Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie dag 6

Ik had de dame van de camping duidelijk verkeerd begrepen (maar ja, mijn Frans is tamelijk rudimentair), die viswedstrijd was niet gisteravond, maar vanochtend. En wat een kabaal maken die lui, die staan over de vijver naar elkaar te schreeuwen. Ik dacht altijd dat er bij vissen een soort heilige stilte moest heersen.

Bij het inpakken van de spullen regende het helaas, en dat werd niet minder, maar meer. Ik besloot toch maar op de fiets te stappen, maar toen ik bij de weg aankwam en het bushokje aan de overkant van de weg zag was het besluit snel genomen. Afstappen, en de ergste regen even afwachten. Toch nog bijna drie kwartier.
In het bushokje had ik al ontdekt dat ik vergeten was om bidon en waterfles te vullen. In het eerste dorp waar ik door kwam trok ik mijn regenjack uit, en zag ik iemand die in zijn garage bezig was. Die heb ik gevraagd of hij mijn fles wilde vullen, en zowaar, hij begreep me.
Nu zou spoedig de klim naar het hoogste punt van de hele tocht (net onder de zeshonderd meter stond in het boekje) en dat vond ik zo vroeg op de dag wel een beetje heftig. Maar het ging soepeler dan ik vreesde. Volgens Strava ben ik niet hoger geweest dan 576 m, dus ik moet nog eens uitzoeken hoe dat zit. Zijn me nou een meter of twintig door de neus geboord?
Tijdens het fietsen heb ik nog even getwijfeld of ik een camping eerder zou stoppen, maar toen ik er eenmaal was ben ik gewoon doorgereden. Wonderlijk, die gedachte-experimenten.

Kort na deze camping kwam er nog een heel pittige klim die ik eigenlijk over het hoofd had gezien. Halverwege werd ik nog ingehaald vier stinkende motoren, dat had voor mij niet gehoeven.

Net toen het weer een beetje begon te spetteren was er een bushokje (foto), dat is toch wel een mooie uitvinding. De regen zette niet door, maar ik heb er toch maar even koffie gemaakt en een boterham gegeten.

Na nog wat heuveltjes belandde ik op een fietspad van tien kilometer dat was aangelegd op het tracé van een voormalige spoorbaan, en dan weet je al, het klimmen en dalen wordt nooit meer dan twee procent, want meer konden die oude locomotiefjes niet aan.

En zo kwam ik mooi op tijd op de camping van Bastogne aan. Tent eerst drogen (foto) en na het opzetten boodschappen doen. En niet te vergeten, de powerbank uit logeren brengen, die begon bedenkelijk leeg te worden, en aangezien mijn telefoon steeds sneller door zijn accu heengaat wordt die powerbank van steeds groter belang.

Morgen ga ik niet zoals ik eerst gepland had naar Montmédy, hoewel het een mooi plaatsje schijnt te zijn. Maar dat plaatsje is wel ‘boven’, net als de camping, en dat betekent in dit geval over een kilometer 12% klimmen, en dat nadat ik al tachtig km heb gefietst, die uiteraard ook niet plat zijn. Ik zie het niet zitten.

Ik ga nu naar iemand die zijn tuin via Welcome to my Garden (WTMG) beschikbaar stelt. Morgen meer daarover.

Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie dag 5

De scholieren waren inderdaad nog niet naar huis. Op een gegeven moment waren ze er ineens weer, maar wel een stuk rustiger, dus ik vermoed dat ze iets vermoeiends hadden gedaan. Ook vannacht heb ik ze niet gehoord, al scheelt het wel dat ze in houten huisjes/barakken sliepen.
Om bijna kwart voor negen zat ik op de fiets. In eerste instantie langs de naar mijn smaak te drukke weg, maar op een gegeven moment kwam ik in rustiger vaarwater.
Er moest geklommen worden, en stevig ook. Dat leverde soms mooie uitzichten op, maar over het algemeen zat ik vooral tussen de bomen. Er scheen zo nu en dan een zonnetje, maar door die bomen had ik daar niet altijd profijt van.
Toen ik het letterlijke hoogtepunt van de dag had bereikt (528 m) ging het naar beneden, heel lang, tot ik bijna 300 m lager was uitgedaald. Fijn, maar ook wel jammer, want je weet dat er nog een hoogste punt van bijna 600 m aan zit te komen (morgen).
Na passage van het plaatsje Stoumont (wel een apotheek en een handelaar in witgoed, maar geen supermarché) daalde het nog even door, maar na passage van het riviertje de Amblève gingen we weer omhoog, maar zo geleidelijk dat ik het aanvankelijk alleen maar op mijn Garmin zag.
Rond half één begon ik net een beetje trek te krijgen, en zie, daar was een restaurantje. Terwijl ik daar wat zat te eten en te drinken kwam de voorspelling uit die ik vanmorgen van iemand op de camping hoorde: om één uur gaat het stevig plenzen. Er stonden wel parasols, maar op de plek waar ik zat regende het er net onder door. Gelukkig was er ook nog een wel droge plek. Terwijl de ober mijn bestelling bracht raakte hij mijn parasol aan en kreeg prompt een hele plons water over zijn schouder. Hij was al niet het zonnetje in huis, maar dit deed er geen goed aan.
Ik had wat tegenstrijdige berichten gezien over de camping die ik voor vandaag in gedachten had. Wel open, niet open? Ik waagde het er op, en wel open. Het is, zou ik willen zeggen, een typisch lelijke Belgische camping, met vooral stacaravans. Ik mocht op het veldje aan de vijver staan, maar daar zou vanavond wel een viswedstrijd zijn. Nou zijn vissers meestal geen herrieschoppers dus het lijkt me geen probleem. Vooralsnog niemand met een hengel gezien, maar misschien zijn het nachtvissers. Toiletten zijn er wel (geen wc-papier) douches helaas niet. Maar als ik de toestand van de toiletten zie geloof ik niet dat ik er graag gedoucht zou hebben.
Morgen naar Bastogne, benieuwd wat ik daar weer tegenkom. De weersverwachting ziet er niet denderend uit, maar dit is toch niet de camping om op het mooie weer te gaan zitten wachten.

Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie dag 4

Ik was al rond een uur of zes wakker, maar toch nog even liggen dutten. Dankzij de peuter van de buren viel ik niet meer echt in slaap, wat er was weet ik niet, maar ze was niet echt tevreden. Alles op mijn gemakje ingepakt en rond acht uur was ik eigenlijk wel klaar. Toch nog even naar de bakker die altijd om acht uur op de camping komt, even wat eten, en om half negen was ik weg.

Het plan was om eerst naar Maastricht te fietsen. Als ik, zoals eigenlijk de bedoeling was, op dinsdag in Vaals was beland, zou ik via Aken zijn gegaan, dat is naast Maastricht het andere startpunt van de route naar Oloron-Sainte-Marie. Aken schijnt wel mooi te zijn, en ik was er nog nooit, dus dat moet dan maar een andere keer.
De tocht naar Maastricht verliep voorspoedig, er moest geklommen worden, tot uiteindelijk zo’n 140 meter hoog, heftig was het niet, maar daar had ik in Maastricht aangekomen al weer 100 meter van ingeleverd.
Vanaf deze plaats pakte ik de “routeverkorting” zoals het in het boekje heet, naar Clermont. Eerst een stuk langs de Maas tot Eijsden. Ik vroeg mij al af met welke brug ik die Maas over zou gaan, nou dat is pas bij Dun-sur-Meuse, daar zijn we nog lang niet. Kopje koffie in Eijsden, en als ze vlaai hadden gehad was ik vast gezwicht, maar in de apfelstrudel met slagroom en vanilleijs had ik geen zin.

In Clermont, “un des plus beaux villages de Wallonie” (een van de mooiste dorpen van Wallonië), dat u het even weet, kwam ik de ‘echte’ route tegen. En daarna werd het zo nu en dan echt buffelen. Ik had me van tevoren afgevraagd of ik wel goed voorbereid was op de Ardennen, nou die vraag kan ik voor de volle 100% negatief beantwoorden. Er waren klimmetjes bij van 8% en meer die ik niet in één keer haalde. Maar aan de pluszijde mag dan genoteerd worden dat ik uiteindelijk alles gehaald heb.
Ik was heel blij dat ik na zo’n 75 km en 746 hoogtemeters op de camping aankwam.

Het mij toebedeelde plekje liep nogal schuin af, en omdat ik geen zin had om de komende nacht steeds van mijn matje af te rollen, heb ik mij laten overzetten naar een andere plek.
Iets minder was dat er ook een grote groep scholieren op het terrein was, een jaar of dertien, veertien schat ik. Die maakten een hoop kabaal. Inmiddels zijn ze weg en hoor ik alleen nog het langsrazende verkeer en op andere momenten het beekje dat hier vlak langsstroomt. Volgens een van de medewerkers van de camping zijn ze, de scholieren, naar huis, maar ik heb daar geen vertrouwen in, ik zie nog allemaal kleding hangen in de huisjes/barakken die ze in gebruik hadden. We gaan het zien en eventueel horen.
Het weer, hoe zat het daar mee vandaag. Aanvankelijk half zon, half wolken, later betrok het meer en ging het ook wat regenen. Ik trok wel mijn regenjack aan, maar ik vond dat er te weinig viel voor mijn rainlegs. Nog weer later werd het droog en op de camping aangekomen scheen zelfs de zon.
Dat zette mij er toe aan om mijn shirt en onderbroek mee te nemen onder de douche, maar ondertussen is de zon weer weg, dus dat wordt vermoedelijk morgen drogen achterop de fiets. Moet het niet regenen natuurlijk.

Nu wordt het tijd dat ik iets ga eten, al heb ik niet veel trek. Mijn zin in ‘iets zouts’ heb ik al gestild met een klein zakje chips. Maar ik moet nog wel iets meer eten, anders kom ik morgen de volgende Ardenner heuvels niet op.

Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie dag 2

Wat een herrie gisteravond. Ik wilde best een beetje op tijd gaan slapen, maar een van de buurvrouwen had veel gespreksstof. Het hield maar niet op, of wacht, toch, om kwart voor tien was het klaar. Schappelijke tijd uiteindelijk, je kunt er niet met goed fatsoen iets van zeggen. Maar toen begonnen “de Suskes” als onderdeel van de dorpskermis. Rond één uur was het dan eindelijk stil. Daarvoor had ik wel wat liggen soezen, maar slapen was er niet echt bij. Rond zes uur, tenminste, toen werd ik er wakker van, ging het regenen. Toch een beetje jammer na zo’n mooie dag. Ik begon te twijfelen of ik niet nog een dag zou blijven, maar toen het even voor negen uur droog werd pakte ik snel mijn spullen in en ging op pad.Een klein uurtje later, ik had inmiddels mijn regenjack al een keer uit en weer aan gedaan, of omgekeerd, reed ik Limburg binnen, en heel snel daarna was er een restaurant. Tijd voor koffie, en voor waar Limburg beroemd om is.De komende kilometers waren niet erg interessant, vooral veel langs N- en A-wegen. Maar toen ik een puntje Duitsland aansneed werd het landelijker. Misschien wel wat te landelijk. Op een half verharde zandweg moest ik een grote plas passeren, en ik besloot dat via de akkerrand te doen. De klei die daar lag wurmde zich binnen de kortste keren tussen banden en spatborden en tussen velgen en remmen. Met veel moeite verwijderd, maar een paar honderd meter verder herhaalde zich dit verhaal. Teruggaan was geen optie, want dan kreeg ik weer met die eerste plas te maken.Toen deze plas met weer veel schoonmaakwerk gepasseerd was fietste ik weer verder. Hee, weer een plas, maar daar kan ik wel doorheen fietsen. Op het laatste moment stuurde ik in de richting van een stukje pad dat er wat steviger uitzag. Dat had ik niet moeten doen, want hup, daar ging Peter. Fiets weer vies, Peter vies. Ik kon er niet echt om lachen. Toen ik de trappers rond probeerde te draaien forceerde ik wellicht iets, want hij begon een raar geluid te maken. Toen ik beter keek zag ik dat de riem niet goed over het midden van het achtertandwiel zat. Ik kreeg het niet zomaar terug geduwd. Ik kwam tot de conclusie dat het alleen kon lukken als ik het wiel los zou halen, en dat kan alleen weer als ik de band leeg zou laten lopen. Nou ja, wat moest, dat moest dan maar. En het lukte! Wiel weer gemonteerd, band opgepompt, en gaan. De vraag was even waarheen. Ik hoopte op een camping niet te ver weg waar ik mijn fiets schoon zou kunnen spuiten. Het bleek dat natuurcamping De Krekelberg op een km of zes van mijn locatie was. Dat moest het dan maar worden.Ik kon de tent nog in lichte miezerregen opzetten, en zelfs het schoonspuiten van de fiets lukte, maar toen ik weer terug kwam bij de tent begon het te hozen, en dat is sindsdien niet meer opgehouden. Ik moet eigenlijk best wel nodig naar de wc, dus het moet maar gauw droog worden.

Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie dag 1

Ik zat vanmorgen rond kwart voor tien op de fiets. Dat was later dan ik bedoeld had, maar dat kwam uiteindelijk wel goed uit. Mijn jongste broer en zijn vrouw zijn ook net aan een fietsvakantie begonnen en sliepen in een b&b in Dordrecht. Toen zij vanmorgen de fietsen pakten bleek een van de banden lek, en zelfs nogal erg, er zat een scheurtje bij het ventiel. Dat is eigenlijk nauwelijks te repareren, dus een nieuwe band zou uitkomst moeten brengen, maar alle fietsenmakers hebben met elkaar afgesproken dat ze op maandag dicht zijn. Gelukkig bleek ik nog een band te hebben die ik achterliet op het tafeltje in de tuin. Dit resulteerde uiteindelijk in twee blije fietsende mensen.

Ik mag wel zeggen dat ik deze eerste dag erg geboft heb met het weer. Droog, zo nu en dan een beetje zon, later op de dag zelfs uitgesproken zonnig. Het was qua landschap niet alleen maar mooi. De Biesbosch uiteraard wel, en de Loonse en Drunense Duinen ook. Maar er waren rond de grotere plaatsen stukken die ik liever met de ogen dicht had gedaan.

Toen ik na ruim honderd km bij de geplande camping aankwam was de ingang lastig te vinden, ik vond het ook heel raar dat ik almaar geen andere mensen zag. Uiteindelijk kwam ik bij het toiletgebouw en daar vond ik het antwoord op mijn vragen. De camping was tenminste tot 1 juli dicht vanwege de nattigheid. Potverkaatje, wat nu. Ik overwoog even om er toch mijn tent op te zetten. Maar ik ontdekte al snel dat er op krap drie km afstand nog een camping was. Dat kon ik nog net opbrengen.

Morgen vanaf halverwege de middag wel regen en ’s avonds zelfs onweer. Dan hoop ik toch wel op de volgende camping te zijn. Afijn, we gaan het zien.

Op de fiets naar Oloron-Sainte-Marie, dag 0

Omdat ik graag met twee binnenbanden als reserve op reis ga, en ik er nog maar één had, fietste ik donderdag even langs een fietsenmaker hier vlakbij. Eenmanszaakje, ik was er nog nooit geweest, geen idee hoe hij als fietsenmaker is, maar in de aanschaf van een nieuwe biba (jargon) zit niet veel risico. Hij werd helemaal enthousiast over mijn fiets en dat pleitte natuurlijk al voor hem.

Hij begon over mijn buitenband die er wel een beetje craquelé uit begon te zien. En daar had hij wel gelijk in, ik had zelf ook al getwijfeld of ik hem zou vervangen, maar dit was net het zetje dat ik nodig had. Hij had hem niet op voorraad, maar kon hem bestellen en dan zou hij er de volgende dag zijn. En zowaar, dat was zo. Hij had nog geïnformeerd of hij hem er op zou leggen, maar dat aanbod sloeg ik overmoedig af. “Als er onderweg iets gebeurd moet ik het ook zelf kunnen” zo gaf ik als reden.

Dat was uiteraard een heel goede reden, maar wat heb ik vanmiddag moeten zwoegen om de band erom te krijgen. Hij was heel stug, en het advies dat ik ergens las of hoorde om er wat afwasmiddel op te doen zodat de band gemakkelijker over de rand van de velg zou glippen hielp wel wat, maar eigenlijk kwam ik gewoon spierkracht tekort. Het was ook zo dat ik eigenlijk twee handen nodig had, maar waar ik aan de ene kant terrein won verloor ik het weer aan de andere kant. Ik kwam eigenlijk handen te kort. Toen kwam ik op het idee om de band links met een sjorbandje stevig vast te zetten aan het wiel zodat ik nu met twee handen aan de andere kant mijn kippenkrachten kon loslaten. Dat werkte!

Daarna wel twee keer aan beide zijden van het wiel gecheckt of de binnenband niet klem zat tussen velg en buitenband en vervolgens het wiel weer in de fiets gezet en de band opgepompt.

Ik moet er niet aan denken dat ik dit onderweg ook moet doen, maar ik weet in elk geval dat ik het uiteindelijk voor elkaar kan krijgen!

De tassen zijn inmiddels grotendeels gepakt, dus zo goed als klaar voor vertrek. Morgen etappe 1!

LAW 4, Maarten van Rossumpad, etappe 1

Oktober vorig jaar kreeg ik van mijn oudste zoon en zijn vriendin het routeboekje van het Maarten van Rossumpad voor mijn verjaardag. Het was er nog niet van gekomen om er iets mee te doen, maar ik vond het nu toch wel eens tijd worden. En net zoals ik met mijn zoon ooit in een flink aantal jaren het Pelgrimspad van Amsterdam naar Den Bosch liep, zo is het ook nu de bedoeling om deze LAW samen te volbrengen. Als vader van een jong gezin zijn zijn mogelijkheden veel beperkter dan de mijne, maar dat geeft niet, zo hebben we voorlopig iets te doen.

Overigens, voor wie het zich afvraagt, de naam van de LAW heeft niets te maken met de hedendaagse geschiedkundige en Slimste Mens – jurylid (zijn achternaam schrijf je ook met een “e” en niet met een “u”), maar met de 16e-eeuwse legeraanvoerder met die naam.

We spraken rond half negen af op het station van Den Bosch, ieder vanuit zijn woonplaats. Dat werd iets later, maar goed negen uur waren we onderweg.
De weersverwachting was eerder in de week dusdanig dat ik me afvroeg of we het niet moesten uitstellen, maar gelukkig hebben we dat niet gedaan. Uiteindelijk werden we maar één keer door een bui overvallen, en die duurde ook maar heel kort. We hebben zelfs nog een poosje in de zon gelopen!

Na een kronkeltocht door de mooie Bossche binnenstad kwamen we wat meer aan de buitenrand. Steeds door rustige, groene wijken, langs diverse vijvers of meertjes. Onder andere langs de IJzeren Vrouw, waar ik, in tegenstelling de mannelijke pendant, nog nooit van gehoord had.

Op het eerste de beste stukje niet-verhard pad kwamen we deze jongedame tegen. Aanvankelijk leek ze ons nieuwsgierig tegemoet te treden, maar uiteindelijk zagen we er kennelijk toch te eng uit, en vluchtte ze de berm in, naar de betrekkelijke veiligheid van haar broer of zus die daar al op iets stond te kauwen.

Een minder aantrekkelijk stukje was waar we direct naast de A59 over de brug over het Diezerkanaal liepen. Dat was knap lawaaiig, maar het plaatsje Engelen waar we kort daarna doorheen liepen maakte veel goed. Enkele kilometers verder liepen we door de ‘kasteelwijk’ Haverleij, bijzondere architectuur kun je wel zeggen. Niet lang daarna kruisten we nogmaals het Diezerkanaal om er vervolgens ook een stuk langs te lopen. Een gravelpad met bijzonder veel plassen.
Weldra bereikten we nu de Maas, en het pad, dat door de uiterwaarden, vlak langs het water liep, was hier en daar bijzonder zompig.

De Maasoever bleek ruimte te bieden voor het nestelen van talloze oeverzwaluwen. Helaas is de kwaliteit van de foto niet zo denderend, maar als je goed kijkt kun je de nestgaatjes wel zien.
Het was de bedoeling dat we over een smalle landtong gingen lopen, zodat we links en rechts water zouden hebben, maar op de plek waar dat begon stond het water zo hoog dat er geen zichtbaar pad was. Je zag wel de plek aan de overkant waar het pad weer verder ging, maar omdat we niet goed konden inschatten hoe diep het zou worden hebben we er toch maar vanaf gezien en een parallel lopend fietspad genomen.

Ter hoogte van Oud-Empel maakte de inmiddels donkere bewolking zijn belofte waar, en begon het ineens stevig te plenzen. Vijf minuten later was prettiger geweest, want dan hadden we onder het viaduct van de A2 gestaan, maar ja, lieverkoekjes en zo …
De bui was overigens snel weer voorbij, en de laatste kilometers tot de bushalte in Empel ook. We zagen tijdens die laatste kilometers overigens wel veel konijntjes, zowel levende als dode. Voer voor roofvogels? We wisten het niet zo goed.

De bus kwam keurig op tijd en was zelfs iets te vroeg op het station, terwijl de trein die ik eigenlijk niet kon halen wat vertraging had, zodat ik uiteindelijk een half uur eerder in Dordrecht was dan ik had gedacht.

De eerste etappe is ons goed bevallen, hopelijk kunnen we later in het jaar er nog een vervolg aan breien.

Het langste natuurpad van Nederland etappe 32/31

Omdat ze weet dat ik graag in de natuur wandel kreeg ik vorig jaar van mijn vrouw dit boekje.

In 32 etappes wordt er dwars door Nederland gewandeld, van Delfzijl naar Goirle, even onder Tilburg. Het werd hoog tijd om er eens iets mee te doen, en omdat Delfzijl best wel ver weg ligt, als je het vanuit Dordrecht bekijkt, besloot ik aan het eind te beginnen. Op de website van Roots kun je de gpx-bestanden downloaden, en voor wandelen maakt de richting van het gpx-bestand niet uit.
De laatste twee etappes waren elk 11,6 km. Ik vond één etappe een beetje te weinig, en twee misschien een beetje veel. De langste afstanden die ik het afgelopen jaar wandelde waren over het algemeen niet meer dan een kilometer of 18. Maar ik vond dat ik het toch maar moest wagen, want anderhalve etappe werd logistiek weer wat ingewikkeld.

En zo checkte ik vanmorgen om 8:55 in bij NS om met korting te kunnen reizen. Dat begint officieel pas om 9:00 uur, maar je krijgt 5 minuten coulance, en dat kwam nu wel goed uit, want zo kon ik nog net de trein van 8:58 halen. Ja, ja, heel berekenend inderdaad. In Tilburg moest ik een kwartiertje wachten op bus 450 van De Lijn, dé Belgische busonderneming, die een retourdienst tussen Tilburg en Turnhout onderhoudt. Ik moest de laatste halte in Nederland uitstappen, en dat was wel goed opletten, want de haltes werden niet omgeroepen, noch getoond op een scherm. (Had je het dan niet aan de buschauffeur gevraagd, vroeg mijn vrouw, heel terecht, maar nee, ‘selluf doen’, dat zit diep geworteld.)

De eerste etappe begon vrijwel aan de bushalte, dus zoeken was niet nodig. Het was (nog) droog, wel fris, maar het was heerlijk wandelweer. Langs een mooie beukenlaan maakte ik de eerste meters, en beuken zijn in deze tijd van het jaar echt op hun mooist, met hun blaadjes heel teer, bijna doorschijnend.

Ik heb dit jaar al aardig wat wandelingen gemaakt, en als er een ding uitspringt, bij al die wandelingen, dan is het wel dat je er op sommige paden door de brede plassen bijna niet langs komt. Ik kan me niet heugen dat dat ooit eerder zo erg was. En net toen ik vanmorgen dacht dat het hier nogal meeviel met die plassen moest ik al weer de eerste omtrekkende bewegingen maken. Maar nog niets waar niet redelijk gemakkelijk langs te komen was. En of er nog niet genoeg water op de grond lag begon het tegen twaalf uur steeds donkerder te worden. Ik nog op de diverse apps kijken of er regen aan zat te komen. Nee hoor, gaat u rustig slapen, er is vooralsnog geen enkele reden … etc. Maar net als Colijn in 1940 zaten ook de buienradars er naast. Niet alleen regen, maar zelfs hagel werd mijn deel. Gelukkig slechts kleine hageltjes, en ook de regen was niet hard, maar alles bij elkaar toch wel ruim een half uur.

Het citaat van Colijn blijkt, zo las ik zojuist op de site isgeschiedenis.nl, niet letterlijk te kloppen, en ook wat uit de context te zijn gehaald. Arme Colijn. Ik laat het, met deze aanvulling, toch maar staan.

Terwijl ik behageld werd was ik inmiddels op een heel nat en modderig pad terecht gekomen. Ik groette een man die met een spade wat aarde stond weg te steken, en hij antwoordde met de tekst “De weg is wel slecht hoor”. Daar, waar hij de opmerking maakte, zag het er nog redelijk toegankelijk uit, maar toen ik een heel stuk verder was stonden plassen zo breed dat ik mijn sandalen uit trok (Oh, had je die aan dan? Kom ik nog op terug.) en barrevoets door de plassen waadde. Ook toen was het nog uitkijken geblazen, want de modder op de bodem van de plassen was hier en daar buitengewoon glibberig. Na deze escapade naderde het einde van de eerste etappe. Aan het Wilhelminakanaal, bij het plaatsje Biest-Houtakker (nee, ik ook niet), was een horeca-gelegenheid met de veelbelovende naam “De Gulle Brabander”. Dat leek me een ideale plek voor een kop koffie met appeltaart. De verwachtingen werden helaas niet helemaal waargemaakt, maar ik werd vriendelijk genoeg geholpen, en dat is ook wat waard.

En hup, weer verder, langs voornoemd kanaal, waar net een club roeiers in een “acht” vanaf de kant werden gecoacht. Ik vind zo’n acht altijd mooi om te zien, en omdat ze telkens weer moesten stoppen voor de volgende tactische aanwijzing, kon ik ze ook goed bijhouden.
Het volgende markante punt was het oversteken van de A58. Gelukkig was daar een brug voor neergelegd, en nog gelukkiger was er zelfs een steil trapje aan beide zijden van de brug voorzien zodat ik niet veel hoefde om te lopen. Na de oversteek bleef ik, met dank aan de wind die vandaag uit het zuidwesten kwam, de weg nog geruime tijd horen. Zelfs toen ik bij de eerste vennen bij Oisterwijk kwam hoorde ik in de verte nog het geraas. Onderdeel van de route was het pad om het Galgeven (denk even een koppelteken tussen Galge en ven). Dat ven is best vrij groot (16 ha lees ik net), dus een aardige omloop. Daar waar het pad het ven dicht naderde moest ik soms wat acrobatische toeren uithalen om nog enigszins droog aan de andere kant van een plas te komen, en ook hier was dat een keer dusdanig onmogelijk dat ik blootsvoets de plas trotseerde.

Ik had inmiddels een km of twintig achter de rug, en begon ik toch wel wat moe te worden. Mijn gedachte, tijdens de pauze bij de Gulle Brabander, dat ik wellicht nog voor vier uur in Oisterwijk zou kunnen inchecken, zodat ik ook nu weer met korting zou kunnen reizen, bleek hopeloos optimistisch gedacht. De afstand bleek langer dan ik dacht, al die plassen hielpen ook niet echt om het tempo erin te houden, en de vermoeidheid ging ook een rol spelen. Uiteindelijk heb ik nog net de trein van 17:14 gehaald. Ik was blij dat ik zat.

Ik heb het een prachtige wandeling gevonden, de natuur is echt op zijn mooist, en dankzij het koude voorjaar bloeide er volgens mij ook meer dan anders het geval zou zijn geweest. Het was in totaal ruim 26 km, en hoewel ik wel vermoeid was, en wat stijve spieren begon te krijgen, vond ik het mooi dat ik er überhaupt nog toe in staat was.

De volgende etappe gaat van Oisterwijk naar Liempde, dik 24 km, dus ook weer een aardig stuk. Hopelijk is het tegen de tijd dat ik die ga lopen wat warmer en zijn de paden droger.

Oh ja, ik zou nog op mijn sandalen terugkomen. Ik heb weliswaar een grote voorkeur voor blootsvoets wandelen, maar ik moet helaas ook erkennen dat er grenzen zijn aan wat mijn voeten aankunnen. Er zat bijvoorbeeld veel steenslag en grind in de paden van beide etappes. Dat loopt niet lekker, en zorgt er voor dat mijn voeten snel overprikkelt raken. Er waren echter ook zand- en graspaden, en daar heb ik veelal mijn sandalen uitgetrokken.

Hieronder nog wat foto’s. Jonge (rode) beukenblaadjes, bloeiende brem o.a.

Wordt er nog gefietst?

Mijn trouwe volgers maakten zich vast al ongerust, hij zal de fiets toch niet aan of in de wilgen hebben gehangen, hij laat ons toch niet aan ons lot over?
Ik maak me uiteraard geen illusies, mijn trouwe volgers hebben sinds de laatste fietsvakantie nauwelijks nog aan deze blog gedacht. Maar daar laat ik me niet door ontmoedigen uiteraard. Wie het leuk vindt leest verder, en de rest denkt, ja ja, nou weet ik het wel, hoe zeg ik het abonnement eigenlijk op?

Om op de vraag boven dit stukje terug te komen: jazeker! Ik heb ondanks alle nattigheid van afgelopen maanden nog nooit zoveel kilometers gemaakt zo vroeg in het jaar. Dat zegt overigens meer over die andere jaren dan over de afstanden in absolute zin. Strava houdt het keurig voor mij bij, en ik heb tot en met gisteren zo’n 570 km gefietst. Afgelopen donderdag reed ik een tocht door de Krimpenerwaard, het was heerlijk zonnig, maar er stond wel een stevige koude wind. Het laatste stuk van de ongeveer 100 km was ik er wel een beetje klaar mee, maar als je iets van trainingseffect wilt merken moet je naar mijn mening toch zo nu en dan iets verder gaan dan je comfortabel vindt.

Toen ik twee jaar geleden naar Rome fietste merkte ik toch wel dat ik in de voorgaande maanden te weinig kilometers gemaakt had. Dit jaar is het plan om via de route Langs Oude Wegen en Pelgrimssteden naar Zuid-Frankrijk te fietsen. In tegenstelling tot de Romereis kom ik nu al snel stevig klimwerk (in de Ardennen) tegen, dus op je gemakje er in komen is er eigenlijk niet bij. Dus dat is op zich al een reden om tijdig aan de conditie te schaven. Maar nog los daarvan is het goed te merken dat op mijn leeftijd (68) spierverlies sneller, en spieropbouw langzamer gaat.
Het is de bedoeling om op 17 juni te vertrekken, en de busreis terug gaat op 16 juli (of was het nou 17?) van Oloron-Ste-Marie.

Toen ik van de week die al genoemde fietstocht maakte merkte ik ongeveer 25 km voor het einde dat het stuurgedrag van mijn fiets wat vreemd begon te voelen. En toen ik in Lekkerkerk op het pontje over de Lek stond te wachten kneep ik eens in de voorband. En wat ik al vreesde bleek te kloppen: veel zachter dan toen ik vertrok. Ik kon er nog wel op fietsen, maar beter werd het uiteraard niet. Ik had bandenplakspullen en een reserveband bij me, maar ik had eigenlijk geen zin om in die open kale en vooral winderige vlakte van de Alblasserwaard de band te gaan vervangen. De laatste keer dat ik een lekker band had, jaren terug, had het me bovendien veel moeite gekost om de buitenband los te halen, hij had zich heel stevig aan de velg vastgeklemd.
Gelukkig kwam ik er toch mee thuis. Gisteren alsnog de binnenband uit de buitenband gehaald, en ondergedompeld in een emmer water. Geen luchtbelletjes! Was het dan toch het ventiel geweest dat niet goed vast zat? Ik liet de binnenband in opgepompte toestand een paar uur staan en dacht toen dat hij er nog net zo stevig/slap uitzag als toen ik hem neerzette. Dus weer gemonteerd en de fiets in de schuur gezet.
Vanmorgen bleek de band toch weer zacht, en heb ik uiteindelijk maar een nieuwe biba (zo noemen sommige fietsers dat ja) gemonteerd. Groot pluspunt van deze operaties is dat ik weer meer vertrouwen heb dat ik in staat ben om onderweg banden te vervangen. Je krijgt er alleen wel vieze handen van. Dat is thuis niet erg, maar onderweg wel onhandig, dus ik ga maar eens achter latex handschoentjes aan.

De kop

is er weer af, zeggen we dan. Vorig jaar begon ik op 1 januari met een poging om dagelijks, wat ook alweer?, minstens een uur te wandelen geloof ik. Dat hield ik vol tot 8 maart, toen mijn knie vond dat ik het wat rustiger aan moest doen. Ik baalde er wel van, maar ik kan zulke dingen ook wel weer relativeren. En gelukkig deed rust wat het moest doen, mijn knie herstelde zich weer. Of mijn eenmalig bezoek aan de fysio daar iets aan heeft bijgedragen zal wel altijd een mysterie blijven.

Omdat ik het niet laten kan zadel ik mezelf toch weer op met een nieuw soort zelfbedachte challenge: dagelijks ‘moet’ ik iets sportiefs doen. Wandelen, fietsen, hardlopen, sportschool. Ik stel geen eisen aan de omvang per dag, alleen maar dát ik iets doe.

Daarnaast heb ik me voorgenomen om komend jaar 10.000 km te fietsen en 1.000 km te wandelen. Met name dat eerste lijkt gezien de resultaten van de laatste jaren vrijwel onhaalbaar, maar ja, een uitdaging moet wel iets voorstellen uiteraard, want anders is het geen uitdaging.

Ik ben in elk geval op deze eerste dag van het nieuwe jaar 2024 begonnen met een bescheiden tochtje van ruim 17 km, ondanks wind (ZW 4 zegt de weer-app) en geregelde buien. Ik zat om zeven uur op de fiets, en toen was het uiteraard nog donker, maar wetende dat het er later op de dag niet meer van zou komen moest het toch maar. Toen ik een uur later weer thuis kwam begon het te ‘dagen in het oosten’.

« Oudere berichten

© 2024 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑