In het spoor van Jacob en Dirk – dag 2

De tent was vanochtend droger dan gisteren, dat had ongetwijfeld met de wind te maken, want het had wel nog geregend. De powerbank had ik gisteravond in de sanitaire ruimte achtergelaten, en daar lag hij vanmorgen braaf en opgeladen op me te wachten.
Even voor negen uur zat ik op mijn fiets en volgde ik zoals de route aangaf de IJsselmeerdijk. Er werd druk aan dijkverzwaring gewerkt, maar vooralsnog had ik er geen last van. Vanaf de dijk (waar ik overigens niet op, maar aan de landzijde naast fietste) ging het naar Oosthuizen. Daar vergeefs een omweg gemaakt om een praalgraf te bewonderen. Op de locatie die de kaart aangaf zag ik niets, er was wel een kerkhof bij een kerk, maar geen praalgraf te zien. Na enige tijd bedacht ik dat het graf weleens in de kerk zou kunnen zijn. Die was dicht dus ik ben maar weer verder gegaan.
Ik kwam door Etersheim, een plaatsje waar ‘het schooltje van Dik Trom’ stond. Dat verbaasde me, want ik wist niet beter dan dat Dik een fictieve personage was. Zojuist even opgezocht, op deze school blijkt dhr Kieviet, de schrijver, onderwijzer te zijn geweest toen hij het eerste Trom-boek schreef.
Ik kwam weer terug op de dijk en deze volgde ik tot ik in Hoorn was. Een leuk stadje met naast veel oude gebouwen ook aardig wat stadsvernieuwing die er best aardig uitzag. Bij de haven deed ik mij tegoed aan koffie met chocoladetaart. Daar kon ik wel weer even op rijden.
In Hoorn ook zag ik het voormalige bedelaarsgesticht. Van Lennep en Van Hogendorp bezochten dit instituut en hoorden tot hun afschuw dat ook gehuwde mannen en vrouwen gescheiden werden in het gebouw.
Vanuit Hoorn ging het met een fraaie boog naar Medemblik. Leuke en saaie plaatsjes wisselden elkaar af, ik vond het een mooie tocht. Vanaf Medemblik ging het, nadat ik nog een blik had geworpen op het kasteel Radboud, richting Enkhuizen. Deze keer grotendeels op de IJsselmeerdijk, maar nu met het water aan de linkerkant. Het was het stuk waarin ik ook eens profijt had van de wind.
De camping lag in Enkhuizen aan de route, dus die was snel gevonden. Op de camping, waar geen beheerder aanwezig was, moest ik na reservering via de website, een plekje zoeken op het deel dat ‘de slurf’ heette. Die slurf was zo smal dat het een poos duurde voor ik door had dat wat ik in eerste instantie aanzag voor de slurf het ook daadwerkelijk was. Mijn tentje laat nog een halve meter doorgang voor eventuele medekampeerders of langswandelaars. Ik heb daarom op de kopse kant maar een haring weggehaald, dan is er net een beetje meer ruimte.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 1

Ondanks de nabijheid van de A10 heb ik afgelopen nacht toch heel behoorlijk geslapen. Rond half zeven vond ik het welletjes en ben de boel gaan opruimen. Even na acht uur zat ik op de fiets. Dat duurde maar heel kort want toen was ik al bij de brug die ik via een trap moest beklimmen. Fietsend erop kon ook, maar dan had ik een omweg van vele kilometers moeten maken. De trap was lang, maar niet steil, en liet voldoende ruimte voor de fietstas.
En zo fietste ik Amsterdam in, langs Artis in de richting van de plek waar ooit Het Rondeel moet hebben gestaan. Daar haalde Jacob van Lennep op een vroege zomermorgen zijn vriend Dirk van Hogendorp op, en begon hun tocht.
Bij het IJ aangekomen zag ik drie veerponten klaarliggen. De rechtse twee zagen er erg vol uit, op de linkse was nog plek zat. Toen we een minuutje onderweg waren begon het te dagen, deze pont had een andere bestemming. Dat bleek de NDSM te zijn, een aardig stukje westelijker. 🙂
Toch was het niet heel ingewikkeld om weer op de geplande route te komen.
Na een stuk langs het Noord-Hollands kanaal te hebben gereden ging het richting Landsmeer. Dat kanaal was een werkgelegenheidsproject en toen Van Lennep er langs kwam was men er nog druk mee bezig, allemaal handwerk.
Het Twiske was erg mooi, ik had er ooit al eens aan een hardloopwedstrijd meegedaan, maar toen heb ik maar een klein deel gezien.
In Zaandam heb ik het verblijf van Tsaar Peter gemist. Dat werd veroorzaakt door het feit dat ik vanwege het moeizaam opladen van mijn telefoon hem ook ook grote stukken uit heb staan. En als ik hem dan aan doe is het vooral om vast te stellen of we nog goed gaan, of om te zien hoe we verder moeten bij het volgende kruispunt. Dan mis je weleens een ommetje langs een toeristische attractie.
De Zaanse Schans verraste me eigenlijk. Ik dacht dat het achter een ‘betaalmuur’ zou zitten, zoiets als het openluchtmuseum, maar het is vergelijkbaar met de molens bij Kinderdijk, gewoon in het openbaar te bezichtigen. Ik vond het erg mooi. Hoe origineel/authentiek het allemaal is weet ik eigenlijk niet.
Via Jisp en Neck kwam ik in Purmerend. Daar liet ik mij door een terras met plek verleiden tot het drinken van koffie (niet heel lekker) en het nuttigen van een “Twaalfuurtje” (dat smaakte prima).
In Monnickendam maakte ik in de Grote of St Nicolaaskerk een goede beurt bij de dienstdoende vrijwilliger. Want waarom, zo vroeg hij mij, zou de kerk oorspronkelijk nou uitgerekend St Nicolaaskerk heten. Als voormalig katholiek wist ik dat uiteraard.
Na Monnickendam ging het langs de IJsselmeerdijk naar Volendam en Edam. Het miezerde toen een beetje, en vervolgens begon het ook steeds harder te waaien uit het noordwesten. Jammer, maar ik was er bijna.
Ik sta nu als enige tentkampeerder op een boerencamping. Heerlijk gedoucht, en mijn handdoek en gewassen onderbroek hangen als gekken te wapperen aan het gazen hek dat de afscheiding vormt met het weiland.
Morgen via Hoorn naar Enkhuizen, hopelijk met iets minder wind.

In het spoor van Jacob en Dirk – Aanlooproute

Aanfietsroute is natuurlijk meer het woord. De jonge heren Van Lennep en Van Hogendorp vertrokken uit Amsterdam, en dat ga ik morgen ook doen. Vandaag ben ik naar camping Zeeburg bij Amsterdam gefietst,  een tocht van ruim 90 km. Ik was nog geen 10k

m onderweg toen ik bedacht dat ik geen bidon met water had meegenomen. Hij stond klaar in de keuken, maar dat is niet genoeg.
Gelukkig heb ik een petfleshouder op mijn fiets, dus bij de eerste supermarkt die langs kwam een fles Spa blauw gekocht.

De tocht ging zo’n beetje dwars door het Groene Hart, en dat is net zo fraai als beweerd wordt. Helaas zijn er niet veel plekken waar je alleen maar Groen Hart ziet.

Ik had een route gepland die vanaf Breukelen steeds langs het Amsterdam-Rijnkanaal ging. Dat leek me toch wat saai. Ik bedacht dat een van van mijn schoonoma’s in haar jonge jaren in de pastorie van Loenen aan de Vecht had gewoond. Haar vader P. C. IJsseling was daar vele jaren predikant. Het leek me leuk om daar eens langs te fietsen. Ik moet zeggen, het is een prachtig pand met aan de overkant van de weg ook nog een zg overtuin, zodat je ook heerlijk aan de Vecht kon zitten.

De camping van Zeeburg is wat je van een stadscamping kunt verwachten, maar het sanitair is prima in orde. Ondertussen regent het, ik ga maar eens een dutje doen.

In het spoor van Jacob en Dirk – proloog

Na mijn natte voorzomerritten ga ik vanaf volgende week dinsdag eens kijken hoe het er in de nazomer uitziet. Ik blijf deze keer binnen de landsgrenzen en ga een deel van de route narijden die Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp liepen (!) in de zomer van 1823. Een jaar of twintig geleden verscheen er een boek onder die titel (“Zomer van 1823”) waarin de dagboekaantekeningen van Jacob over die tocht te vinden waren Het voorwoord was van Geert Mak. Tevens is er toen een achtdelige documentaireserie over die wandeling gemaakt door Geert Mak en Theo Uittenbogaard die op de site van Geert nog terug te vinden is.

Iemand, ik weet nog niet wie, heeft een poging gedaan om de route die zij indertijd volgden in 42 fietstochten na te maken. Dat zal ongetwijfeld slechts globaal gekund hebben, Nederland is sinds 1823 nogal aardig veranderd. De grootste kans op daadwerkelijke navolging zal te vinden zijn in de plaatsen die zij aandeden. Etablissementen en straten waar zij langs kwamen kunnen er voor een deel nog zijn.

Het lijkt me leuk om een stuk van hun tocht te gaan volgen. Dat gaat vanaf Amsterdam eerst Noord-Holland in, vanaf Enkhuizen steek ik over naar Stavoren, en dan ga ik via Friesland en Groningen naar Drenthe. Vanaf Emmen ongeveer  zal ik de jongelui (het waren twintigers, studenten in Leiden) los moeten laten, want dan begint voor mij de terugtocht naar huis.

Waarom maakten Jacob en Dirk die tocht eigenlijk? Het was in die tijd veel gangbaarder dat jongelui van stand als een soort ‘rite de passage’ een grande tour door Europa maakten, waarbij steden als Parijs, Venetië en Florence werden aangedaan.
Dirk van Hogendorp, zoon van Gijsbert Karel van Hogendorp (lid van het driemanschap dat na de Franse overheersing de Nederlanden aan een eerste grondwet hielp) had kennelijk niet veel zin in zo’n grote Europese tocht en vertelde zijn vader dat hij een ‘inspectietocht’ door Nederland wilde gaan maken. Pa van Hogendorp zag daar wel wat in, hij stelde 500 gulden (zo’n 5000 euro omgerekend naar huidige maatstaven) beschikbaar. Dirk vroeg zijn studiegenoot en vriend Jacob van Lennep hem daarbij te vergezellen, en die had daar ook wel zin in. Ook zijn vader wilde wel subsidiëren.

Ik zal mijn fietstrip helaas zelf moeten bekostigen, maar met overnachtingen in een tentje moet dat wel te doen zijn. Aanstaande dinsdag, ik schreef het al, vertrek ik. Eerst van Dordt naar Amsterdam, en dan op de tweede dag begint het pas echt.

Voor wie meer wil weten over de achtergronden is dit de link naar de site van route.nl, waar tevens de routes te vinden zijn.

Ik zal de routes trouwens niet slaafs volgen, daarvoor is mijn tijd te beperkt, en daarvoor ook volgden de jongelui een te grillige route die kennelijk deels ook werd ingegeven door mensen en uitnodigingen die ze onderweg tegenkwamen. Als leden van de hogere stand hadden ze een uitgebreid netwerk waar ze dan ook dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

Wordt vervolgd …

v/h Groenevalleienroute dag 13

En ja, je gelooft het niet, maar vanochtend was het droog. Dat wil zeggen, het weer. Tent en andere spullen uiteraard niet. En het leuke was, het bleef ook droog!

Het eerste stuk, langs de Nete, was best mooi, en reed ook vlot. En eigenlijk ook het stuk tot Rijkevorsel was leuk genoeg. Daar aangekomen vond ik het tijd voor een broodje, en zie, ik vond een terras aan de achterkant van een broodjeszaak.
Toen ik na enige tijd nog geen personeel zag komen ging ik even poolshoogte nemen. Ja, ze kwam eraan. Of ik hier voor het eerst was? Nog net niet verontwaardigd. Want het was eigenlijk de bedoeling dat je aan de straatkant de zaak in ging en dan je bestelling opgaf. Nou zei ik, ik zag jullie verwijzing naar het terras, dus daar ben ik naar toe gegaan. Maar ik wil gerust… Nee, nee, dat hoefde niet, ze zou de kaart even pakken. Verder geen probleem, maar ze wou duidelijk haar punt even maken.

Het stuk na Rijkevorsel is niet veel aan, tot ik mbv Maps een andere route naar de camping vond. Die volgde een mooi pad langs de Mark. Na krap 75 km was ik op de camping. Ik was (we waren) hier al eerder. Fijne rustige sfeer. En een pannenkoekenrestaurant op drie km afstand! Daar ben ik wandelend op werkbezoek geweest.

 

v/h Groenevalleienroute dag 12

Normaal schrijf ik mijn blogjes dezelfde dag nog, maar gisteren kwam het er niet meer van. Gisteren was ook typisch zo’n dag zoals die paste in het rijtje de afgelopen periode en waardoor ik er voortijdig de brui aan heb gegeven. Ik werd ’s ochtends voor zessen al wakker omdat het stevig regende. En dat is die dag pas aan het einde van de middag enigszins gestopt. Niet de hele dag harde regen, maar wel zonder ophouden nat.

Marjo, die ook onderweg was naar Nederland, en met wie ik een dag eerder al een poosje had staan praten, stond ook op punt van vertrekken. We spraken af niet gezamenlijk te fietsen. Maar we kwamen elkaar onderweg nog wel een paar tegen. Dat krijg je als je dezelfde route volgt, en ongeveer hetzelfde tempo. Het laatste stukje vanaf Mechelen reden we wel samen, en dat was voor mij wel prettig. Mijn telefoon was weliswaar nog niet helemaal leeg, maar wegens nattigheid in de usb-poort kon ik niet al fietsend laden.

Nadat we de natte boel hadden opgezet een (Belgisch) biertje gaan drinken in wat ze het fietserscafé noemen, maar waar ik afgezien van ons tweeën geen enkele fietser waarnam. We bleken er ook een hapje te kunnen eten, en daar hebben we dankbaar gebruik van gemaakt.

Een beetje jammer was dat de aanvankelijke rust op de camping werd verstoord door een klas kinderen van pak-em-beet een jaar of 11-12. Ik gok dat het een soort afsluiting van de lagereschoolperiode was. Ik vond het eigenlijk wel meevallen qua drukte, maar ik vond het wel vervelend dat ze toen ik wilde gaan slapen geregeld vlak langs mijn tentje liepen. Afijn, shit happens zullen we maar zeggen.

Foto’s zijn er deze dag niet gemaakt, gek he? Oh ja, mijn plekje natuurlijk:

v/h Groenevalleienroute – dag 11

Gisteren na aankomst op de camping in Tournai uitgebreid in de zon kunnen zitten, ja op een gegeven moment zelfs de schaduw opgezocht. Gezellig contact gehad met buurman Raymond uit Zwolle. Hij was onderweg naar zijn vakantieadres in Zuid-Frankrijk, de rest van zijn familie zou over een paar weken ook komen. Dankzij hem was aan het einde van de dag mijn powerbank weer opgeladen.

Vanmorgen zoals gebruikelijk de boel weer ingepakt en begonnen aan de route die ik met Suzemarie vier jaar geleden ook deed, maar dan in zuidelijke richting. Wat we toen, behalve de heuvels, vooral tegen hadden was een straffe zuidwestenwind. Dit deed ons toen besluiten om na Tournai om te keren en de wind weer eens in de rug te voelen. Ik herkende zeker het landschap vanochtend, maar ook specifieke plekjes, onder andere de plaats waar we toen op het gras de lunch gebruikten. Het waaide toen alleen zo hard dat het beleg bijna van je brood verdween.

Toen ik vanmorgen dacht dat ik de heftigste heuvels wel gehad had kwamen er weer een paar. Toch kon ik ze allemaal goed hebben. Het werd wel steeds warmer en zonniger, en eigenlijk ook wel een beetje benauwd. Bijzonder om te merken hoe je na Lessines, bij de Dender (dan nog Dendre geheten) aangekomen ineens helemaal vlak rijdt.

De camping even na Geraardsbergen ligt zo’n beetje aan de route. Dus vlot gevonden. De mevrouw van de receptie stelde vast dat ik al in het systeem voorkwam, en klopte natuurlijk.

Zojuist heeft het een poosje flink gerommeld, maar gevallen is er niets. Heb is er wel van opgefrist dus vermoedelijk is er in de buurt wel wat gevallen.

Ik sta hier op de “kampeerweide” met nog twee fietsers. Een jongen van 23 die onderweg is naar Portugal! En een vrouw die een rondje door Frankrijk maakte en nu onderweg is naar haar huis in Kampen. Leuke gesprekjes mee gehad.

Morgen probeer ik op een camping boven Mechelen te komen, ook daar was ik al eerder en is me bijgebleven als een leuke plek om te bivakkeren.

v/h Groenevalleienroute dag 10

Gisteren een rustdag gehouden op de camping van Aubigny, en de tijd goed gebruikt om na te denken over het vervolg van de reis. Want ik ben zo langzamerhand wel een beetje klaar met om de dag regenweer. En als je nou onderweg bent naar een zuidelijke bestemming kun je nog denken: straks wordt het (heel waarschijnlijk) beter. Maar aangezien deze route steeds ongeveer op dezelfde ‘hoogte’ blijft is de kans dat het weer steeds beter wordt niet zo groot. In elk geval niet als je naar de meerdaagse weersverwachtingen kijkt.

Ik wist dat Aubigny vlak bij de kruising van mijn route en de Jacobsroute lag, een mooi punt om weer een meer noordelijke koers te gaan volgen. En dat is wat ik vanmorgen gedaan heb, met lichte aarzeling weliswaar, maar nu ik op de camping van Tournai/Doornik zit is het wel prima zo. Wat ik ga doen als ik Nederland nader weet ik nog niet, jullie zullen het merken, en ik ook. 🙂

Kruispunt Groenevalleienroute – Jacobsroute:

Groenevalleienroute dag 8

Het heeft de hele nacht geregend volgens mij, in elk geval toe ik om twee uur naar de wc moest. Maar toen het tijd was om op te staan was het droog! En eigenlijk is het dat het grootste deel van de dag gebleven, inclusief flinke zonnige perioden. Dat geeft de burger moed.

Ik had op de kaart gezien hoe ik via een paar slimme weggetjes weer op de route kon komen. Eerst een pad afdalen, dan rechts en na een kort stukje weer links. Dat afdalen ging goed. Dat pad naar rechts bleek enorm blubberig en glibberig te zijn. Ik heb nog een stukje gefietst maar was toch bang dat ik onderuit zou gaan. Hé, ineens schoot er een ree vlak voor me het pad op, en weg was hij. Mooi! Maar waar was nou toch dat pad naar links. Ik was er al voorbij zag ik op de kaart. Terug. En precies op de plek waar ik het bos in moest gaan groeiden weelderige bossen brandnetel, met daarachter iets als een pad. Dat toch maar niet. Ik zag dat ik ook het blubberpad verder kon volgen, dan kwam het ook goed.

Na enige tijd kwam ik in de buurt van Arras, een plaats die ik wel wilde bezoeken. Jaagpad langs de Scarpe volgen en dan bij de watertoren naar links. Ik dat pad volgen en dacht na een km of drie, vier (rijkelijk laat) waar blijft die watertoren nou? Bleek na enig gepuzzel dat ik het jaagpad niet naar links maar naar rechts had moeten volgen. Tja, zo kom je wel aan je kilometers.

Arras was mooi, en het leek me een goed idee om alvast iets warms te eten op een van de vele terrassen. Had ik dat maar vast gehad. Vervolgens nog een Leclerc gezocht en gevonden om te zien of ze daar ook powerbanks verkochten. Ze hadden niet veel maar toch maar gekocht, een van mijn meegebrachte powerbanks bleek min of meer overleden, en dat is best onhandig.

Na Arras weer de Scarpe opgezocht (hé, ken ik het hier niet) en langs zo’n riviertje fietst dat best wel vlot. Wel veel plassen, mijn sandalen zagen er aan het eind van de dag niet meer uit. Langs de Scarpe had ik ook mijn eerste ontmoeting met medefietsers, een Nederlands stel dat dezelfde route volgt als ik. Ben benieuwd of ik ze nog eens tegenkom.

Op de camping van Aubigny-au-Bac heerst
ondanks de grootte een gemoedelijke sfeer. Ik heb de indruk dat ik de enige niet-Fransman ben. En nu stop ik, want ik moet zuinig op de stroom zijn.

Groenevalleienroute dag 7

Ik werd vanochtend rond een uur of vijf wakker door gezellig getikkel op het tentdak. Ik besloot nog maar even verder te slapen. Maar dat maakte niet uit. Ik had zo geen zin om in de regen te gaan fietsen dat ik overwoog om nog een dag te blijven. Maar de vooruitzichten voor morgen houden ook niet over. Dan toch maar gaan.

En geloof het of niet, toen ik wegfietste was het droog! Dat zou ongeveer anderhalf uur zo blijven, toch mooi meegenomen! Vlak voor ik in Hesdin zou aankomen, volgens het boekje een leuk stadje, begon het weer. Dat het een leuk stadje was leek wel te kloppen, maar je gaat niet in de regen (als je nog verder moet) jezelf nog natter laten regenen. Bij een bakkerij belegd brood gehaald en opgegeten.

En verder maar weer. Zoals gebruikelijk moest er weer geklommen worden om uit Hesdin te geraken, op de een of andere manier liggen die plaatsjes allemaal in de diepte, en kun je er dus makkelijk komen, maar dan het vervolg.

Mijn telefoon, die mijn wegwijspiet is, kan aardig tegen nattigheid, maar hij begon op een gegeven moment te zeuren dat de usb-poort, waarmee hij al fietsend wordt opgeladen, nat was geworden en of ik de stekker er subiet uit wilde halen. Gelukkig was ik er toen bijna en had ik nog ongeveer 60 procent stroom, anders was het nog lastig geworden. Ja, boekje, maar papier en regen is ook al niet zo’n goede combi.

Afijn, ik zit inmiddels in m’n tentje en het regent. De douche was oké, maar mogen er asjeblieft een paar kledinghaken bij? En de wc heeft net als op de vorige camping geen papier, maar ook nog eens geen bril. Zouden die mensen van die camping dat thuis ook hebben? Genoeg gemopperd, nog een foto van mijn lieve fiets, die ook steeds maar nat moet worden en dan stoppen we weer voor vandaag.

« Oudere berichten

© 2021 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑