Auteur: Peter (Pagina 1 van 62)

Het langste natuurpad van Nederland etappe 32/31

Omdat ze weet dat ik graag in de natuur wandel kreeg ik vorig jaar van mijn vrouw dit boekje.

In 32 etappes wordt er dwars door Nederland gewandeld, van Delfzijl naar Goirle, even onder Tilburg. Het werd hoog tijd om er eens iets mee te doen, en omdat Delfzijl best wel ver weg ligt, als je het vanuit Dordrecht bekijkt, besloot ik aan het eind te beginnen. Op de website van Roots kun je de gpx-bestanden downloaden, en voor wandelen maakt de richting van het gpx-bestand niet uit.
De laatste twee etappes waren elk 11,6 km. Ik vond één etappe een beetje te weinig, en twee misschien een beetje veel. De langste afstanden die ik het afgelopen jaar wandelde waren over het algemeen niet meer dan een kilometer of 18. Maar ik vond dat ik het toch maar moest wagen, want anderhalve etappe werd logistiek weer wat ingewikkeld.

En zo checkte ik vanmorgen om 8:55 in bij NS om met korting te kunnen reizen. Dat begint officieel pas om 9:00 uur, maar je krijgt 5 minuten coulance, en dat kwam nu wel goed uit, want zo kon ik nog net de trein van 8:58 halen. Ja, ja, heel berekenend inderdaad. In Tilburg moest ik een kwartiertje wachten op bus 450 van De Lijn, dé Belgische busonderneming, die een retourdienst tussen Tilburg en Turnhout onderhoudt. Ik moest de laatste halte in Nederland uitstappen, en dat was wel goed opletten, want de haltes werden niet omgeroepen, noch getoond op een scherm. (Had je het dan niet aan de buschauffeur gevraagd, vroeg mijn vrouw, heel terecht, maar nee, ‘selluf doen’, dat zit diep geworteld.)

De eerste etappe begon vrijwel aan de bushalte, dus zoeken was niet nodig. Het was (nog) droog, wel fris, maar het was heerlijk wandelweer. Langs een mooie beukenlaan maakte ik de eerste meters, en beuken zijn in deze tijd van het jaar echt op hun mooist, met hun blaadjes heel teer, bijna doorschijnend.

Ik heb dit jaar al aardig wat wandelingen gemaakt, en als er een ding uitspringt, bij al die wandelingen, dan is het wel dat je er op sommige paden door de brede plassen bijna niet langs komt. Ik kan me niet heugen dat dat ooit eerder zo erg was. En net toen ik vanmorgen dacht dat het hier nogal meeviel met die plassen moest ik al weer de eerste omtrekkende bewegingen maken. Maar nog niets waar niet redelijk gemakkelijk langs te komen was. En of er nog niet genoeg water op de grond lag begon het tegen twaalf uur steeds donkerder te worden. Ik nog op de diverse apps kijken of er regen aan zat te komen. Nee hoor, gaat u rustig slapen, er is vooralsnog geen enkele reden … etc. Maar net als Colijn in 1940 zaten ook de buienradars er naast. Niet alleen regen, maar zelfs hagel werd mijn deel. Gelukkig slechts kleine hageltjes, en ook de regen was niet hard, maar alles bij elkaar toch wel ruim een half uur.

Het citaat van Colijn blijkt, zo las ik zojuist op de site isgeschiedenis.nl, niet letterlijk te kloppen, en ook wat uit de context te zijn gehaald. Arme Colijn. Ik laat het, met deze aanvulling, toch maar staan.

Terwijl ik behageld werd was ik inmiddels op een heel nat en modderig pad terecht gekomen. Ik groette een man die met een spade wat aarde stond weg te steken, en hij antwoordde met de tekst “De weg is wel slecht hoor”. Daar, waar hij de opmerking maakte, zag het er nog redelijk toegankelijk uit, maar toen ik een heel stuk verder was stonden plassen zo breed dat ik mijn sandalen uit trok (Oh, had je die aan dan? Kom ik nog op terug.) en barrevoets door de plassen waadde. Ook toen was het nog uitkijken geblazen, want de modder op de bodem van de plassen was hier en daar buitengewoon glibberig. Na deze escapade naderde het einde van de eerste etappe. Aan het Wilhelminakanaal, bij het plaatsje Biest-Houtakker (nee, ik ook niet), was een horeca-gelegenheid met de veelbelovende naam “De Gulle Brabander”. Dat leek me een ideale plek voor een kop koffie met appeltaart. De verwachtingen werden helaas niet helemaal waargemaakt, maar ik werd vriendelijk genoeg geholpen, en dat is ook wat waard.

En hup, weer verder, langs voornoemd kanaal, waar net een club roeiers in een “acht” vanaf de kant werden gecoacht. Ik vind zo’n acht altijd mooi om te zien, en omdat ze telkens weer moesten stoppen voor de volgende tactische aanwijzing, kon ik ze ook goed bijhouden.
Het volgende markante punt was het oversteken van de A58. Gelukkig was daar een brug voor neergelegd, en nog gelukkiger was er zelfs een steil trapje aan beide zijden van de brug voorzien zodat ik niet veel hoefde om te lopen. Na de oversteek bleef ik, met dank aan de wind die vandaag uit het zuidwesten kwam, de weg nog geruime tijd horen. Zelfs toen ik bij de eerste vennen bij Oisterwijk kwam hoorde ik in de verte nog het geraas. Onderdeel van de route was het pad om het Galgeven (denk even een koppelteken tussen Galge en ven). Dat ven is best vrij groot (16 ha lees ik net), dus een aardige omloop. Daar waar het pad het ven dicht naderde moest ik soms wat acrobatische toeren uithalen om nog enigszins droog aan de andere kant van een plas te komen, en ook hier was dat een keer dusdanig onmogelijk dat ik blootsvoets de plas trotseerde.

Ik had inmiddels een km of twintig achter de rug, en begon ik toch wel wat moe te worden. Mijn gedachte, tijdens de pauze bij de Gulle Brabander, dat ik wellicht nog voor vier uur in Oisterwijk zou kunnen inchecken, zodat ik ook nu weer met korting zou kunnen reizen, bleek hopeloos optimistisch gedacht. De afstand bleek langer dan ik dacht, al die plassen hielpen ook niet echt om het tempo erin te houden, en de vermoeidheid ging ook een rol spelen. Uiteindelijk heb ik nog net de trein van 17:14 gehaald. Ik was blij dat ik zat.

Ik heb het een prachtige wandeling gevonden, de natuur is echt op zijn mooist, en dankzij het koude voorjaar bloeide er volgens mij ook meer dan anders het geval zou zijn geweest. Het was in totaal ruim 26 km, en hoewel ik wel vermoeid was, en wat stijve spieren begon te krijgen, vond ik het mooi dat ik er überhaupt nog toe in staat was.

De volgende etappe gaat van Oisterwijk naar Liempde, dik 24 km, dus ook weer een aardig stuk. Hopelijk is het tegen de tijd dat ik die ga lopen wat warmer en zijn de paden droger.

Oh ja, ik zou nog op mijn sandalen terugkomen. Ik heb weliswaar een grote voorkeur voor blootsvoets wandelen, maar ik moet helaas ook erkennen dat er grenzen zijn aan wat mijn voeten aankunnen. Er zat bijvoorbeeld veel steenslag en grind in de paden van beide etappes. Dat loopt niet lekker, en zorgt er voor dat mijn voeten snel overprikkelt raken. Er waren echter ook zand- en graspaden, en daar heb ik veelal mijn sandalen uitgetrokken.

Hieronder nog wat foto’s. Jonge (rode) beukenblaadjes, bloeiende brem o.a.

Wordt er nog gefietst?

Mijn trouwe volgers maakten zich vast al ongerust, hij zal de fiets toch niet aan of in de wilgen hebben gehangen, hij laat ons toch niet aan ons lot over?
Ik maak me uiteraard geen illusies, mijn trouwe volgers hebben sinds de laatste fietsvakantie nauwelijks nog aan deze blog gedacht. Maar daar laat ik me niet door ontmoedigen uiteraard. Wie het leuk vindt leest verder, en de rest denkt, ja ja, nou weet ik het wel, hoe zeg ik het abonnement eigenlijk op?

Om op de vraag boven dit stukje terug te komen: jazeker! Ik heb ondanks alle nattigheid van afgelopen maanden nog nooit zoveel kilometers gemaakt zo vroeg in het jaar. Dat zegt overigens meer over die andere jaren dan over de afstanden in absolute zin. Strava houdt het keurig voor mij bij, en ik heb tot en met gisteren zo’n 570 km gefietst. Afgelopen donderdag reed ik een tocht door de Krimpenerwaard, het was heerlijk zonnig, maar er stond wel een stevige koude wind. Het laatste stuk van de ongeveer 100 km was ik er wel een beetje klaar mee, maar als je iets van trainingseffect wilt merken moet je naar mijn mening toch zo nu en dan iets verder gaan dan je comfortabel vindt.

Toen ik twee jaar geleden naar Rome fietste merkte ik toch wel dat ik in de voorgaande maanden te weinig kilometers gemaakt had. Dit jaar is het plan om via de route Langs Oude Wegen en Pelgrimssteden naar Zuid-Frankrijk te fietsen. In tegenstelling tot de Romereis kom ik nu al snel stevig klimwerk (in de Ardennen) tegen, dus op je gemakje er in komen is er eigenlijk niet bij. Dus dat is op zich al een reden om tijdig aan de conditie te schaven. Maar nog los daarvan is het goed te merken dat op mijn leeftijd (68) spierverlies sneller, en spieropbouw langzamer gaat.
Het is de bedoeling om op 17 juni te vertrekken, en de busreis terug gaat op 16 juli (of was het nou 17?) van Oloron-Ste-Marie.

Toen ik van de week die al genoemde fietstocht maakte merkte ik ongeveer 25 km voor het einde dat het stuurgedrag van mijn fiets wat vreemd begon te voelen. En toen ik in Lekkerkerk op het pontje over de Lek stond te wachten kneep ik eens in de voorband. En wat ik al vreesde bleek te kloppen: veel zachter dan toen ik vertrok. Ik kon er nog wel op fietsen, maar beter werd het uiteraard niet. Ik had bandenplakspullen en een reserveband bij me, maar ik had eigenlijk geen zin om in die open kale en vooral winderige vlakte van de Alblasserwaard de band te gaan vervangen. De laatste keer dat ik een lekker band had, jaren terug, had het me bovendien veel moeite gekost om de buitenband los te halen, hij had zich heel stevig aan de velg vastgeklemd.
Gelukkig kwam ik er toch mee thuis. Gisteren alsnog de binnenband uit de buitenband gehaald, en ondergedompeld in een emmer water. Geen luchtbelletjes! Was het dan toch het ventiel geweest dat niet goed vast zat? Ik liet de binnenband in opgepompte toestand een paar uur staan en dacht toen dat hij er nog net zo stevig/slap uitzag als toen ik hem neerzette. Dus weer gemonteerd en de fiets in de schuur gezet.
Vanmorgen bleek de band toch weer zacht, en heb ik uiteindelijk maar een nieuwe biba (zo noemen sommige fietsers dat ja) gemonteerd. Groot pluspunt van deze operaties is dat ik weer meer vertrouwen heb dat ik in staat ben om onderweg banden te vervangen. Je krijgt er alleen wel vieze handen van. Dat is thuis niet erg, maar onderweg wel onhandig, dus ik ga maar eens achter latex handschoentjes aan.

De kop

is er weer af, zeggen we dan. Vorig jaar begon ik op 1 januari met een poging om dagelijks, wat ook alweer?, minstens een uur te wandelen geloof ik. Dat hield ik vol tot 8 maart, toen mijn knie vond dat ik het wat rustiger aan moest doen. Ik baalde er wel van, maar ik kan zulke dingen ook wel weer relativeren. En gelukkig deed rust wat het moest doen, mijn knie herstelde zich weer. Of mijn eenmalig bezoek aan de fysio daar iets aan heeft bijgedragen zal wel altijd een mysterie blijven.

Omdat ik het niet laten kan zadel ik mezelf toch weer op met een nieuw soort zelfbedachte challenge: dagelijks ‘moet’ ik iets sportiefs doen. Wandelen, fietsen, hardlopen, sportschool. Ik stel geen eisen aan de omvang per dag, alleen maar dát ik iets doe.

Daarnaast heb ik me voorgenomen om komend jaar 10.000 km te fietsen en 1.000 km te wandelen. Met name dat eerste lijkt gezien de resultaten van de laatste jaren vrijwel onhaalbaar, maar ja, een uitdaging moet wel iets voorstellen uiteraard, want anders is het geen uitdaging.

Ik ben in elk geval op deze eerste dag van het nieuwe jaar 2024 begonnen met een bescheiden tochtje van ruim 17 km, ondanks wind (ZW 4 zegt de weer-app) en geregelde buien. Ik zat om zeven uur op de fiets, en toen was het uiteraard nog donker, maar wetende dat het er later op de dag niet meer van zou komen moest het toch maar. Toen ik een uur later weer thuis kwam begon het te ‘dagen in het oosten’.

Verhuizing site

Binnenkort gaat de site verhuizen naar een nieuwe provider. Het kan zijn dat er daardoor een verminderde bereikbaarheid zal ontstaan. Ik heb geen ervaring met het verhuizen van sites, dus er kan ook zomaar van alles fout gaan. :-/

Zodra de boel rond is zal ik het hier melden.

Klein rondje NL, dag 3, 4 en 5

Als ik niet alleen op pad ben is de afleiding groter en vergeet ik eerder mijn verhaaltje te schrijven, zo blijkt. Laat ik het toch even afronden.

Op de camping van Gemonde maakten we ons inmiddels al weer wat geroutineerder klaar voor vertrek, en om even voor tien uur zaten we al op de fiets. Het was een grotendeels fraaie tocht, en met name het stuk langs de Herperduinen was erg mooi. Bij de brug langs de A50 over Maas werd ik wat in verwarring gebracht. De geplande route wilde ons over het westelijke fietspad naar de andere kant laten rijden, terwijl een eenrichtingsbord duidelijk aangaf dat dat niet de bedoeling was. Tegelijkertijd werd wel duidelijk dat het volgen van het oostelijke fietspad het aan de andere kant iets ingewikkelder zou maken om weer op de route te komen. Dit toch maar gedaan. Terwijl we over de brug reden zag ik aan de andere kant over het fietspad nauwelijks enig verkeer rijden, dus vermoedelijk hadden we zonder al te veel overlast te veroorzaken daar best kunnen rijden.

In het Land van Maas en Waal aangekomen zagen we donkere wolkenpartijen hangen waarbij het ons niet meteen duidelijk was of we daar wel of niet last van zouden krijgen. Toen de eerste druppels vielen trokken we toch maar ons regenjack aan, maar uiteindelijk viel het allemaal reuze mee. In Druten aangekomen deden we bij een AH waar we toevallig langsreden wat boodschappen, en in het plaatsje zelf lunchten we in een restaurantje tegenover de kerk een eenvoudig hapje. Daarna reden we door naar het pontje dat ons overzette over de Waal. Vervolgens was het nog een km of tien naar de camping bij Kesteren. Ik had nog per e-mail aan beheerder/eigenaar Erik gevraagd of de trekkershut soms vrij was, maar we bleken aan te komen op de enige dag deze week dat hij al gereserveerd was. Dan toch maar de tent opgezet. Het was een stuk rustiger op het trekkersveld dan in de week dat ik er met S. had gestaan, alleen in ‘ons’ hoekje stond een jong gezin. ’s Avonds fietsten we nog naar Rhenen, over de Rijnbrug, want het pontje gaat na zes uur niet meer, en aten er een smakelijk pizza.

Voor de donderdag werd er nogal wat regen verwacht, met name in het zuiden, al was niet helemaal duidelijk waar de scheidslijn tussen nat en droog zou komen te liggen. Omdat we geen zin hadden in een dag fietsen in de regen, en omdat we er ook wel aan toe waren, besloten we de plannen aan te passen. Donderdag zouden we een rustdag houden, vrijdag zouden we proberen naar Dordrecht te fietsen, een afstand van krap tachtig kilometer.

Afgezien van een klein buitje bleef het donderdag de hele dag droog, sterker nog, in de loop van de middag kwam de zon er steeds meer bij. We hadden besloten om lopend naar Rhenen te gaan, al was het maar om nieuwe koffiezakjes te kopen. We wandelden deels langs een klompenpad naar het pontje en lieten ons overzetten. Aan de overkant aangekomen dronken we eerst een kop koffie bij “Moeke” en liepen daarna Rhenen in. De Cunerakerk was helaas niet open, maar de Jumbo wel, dus de wens om nieuwe koffiezakjes te kopen kon worden vervuld. Vervolgens besloten we naar het oorlogskerkhof op de Grebbeberg te lopen. A. was daar nog nooit geweest.  Dit soort locaties, met al die gelijkvormige grafsteentjes keurig in het gelid, waar heel veel jonge mensen begraven liggen, maken toch altijd weer veel indruk. Ook de kleine tentoonstellingsruimte met een aantal persoonlijke verhalen blijft bijzonder.
Daarna moesten we weer in de benen, want we wisten dat het laatste pontje rond half zes ging, en dat wilden we niet missen, Teruggekomen op de camping bleken we 16 km te hebben gewandeld, hoezo rustdag. 🙂
Ondanks de vermoeienissen van de dag was A. bereid om nog op de fiets te klimmen om voor ons beiden een bakje patat te scoren in het dorp. Ze was net op tijd terug, want toen viel er alsnog een behoorlijke bui. We konden echter lekker droog zitten op de veranda van de inmiddels vrijgekomen trekkershut.

Vrijdag fietsten we, aanvankelijk in de mist, inderdaad het hele stuk terug naar huis. Inclusief de kleine omweg om bij Caatje aan de Lek (even na Culemborg) koffie te kunnen drinken was dat 79 km. A. wist van tevoren niet dat ze het kon, maar het ging eigenlijk prima. In het kader van de nostalgie reden we in Culemborg nog even langs het huis waar ik begin jaren tachtig kortstondig woonde.
Het was voor het eerst dat ik de app Komoot gebruikte om een route te plannen, maar dat pakte eigenlijk best goed uit. Het eerste stuk, fietspad langs een vrij drukke provinciale weg, en een stuk bijna op het einde, fietspad langs de A15, waren nog het minst, maar toch veel rustige weggetjes waar het aangenaam fietsen was,

A. en ik zijn tot de conclusie gekomen dat we het beiden erg leuk hebben gevonden, en dat we van plan zijn om er volgend jaar een vervolg aan te geven.

Klein rondje NL dag 1 en 2

Al lang geleden, voor de zomer nog denk ik, vroeg mijn dochter of ik zin had om met haar op een bescheiden fietsvakantie te gaan. En uiteraard leek me dat een heel goed en leuk idee. Ik vond het lastig inschatten hoe lang dagetappes zouden kunnen zijn, niet zozeer qua conditie, maar vooral ook qua zitvlees. Ik ging voorlopig uit van maxima van rond de zestig km.

Ik bedacht een rondje waarbij we thuis (d.w.z. mijn huis) zouden vertrekken en weer terugkeren, dus geen gedoe met treinen en zo.

Gisteren gingen we op pad, eindbestemming was natuurcamping ’t Beekdal bij Chaam. We hadden overwegend goed weer, al werd het bij Breda op een gegeven moment wat dreigend. Dat was een mooi moment voor een kop koffie/glas cola op het overdekte terras van de Beyerd.

Eind jaren zeventig, begin tachtig woonde ik met de moeder van mijn dochter, ook wel bekend als mijn vrouw, op kamers in Breda, en het leek ons wel leuk om even naar het huis, in de wijk (’t) Ginneken te gaan kijken. Voor mij nostalgie, voor haar leuk om het eens te zien.

We troffen het, want de huidige bewoonster stond in de tuin en we raakten aan de praat. Zij kende mijn toenmalige huisbaas en we wisselden wat zaken uit. We werden uitgenodigd om binnen te komen kijken en dat was toch wel heel leuk. In essentie was er weinig veranderd al zag het er een stuk netter uit dan indertijd.

Na Breda kwamen we spoedig op de camping en zetten in goede harmonie de tent. Daarna vonden we het tijd voor een biertje bij Toontje Schoen, een café in de buurt. Het Bavels Blond smaakte goed.

In de loop van de nacht ging het stevig regenen en toen het licht was geworden bleek dat ik zo onhandig was geweest om een stukje van het grondzeil uit te laten steken en dat had gefungeerd als een soort glijbaan voor een hoop water. Afgezien van het puzzelboekje van A. was er niets echt naar de gallemiezen, maar er was wel wat kleding nat geworden. Gelukkig niet alles.

Vandaag fietsten we van Chaam naar Gemonde (ja zoek dat maar eens op), 47 km, ongeveer zoiets als gisteren, en we hadden heerlijk fietsweer. Veel zon, wind in de rug en op een paar druppels na droog. We kwamen een eindje na Tilburg langs een huis, waar we toevallig stopten om onze vesten uit te trekken, waar aan Erasmus gewijde zaken in de tuin stonden (zie foto’s), en wat later zagen we dat er zich veel meer kunstzinnige producten in een ander deel van de tuin  bevonden. Terwijl we ernaar stonden te kijken kwam er een vrouw naar buiten die vertelde dat er in het huis nog veel meer te zien was en dat er op afspraak bezichtigingen mogelijk waren voor groepen vanaf tien personen. Inclusief koffie en zelfgebakken appeltaart. 🙂 Ik heb niet naar de kosten geïnformeerd, maar wel het kaartje met de contactgegevens in ontvangst genomen.

Op de camping waren we aanvankelijk de enigen op het trekkersveldje, maar inmiddels is er nog een Eriba caravan bij gekomen.

Morgen door naar Kesteren, naar de camping waar ik onlangs nog was. Helaas raken we het voor de wind fietsen dan gedeeltelijk kwijt.

Rondje NL 2023, dag 10

Vanmorgen had ik de wekker nodig om wakker te worden. Ik had besloten toch vroeg op pad te gaan, en dan maar de brug bij Renkum te nemen. Ik heb geprobeerd op de stille camping waar heel veel tentje (te) dicht op elkaar stonden zo stil mogelijk mijn boeltje te pakken, maar alleen al het in de zak proppen van mijn slaapzak maakte in mijn oren een ongelooflijke herrie. Hopelijk had ik een hoop vast slapende mensen in de buurt. Over slaapzak gesproken. Ik heb het niet koud gehad, en ik dacht bijna dat mijn donsverplaatsactie (zie gisteren) effect had gehad, tot ik op mijn mobiel zag dat het ook ’s ochtends om vijf uur nog 17 graden was. Tja, daar heb je geen goede slaapzak voor nodig.

Om even voor zes uur reed ik de camping af, en meteen begon het harde werken. Het pad ging omhoog, en sommige delen van het pad waren voorzien van buitengewoon mul zand. Ik ging een paar keer bijna onderuit, maar slaagde er toch in overeind te blijven. Ik bedacht ineens dat er tegenwoordig wolven op de Veluwe zijn. Die hadden weliswaar in Nederland nog geen mensen aangevallen, maar ooit gaat dat wellicht eens gebeuren, en ik wilde liever niet degene zijn die in het krantenbericht genoemd werd als het eerste slachtoffer. Bij knooppunt 01 verliet ik het gebied van de Veluwe en was het gevaar geweken. 🙂

Ik had verwacht dat de brug over de Rijn een hele beklimming zou worden, maar de klim ging eigenlijk heel geleidelijk, ik raakte er in elk geval niet van buiten adem. Twee rivieren later (Waal en Maas resp.) was ik in Brabant en bijna bij mijn eindbestemming, het station in Oss. Het begon heel licht te regenen, voor het eerst tijdens deze reis. Maar er viel zo weinig dat de straten er niet zichtbaar nat van werden.

Er reden juist vandaag (maar misschien het hele weekend wel) sprinters heen en weer tussen Oss en Dordrecht. Dat had als voordeel dat ik relaxed in mijn trein kon stappen en mijn fiets kon vastmaken op de daarvoor bestemde plek, en dat ik me niet druk hoefde te maken over fietsen die ertegen of ervoor werden gezet, want ik kon gewoon tot de eindbestemming blijven zitten.

Het was een leuk rondje door het land, met fraaie (en minder fraaie) gebieden om doorheen te fietsen. Het weer was geweldig, al had iets minder wind wel gemogen. In totaal 786 km gefietst (de korte stukjes om boodschappen e.d. te doen niet meegerekend, met 10 fietsdagen dus een gemiddelde van bijna 79 km/dag. Gezien het feit dat ik tot nu toe erg weinig gefietst had dit jaar mag ik hier beslist tevreden over zijn. Mijn knie hield zich goed, soms liet hij even merken dat het nog niet helemaal 100% was, maar dat verdween ook steeds weer.

Ik dank de lezers voor hun aandacht en eventuele reacties, ik waardeer het zeer.

Rondje NL 2023, dag 9

Het was koud afgelopen nacht, en mijn nieuwe slaapzak hield me niet goed warm. Ik ontdekte dat het dons vooral aan de zijkant zat, waar ik niet lag, maar in het middelste deel voelde ik bijna niks. Ik heb vandaag na aankomst op de camping geprobeerd het dons wat te verplaatsen door te schudden. Straks eens kijken of dat het gewenste effect heeft.

Om even voor zes uur fietste ik de camping af. Ook toen was het nog betrekkelijk fris, de ‘witte wieven’ hingen hier en daar boven het gras. Maar zoals dat gaat op een zonnige zomerdag, het warmde snel op. Ik fietste lekker en voor ik het wist had ik de eerste veertig km achter de rug. Toen bereikte ik de Sallandse heuvelrug en zoals de naam al aangeeft: daar zijn heuvels. En toen ik ook nog het klimmen moest combineren met enkele mulle zandpaden werd het wel wat zwaar.

Maar eigenlijk deed ik maar een randje van de heuvelrug, en spoedig reed ik weer op vlak terrein. In Laren gebruikte ik even een bak koffie en wat erbij, ik vind al heel snel dat ik dat wel verdiend heb.

Begin van de middag was ik op de camping. Er was een mooi schaduwrijk hoekje beschikbaar, en daar hoefde ik slechts € 7,75 voor te betalen, de goedkoopste camping deze reis.

Morgen fiets ik nog naar Oss en ik zag dat daar met de knooppuntroute maar liefst drie pontjes gebruik. De eerste, bij Renkum, begint pas om tien uur met varen. Dus dan hoef ik niet hier om zes uur al te vertrekken. Tenzij ik besluit bij Renkum de brug te gebruiken, dat is iets om. Daar zal ik eens een nachtje over slapen.

Rondje NL 2023, dag 8

Zoals gezegd zou ik vandaag een bescheiden fietsdag doen. Via de knooppunten kwam ik op ruim vijftig km. Met dat in gedachten deed ik alles vanochtend op het gemakje en daardoor zat ik uiteindelijk pas om bijna half negen op de fiets. Mijn vriend de wind toonde zich vandaag een echte vriend. Niet te hard en meestal uit een goede hoek.

Ook al fiets je dan met knooppunten en heb je je navigatieapp er als ondersteuning bij, dan nog kan het fout gaan. Ik moest op een gegeven moment op aangeven van de app linksaf slaan, maar het enige wat ik zag was dat de weg naar rechts boog. Huh? (Om met kleinzoon Abel te spreken) Bleek dat ik een km terug aan de andere kant van het kanaal had moeten gaan rijden. Dat bordje had ik gemist, en doordat ik de app niet genoeg had ingezoomd had ik ook daar de koerswijziging niet bemerkt. Gelukkig was het maar een kilometer.

Door het koffiezakjesdebacle ben ik momenteel afhankelijk van wat ik onderweg tegenkom, en dat was niet veel vandaag. Pas na een kilometer of veertig was daar Brasserie Wagenwiel, he he.

Toen nog een klein stukje door Duitsland (zie de foto’s voor de grenzen) en kort daarna was ik rond één uur op de camping. Het trekkersveld lag in de volle zon, dus ik ging op mijn gemakje onder de tamme kastanje zitten, at wat, las wat, keek een beetje rond, en kwam zo lekker relaxed de middag door.

Morgen gaat de reis naar natuurcamping Zegenoord bij Loenen en overmorgen dan door naar Oss, alwaar ik de trein naar huis neem. De gemeenten in de Achterhoek die ik had willen bezoeken zullen even moeten wachten.

« Oudere berichten

© 2024 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑