Dag 8, naar de bijna te hoge camping

Omdat er weer flink hoge temperaturen verwacht werden wilde ik uiterlijk half zes op de fiets zitten. Dan is het al wel licht maar de temperatuur is op zijn laagst. Twintig graden in dit geval. Dat betekende dus uiterlijk vier uur opstaan. Dat lukte prima, en om 5.20 zat ik in het zadel. Na een korte klim naar de route kon ik verder gaan met de afdaling van de vorige dag, zo ongeveer tot Lac de Madine. Het was mooi om de zon boven het het meer, bijna uit het meer te zien opkomen.

Mijn gastheer van afgelopen dag had gezegd dat het naar de Moezel toe vrijwel helemaal vlak was. Dat was duidelijk vanuit het perspectief van de automobilist. Het golfde heel behoorlijk en ik kwam toch wel een paar adembenemende klimmetjes tegen. Tot het moment dat de afdaling naar het Moezeldal begon en ik kon genieten van het vrijwel vanzelf naar de Moezel toe rijden.

Onder een brug, dus in de schaduw, mijn laatste nectarine verorberd en ondertussen genoten van de rust die vaak van zo’n rivier uit gaat. De laatste keer dat ik de Moezel zag was vier jaar geleden, bij Koblenz, waar hij in de Rijn uitmondt. Ik was toen op de fiets onderweg naar Wenen.

Het was tien over half negen en de warmte was inmiddels goed voelbaar. Via een route min of meer langs de Moezel, soms op een fietspad erlangs, soms op een weg in de buurt, bereikte ik in de volle hitte Nancy. Duidelijk voelbaar is dat het in de stad nog weer een stuk warmer is dan erbuiten.

In het centrum een stukje gewandeld in de schaduw, met de fiets aan de hand, en kwam zo uiteindelijk op het veelgeroemde Place Stanislas.

De foto doet nauwelijks recht aan de indruk die het op me maakte.

Inmiddels had ik 75 km fietsen achter de rug en wist dat ik nu moest gaan beginnen aan het stuk waar ik al de hele dag tegenop gekeken had, de klim naar de camping. Met name de laatste km hakte er hard in. Met een gemiddeld stijgingspercentage van zo’n vijf procent langs een betrekkelijk drukke weg vrijwel zonder schaduw wist ik al na enkele meters dat ik dit niet fietsend voor elkaar ging krijgen. Maar lopen met een zware fiets aan de hand in de volle zon viel ook niet mee. Er bleken toch kleine plekjes schaduw te zijn en ik sleepte me van schaduw naar schaduw. Ik denk dat ik bijna oververhit was, maar langs die weg blijven staan was ook niet echt een optie.

Afijn, uiteindelijk toch aangekomen en na inschrijving op mijn plekje mijn stoeltje uitgepakt en in de schaduw gedronken en zoute dingetjes gegeten.

Ik heb besloten om vandaag nog een dag hier te blijven. Straks met de bus nog eens naar ‘downtown’ Nancy en toerist uithangen. Een ander besluit is dat ik zolang de hitte voortduurt ik mijn etappe-indeling zal aanpassen. De etappe van ruim honderd km van morgen knip ik in tweeën. Als dat uiteindelijk betekent dat ik een stukje met de trein moet gaan om op tijd in Avignon te zijn is dat maar zo.

Ik zie dat ik nalatig ben geweest met het vermelden van afstanden en totalen. Ik ha het uitzoeken, maar nu niet. Tijd voor het ontbijt. 🙂

1 reactie

  1. Oh dat herken ik. Lopen met de fiets is geen pretje. Toen ik naar Aken fietste heb ik zelfs op een klim de hond uit de kar gehaald. Het was zo warm ook. Veel plezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2020 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑