk of zes ‘spaken’ was het geruime tijd onduidelijk welke afslag ik moest hebben. Het plaatje laat wel zien hoe ik even aan het dwalen was. Uiteindelijk toch gevonden, en hup, in het bos zeer steil naar beneden over een bospad bezaaid met keien. Ik durfde niet te fietsen, en wandelde voor de verandering maar weer eens een stukje.

Daar was de bewoonde wereld weer, maar de weg leidde me langs een nieuw stuk weg in aanbouw. En vanaf dat punt mocht ik het bos weer in, deze keer steil omhoog. Boven aangekomen zei de GPS “rechtdoor”. Maar er was geen rechtdoor meer, er was een ‘iets’ in aanbouw. Geen idee wat eerlijk gezegd, en ik was er ook niet in geïnteresseerd. Ik wist dat ik er vlakbij moest zijn, en dat ik het zat was, en dat ik niet wist hoe ik verder moest.

Een koppel met een paar honden die passeerden hadden zelfs nog nooit van de camping gehoord. Niet echt bemoedigend, maar een wat oudere heer had het idee dat hij wel wist waar het was. Hij liet me beter kijken en ik zag dat ik toch langs de versperring kon komen. Toen nog een halve kilometer fietsen, en hè hè, daar was dan eindelijk de ingang van de camping. Meer dan 130 kilometer na het vertrek uit Pierrefonds die ochtend was ik eindelijk op de plek van bestemming.

Gefietst 130 km, totaal 660 km.

Verblijf op Huttopia Versailles

IMG_3698Ik was vergeten hoe klein de plekjes op deze camping zijn. Op het kleine driehoekje ‘gras’ dat je hier ziet denken ze zo’n tien plekken te kunnen realiseren. Zo aan het einde van het seizoen is het zo’n punt niet, maar als het echt druk is kun je je toch niet voorstellen dat hier tien tenten plus vervoermiddel (vaak auto) staan. En voor deze zee aan ruimte betaal je dan € 29 per nacht!

 

Het grote pluspunt van de camping is de gemakkelijke bereikbaarheid van Parijs. Met krap tien minuten lopen sta je op het station Porchefontaine waar treinen gaan die je in een minuut of twintig min of meer onder de Eiffeltoren afzetten.

De vrijdag na mijn aankomst heb ik Parijs vooral wandelend bekeken, en alvast wat research gedaan voor mijn terugreis per trein. Ik zag dat ik redelijk eenvoudig met de fiets in de trein op Porchefontaine kon komen, maar waar kon ik de trein weer uit  en ook eenvoudig het station verlaten. Dat laatste was nog niet zo eenvoudig. Bijna overal trappen, maar geen liften of roltrappen. Openbaar vervoer en rolstoelen (om maar wat te noemen) zijn daar geen vrienden. Het station bij Musée d’Orsay bleek roltrappen te hebben, dus daar vestigde ik mijn hoop op.

Zaterdag heb ik onder andere het Louvre bezocht, daar was ik nog nooit geweest. Al ruim voor openingstijd posteerde zich een lange rij wachtenden voor de ingang, maar toen de deuren om 9 uur open gingen konden we toch vrij vlot naar binnen.

2014-09-13 09.53.32

Het werd snel duidelijk waar erg veel bezoekers als eerste op afstevenden, dat was namelijk het schilderij van de dame hiernaast.
Ik kreeg er geen speciaal gevoel bij. Je kunt er niet vlakbij komen, er zit een extra glazen beschermlaag voor, en door de drommen mensen is een ‘persoonlijke’ benadering nauwelijks mogelijk. Gelukkig was er nog heel veel meer te genieten in het museum.

 

Zelf vond ik een zelfportret van een al wat oudere Rembrandt een van de mooiste schilderijen die ik daar zag.

 

Zondag 14 september

De terugreis. Helaas niet per fiets, want dat was veruit het leukste geweest, maar de vakantiedagen waren op, dus er zat niet veel anders op, het werd de trein.
Omdat het goedkoper was, en ook omdat het me leuk leek had ik besloten om niet over Lille, maar via Maubeuge te reizen. In Maubeuge stap je dan weer eens op je fiets, rijdt naar Mons in België, en neemt daar de trein naar Brussel. Tot zover de theorie. Die overigens, dit ter geruststelling, wel voor een groot deel klopt. Maar mijn uitvoering ging hier en daar wat anders.

Het begon er al mee dat ik op het station van Musée d’Orsay ontdekte dat alle aanwezige roltrappen uit stonden. Dan merk je dat het nou ook weer niet zó erg is. Ik haalde de tassen van mijn fiets, bracht de fiets naar beneden, haalde de tassen, deed ze weer op de fiets, en… Shit, nog een trap, en een roltrap die het niet deed. Herhaling van het proces, en toen stond ik buiten, op straat. Het gebruik van mijn GPS-apparaat om het station Gare du Nord te vinden is nog weer een verhaal apart, laat ik volstaan met te zeggen dat het (uiteindelijk) prima lukte. Veel te vroeg was ik op het station, maar met wat koffie, broodjes en een krant kwam ik de tijd wel door.

De trein naar Maubeuge reed mooi op tijd, en zo stond ik om even na half een op het stationsplein van dit plaatsje. (En ja, ook hier weer trappen af en op)
Hoe nu naar Mons? Mijn routeboekje beschreef de weg naar Quevy, maar daar rijden op zondag geen treinen naar Brussel. Mons was ongeveer dezelfde kant op. Ik had helaas bij mijn voorbereidingen verzuimd om het adres van het station in Mons te noteren, en ik zag dat er meerdere stations waren waar ik uit kon kiezen. Ik koos er een.

IMG_3699De lange saaie N2 was gelukkig niet druk, maar leek wel de meest efficiënte manier om in Mons te komen. Het station dat ik had uitgekozen om naar toe te fietsen bleek uiteindelijk dat van Jemappes, een soort voorstadje van Mons te zijn. Teleurgesteld reed ik weer verder, het spoor volgend in de richting van het centrum. Dat spoor raakte ik vrij snel kwijt, en toen toch de GPS er maar weer bijgepakt. Mijn volgende gok qua station bleek hemelsbreed 3,5 km te zijn, maar over de weg 13 km. Daar had ik eigenlijk helemaal geen zin meer in. En ik wist ook niet eens zeker of dit wel het goede station was. Ik bedacht dat ik mogelijk ook vanaf Jemappes met de trein op het station van Mons zou kunnen komen. Terugfietsen, en ja, dat klopte. Sterker nog, de trein die ik naar Brussel zou nemen stopte ook in Jemappes! Op het moment dat ik dat ontdekte kwam er net een trein aan. Maar toen moest ik mijn fiets nog op het goede perron zien te krijgen, inderdaad, trap af, trap op. Dus deze trein ging aan mijn neus voorbij. De volgende, een uur later, wist ik ruimschoots te halen.

De instap was erg hoog, en toen ik goed en wel in de trein stond vond de conducteur (treinbegeleider in België) dat ik niet goed stond met mijn fiets, en daar had hij wel gelijk in. Ik probeerde hem in mijn beste Frans uit te leggen dat ik voor mezelf een kaartje had vanaf Mons, maar niet vanaf Jemappes, en dat ik voor mijn fiets nog helemaal geen kaartje had. Ineens bleek de beste man ook heel goed Nederlands te spreken, en vertelde me waar ik mijn fiets wel kon stallen, in een door hem persoonlijk afgesloten hokje. En die kaartjes, dat was wel goed zo!

En zo kwam ik toch nog in Brussel. Waar ik ontdekte dat Prorail in Nederland had besloten om in dit weekend spooronderhoud tussen Roosendaal en Dordrecht uit te voeren. Er was vervangend busvervoer. Gelukkig bleken het bussen te zijn die ook in staat waren om mijn fiets mee te nemen, en zo kwam ik iets anders en iets later dan ik van tevoren had bedacht in Nederland aan. In Zwijndrecht wel te verstaan, want dat was de bestemming van de bus. Maar van Zwijndrecht naar Dordrecht fietsen, dat doe ik zo vaak, dat had ik bijna met mijn ogen dicht kunnen rijden.

 

Terugblik

Kort samengevat: ik vond het geweldig!

Zoals ik al verwacht had vind ik het fijn om een tijdje alleen op reis te zijn.  Je bepaalt zelf waar je naar toe gaat, wanneer je wilt pauzeren, op welk plekje je je tent gaat opzetten, of je gezond zult eten of dat je het een beetje makkelijk houdt etc. etc.
Wat je mist is het samen genieten van een mooie omgeving, het later terugkijken op een gezamenlijke ervaring.

Mijn conditie viel me niks tegen. Na een kilometer of zestig vond ik mijn zadel vaak wel wat hard worden, maar tot echte problemen leidde dit niet. Vermoeidheid was er aan het eind van de dag wel een beetje, maar dat belemmerde me niet om na een poosje rusten toch nog een wandeling te gaan maken. En de volgende ochtend was ik gewoon weer fris en uitgerust.

Mijn uitrusting voldeed in de meeste gevallen aan mijn verwachtingen, al kan er altijd hier en daar nog wat verbeterd worden uiteraard. Mijn nieuwe slaapzak moet nog wel van een tochtslurf voorzien worden, want in een koude nacht voelde de rits niet zo fijn. De leverancier en ik zijn het nog niet eens over wie dat gaat betalen.
Over de MSR Hubba Hubba HP tent ben ik bijzonder tevreden. Qua grootte precies goed voor mij alleen, en erg makkelijk op te zetten en af te breken. Zware weersomstandigheden heb ik er nog niet in meegemaakt, of ik dan nog steeds zo tevreden ben zal nog moeten blijken.

Een klein zeurpuntje zijn mijn pannetjes. Ik heb een pannenset van Tefal, en op mijn benzinebrander glijden ze in elk geval niet zoals ze dat op mijn gasbrander wel deden. Maar het dekseltje voor op het grootste pannetje sluit zo precies in de pan dat je hem er bijna niet meer uitkrijgt. Onhandig.

Op een later moment ga ik mijn paklijst nog helemaal evalueren. Wat had ik toch wel graag bij me gehad (handschoenen!, iets te lezen), wat had ik net zo goed thuis kunnen laten (wat kleding, verder weet ik het even niet), en wat dient nog verbeterd te worden?

Ik laat het hier even bij. Als je het tot hier hebt volgehouden: knap! Ik kon/wilde niet minder woorden gebruiken. 🙂

20 reacties op Naar Parijs op de fiets

  1. Margriet schreef:

    Vandaag tijdens mijn siësta heb ik je verslag gelezen. Wat een leuke vakantiefietsweek heb je ervan gemaakt. Nu alvast wens ik je succes met de voorbereiding van je volgende tocht. Want je zult de smaak te pakken hebben, denk ik zo.

    • Jan schreef:

      Ik heb het lezen van je verslag met gemak tot het einde volgehouden, Peter! Leuk beschreven en het geeft me werkelijk een indruk hoe het moet zijn om zo’n fietstocht alleen te maken. Het heeft me doen besluiten wat serieuzer m’n plannen tot uitvoering te brengen, ergens volgend jaar (ik mik op voorjaar). Er zijn nog tal van praktische vragen die ik je zou willen stellen. Is het mogelijk je te mailen?
      Dank voor je leuke verslag!
      Groeten,
      Jan

  2. Bertie schreef:

    Wat leuk, zo’n fietsvakantieverslag! Ik heb al heel veel fietsvakanties gehad, maar nog nooit bedacht om dat schriftelijk vast te leggen. Was misschien toch wel leuk geweest. Fijn dat je zo’n voorspoedige tocht hebt gehad. Ik ben benieuwd naar je volgende reis, naar Wenen!

  3. Wendysolar1971 schreef:

    Wat een gave trip. Heerlijk zo’n vrijheid. Ik heb ook genoten van jouw verhaal.

  4. Hans Verbeek schreef:

    Mooie reis, Peter. Zoiets lijkt mij ook wel leuk om te doen, maar dan gewoon in NL en de overnachtingen in B&B’s of hotelletjes.
    (Heb niet je hele verhaal gelezen ;-), maar wel genoeg om geinspireerd te worden)

  5. john v duren schreef:

    hoi peter
    wat een prachtig verslag en sommige stukken heel herkenbaar ,de hekken over de weg’het afstappen enz ben blij dat jij iedergeval wat beter weer hebt gehad
    groet john
    ps. al nieuwe plannen ???

  6. Agnes Maas schreef:

    Hoi Peter,

    Wat leuk om als één van je vier fietsvrienden genoemd te worden in je verslag! Het is een ontzettend leuk verslag geworden en natuurlijk heel herkenbaar. Het was onze 2e keer dat we deze route gefietst hebben maar het blijft een prachtige tocht!
    Wie weet komen we elkaar nog eens op een volgende tocht tegen.

    Groeten, Agnes

  7. Trudi schreef:

    Heb erg genoten van je verhaal en zou graag ook zo,n fietstocht maken als het kon. Wat je beschrijft is zeer beeldend. Overigens, ik heb nog pannetjes. als je bij ons bent moet je maar even kijken of dat wat is.

  8. Go schreef:

    Hoi Peter,
    Op de valreep kan ik je nog even feliciteren! Bij deze dus, we proosten er nog een andere keer op.
    En wat een leuk verslag. Fijn dat je het zo goed hebt gehad en conditie en het weer niet tegen vielen. Ook erg leuk om op dit moment te lezen, de voor avond dat wij naar Parijs vertrekken. heel wat minder sportief maar daarom niet minder leuk, hoop ik 🙂
    heel veel groetjes, ook aan het thuisfront, Go

  9. Robin de Vries schreef:

    Het heeft even geduurd, maar ik heb je verslag eindelijk gelezen! Wat een leuk avontuur en misschien ook wel wat voor mij om ooit eens te doen.

    Groeten,
    Robin

  10. Adri schreef:

    Wat een verhaal, dat was duidelijk niet de laatste keer dat je zo op pad bent gegaan. De volgende keer zal het vast niet bij één weekje blijven. Ik zou alvast maar wat vrije dagen gaan sparen zodat er ook nog wat tijd overblijft om met Suzemarie op vakantie te gaan. En dan wacht ook nog Cambodja. En heb je nog wandelvrienden. Je hebt bijna geen tijd meer over om te werken.

    Ik ben benieuwd waar je volgende de fietstocht heen gaat. Praag?

    Groetjes,
    Adri

  11. max schreef:

    Leuk om te lezen. Ook handig voor jezelf die terugblik wat er anders had gekund. kijk op mijn site eens naar de review van de handschoenen. Ik heb dunne en dikke. Super handig want je kunt er alles mee bedienen, telefoon, navigatie etc. Kan er niet meer zonder in de UK en Schotland.

    Verder vroeg ik me af of je geen mummyliner gebruikt om dat van die rits niet te voelen?

    Gebruik je eigenlijk ook een kussentje voor onderweg? Welke? Ik keek vandaag naar Thermarest kussentjes en een andere.

    Fijn dat de tent zo goed bevalt 🙂 Ik kijk nog steeds naar die 950 gram tent 🙂

    • Peter schreef:

      Ik ga naar je handschoenentest kijken.
      Ik gebruikte een binnenslaapzak die in de slaapzak geritst is waardoor de buitenrits toch nog steeds voelbaar is. Voordeel is wel dat de binnenzak niet beweegt ten opzichte van de buitenzak.
      Ik ben tevoren nog wel op zoek geweest naar een kussentje, maar kon niets vinden dat me echt beviel. Dus ik gebruikte nu een kussensloop waar ik mijn fleecevest in propte. Een beetje hard, maar het went. 🙂 Als jij positieve ervaringen opdoet met een kussentje hoor ik het graag.

      • max schreef:

        Ik heb nog geen kussentje gekocht, er waren zoveel verschillende, ga eerst eens lezen wat mensen ervan vinden. Ik zag met vorm, zonder vorm, lucht of iets anders…. Genoeg om uit te kiezen. Die handschoenen zijn echt geweldig. Aanrader!!

  12. Tobias schreef:

    Hoi pap,

    Wat een heerlijke tocht en geweldig avontuur! Kan me voorstellen dat het fijn was zo met jezelf op pad te zijn. Ik vond het leuk je verslag te lezen omdat je me helemaal meeneemt in je beleving.

    Liefs en groetjes
    Tobias

  13. Margreet schreef:

    Wauw Peter, leuk en uitgebreid verslag! Chapeau hoor, zo in je eentje op fietsvakantie met alleen jezelf, zonder te kunnen overleggen en de ervaringen te delen. Dat doe ik je niet na!
    Wellicht kan ik je aan nog wat tips helpen: je had een paar sokken als handschoenen kunnen gebruiken en als je éénmaal stil staat op een helling kun je even ’n klein stukje terugfietsen en dan omdraaien 🙂
    En ja….die liften en roltrappen die er of niet zijn of niet werken zul je nog veel vaker tegenkomen met je bepakte fiets in stations. Helaas……
    Hartelijk moeten lachen om je gekookte brood. Super!
    Ik hoop dat je ~net als ik~ de smaak te pakken hebt van fietsvakanties en dat er nog veel mogen volgen. Er zijn nog zulke mooie routes. Je bent welkom om ervaringen uit te wisselen!
    M@rgreet

  14. Pingback: Fietsen naar Wenen, de voorbereiding (1) | Op blote voeten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *