Naar Hoogvliet en terug

Aangezien de sportscholen weer open mochten had ik eigenlijk gepland om gisteren bij SportCity wat te fietsen en te lopen, maar toen ik ’s morgens het weerbericht zag, veranderde ik van plan. Het zou weleens de beste dag qua fietsweer kunnen worden, en dan is het wel zonde om binnen aan de gang te gaan. De wind zou uit het westen tot noordwesten komen, dus eerst voor een tegenwindkoers gekozen. Ik had nog een route liggen die ik een tijd geleden bedacht had om in de buurt van Hoogvliet nog wat ’tegels’ te scoren en die was heen en terug een kleine 60 km. Sinds september had ik volgens mij geen ritten van enige omvang meer gemaakt, dus dit leek me ver zat.

Eerst nog maar even de achterband oppompen. Die wordt heel langzaam steeds zachter. Niet zo snel dat er niet mee te fietsen is, maar na een week moet er toch wel weer wat lucht bij.
Het eerste stuk, tot bij Barendrecht was heel bekend terrein (deels mijn oude woon-werkverkeer-route), daarna een fietspad dat vrij dicht langs de Oude Maas gaat. Daar kom ik wel vaker, maar niet zo vaak dat het saai werd. Pas na Poortugaal kwam ik op onbekend terrein. Al die tijd een tegenwind die me toch een beetje tegenviel, maar gelukkig was daar het keerpunt. Wat een hobbelig fietspad, dacht ik bij Hoogvliet aangekomen, hoewel het er eigenlijk niet zo uitzag. Het was dan ook niet het fietspad maar mijn achterband. Nu al weer zacht? Is het gaatje groter geworden? Of is er wat anders aan de hand?

Gelukkig had ik mijn fietspompje bij me. Op het ventiel geschroefd, en hup, pompen maar. Bij het weer losdraaien kwam een stukje ventiel mee, en hup, de band liep weer leeg. Het (Franse) ventiel blijkt ook een uitneembaar, losschroefbaar binnenwerk te hebben. Joost mag weten wat daar de zin van is, de onzin is in elk geval dat als je dat stukje mee losdraait de lucht weer ontsnapt. Met de hand dat binnenstukje zo stevig mogelijk aangedraaid, en vervolgens het pompje wat minder strak erop gedraaid. Deze keer ging het wel goed.

Ik was een beetje in dubio, want dit gebeurde vlak bij het metrostation van Hoogvliet, dus als ik me naar huis wilde laten vervoeren was dit het moment. Maar ik had toch veel meer zin om naar huis te fietsen en de gok te wagen dat ik met hooguit nog een paar keer oppompen wel thuis zou komen. Bovendien was de zon inmiddels gaan schijnen!

Uiteindelijk zonder verdere problemen weer thuis gekomen. Maar maar voldaan zoals dat dan heet. Het is duidelijk dat ik nog wel wat kilometers moet maken in de voorbereiding op mijn fietsreis naar Rome. (Voorlopige vertrekdatum staat op 16 mei).
En wat natuurlijk ook duidelijk is dat ik mijn binnenband moet vervangen door een minder brak exemplaar. 🙂

Hieronder staat als het goed is een plaatje/linkje naar Strava. Ik weet nog niet of dit ook voor niet-Stravagebruikers te zien is. Even testen!
En ja, zo te zien wel. Als je op het plaatje klikt word je naar Strava geleid, en daar heb je zonder account niet veel aan, maar het plaatje op mijn blog is in elk zichtbaar en toont de route en wat gegevens zoals de afstand. Test geslaagd.

 

NS Wandeling Lange duinen

Afgelopen donderdag liep ik bovengenoemde wandeltocht. Als 60+-er kan ik bij NS gebruik maken van de zogenaamde keuzedagen. Als aanvulling op mijn kortingkaart kan ik voor een paar tientjes 7 ‘gratis’ reisdagen per jaar aanschaffen. Ik heb de neiging om ze te bewaren, voor als ik eens een langere reis moet maken. Soms komt die langere reis niet vanzelf, en dan is het leuk om ze zomaar voor een opwelling in te zetten. En dat was wat er donderdag gebeurde. Ik zat op de wandelzoekpagina te kijken of er nog een tocht te maken was van en naar een NS-station, en zie, daar was de tocht Lange duinen, van Amersfoort naar Hollandse Rading. Ik had al eens stukjes langs dat traject gelopen, maar de route zelf nog nooit.

Met de trein van 9.04 (keuzedagen zijn alleen geldig tijdens de daluren) vertrok ik via Rotterdam naar Amersfoort. Even voor half  elf was ik op pad en liep via vast niet de goedkoopste hoek van de stad richting ‘de natuur’. De enigszins ironiserende aanhalingstekens omdat het eerst toch vooral smalle parkachtige bosstrookjes waren waar ik door en langs liep. Je zal ook wel weten dat het een NS-wandeling is, want ongeveer de helft van de wandeling loop je op hoorbare afstand van het spoortraject Utrecht-Amersfoort. En kennelijk was er ook een militair oefenterrein in de buurt getuige de schietgeluiden die ik regelmatig hoorde.

Maar laat dit vooral geen klaagzang worden, want ik vond het een mooie wandeling. Het weer was een beetje grijzig maar om te wandelen niet onaangenaam. Vooral het stuk over en langs de Lange duinen, de naamgever van de route, was erg mooi. Dat was ook het enige stuk dat ik blootsvoets gelopen heb, ik vond het verder te koud. Bij temperaturen onder de zes graden bij een natte ondergrond worden mijn voeten pijnlijk koud, en de tijd dat ik vond dat ik dat toch maar moest kunnen ligt achter me. Onder iets warmere omstandigheden zou het voor het grootste deel goed te doen zijn geweest.

In dit jaargetijde is de natuur uiteraard wat kaal, maar toch viel er met mooie mossen en prachtige kale bomen (je ziet de takkenstructuur dan extra goed) genoeg te genieten.

Om ook weer met de keuzedagconstructie terug te kunnen reizen naar huis moest ik voor vier uur ingeklokt zijn, en dat lukte prima. Ik had de trein van 15.36 weer terug. De treinreis duurde onverwacht lang doordat we tussen Utrecht en Gouda midden in een weiland stil gingen staan. Na enige tijd werd bekend gemaakt dat de machinist een klap had gehoord, en nu moest de conducteur even gaan kijken waar we tegenaan gebotst waren. Lijkt me nog een enerverende activiteit, maar het viel gelukkig mee. Althans, niet voor de zwaan die we geraakt hadden, want die had het niet overleefd, maar ik kan me voorstellen dat een aangereden mens voor de conducteur toch wat heftiger geweest zou zijn.

Al met al een fijne dag. De 22 km van de route was goed te doen, al voelde ik op het laatst wel dat ik dit soort afstanden de laatste tijd niet veel gewandeld had. Laat het een aansporing zijn.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 9

Dit hadden jullie nog tegoed. Laatste fietsdag, als je die ruim twintig km tenminste als fietsdag mag kwalificeren. Ik had gepland om de trein van 11.14 uit Enschede te nemen, ik zou dan in Duivendrecht moeten overstappen op een rechtstreekse trein naar Dordrecht.
Ik was zoals gebruikelijk vroeg genoeg wakker, en rond half negen was de boel wel in- en opgepakt. Maar wacht even, voor de trein heb ik straks wel een mondkapje nodig. Gisteren naar Duitsland had ik toch mee? Waar is dat ding nou? Op alle voor de hand liggende, en minder voor de hand liggende plekken gekeken, maar niet gevonden. Nu, dan maar ergens een nieuwe kopen.
Nog even langs de receptie om te betalen (en eventueel in te schrijven, want dat was nog steeds niet gebeurd), maar daar was niemand. Dan maar het nummer gebeld dat vermeld stond bij de deur. Campingeigenaar Marcel kwam naar de deur en toen ik zei dat ik wilde afrekenen zei hij: “Oh doe maar vijftien euro”. Volgens mij was dat eigenlijk te weinig, dus ik zei nog: “Weet je het zeker?” “Ja hoor” zei hij, “het is eigenlijk twintig, maar ik vind dit ook wel goed”. Ik heb me verder niet verzet. 🙂

Ik had een route uitgezet met de knooppunten-app Fietsknoop, met het voornemen om onnodige omwegen er uit te halen. Als ik dan eenmaal onderweg naar huis ben wil ik het niet onnodig rekken. Toen ik door De Lutte fietste kwam ik langs een Spar waar ze ergens achterin het magazijn nog de laatste mondkapjes vonden. Voor 3,99 was ik op de treinreis voorbereid. Wel een beetje zonde, vooral toen later bleek dat hij behoorlijk strak achter mijn oren klemde, en ook nog eens stonk.

Drie kwartier voor mijn trein ging was ik op het station, en ik had het niet zien aankomen, maar toen ging het (licht) regenen. Dat was mazzel. Dat het niet eerder begon bedoel ik natuurlijk. Een Keuzedag op mijn OV-chipkaart gezet, een fietskaartje gekocht, en toen was ik er klaar voor.

De reis verliep verder voorspoedig en rond drie uur was ik thuis.

Dit was het laatste verslag van deze nazomervakantie, er volgt nu alleen nog een epiloog, maar niet meer vandaag.

Verrassend, zo vlak bij Enschede

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 8

Het was wel lekker om mijn tentje gewoon te kunnen laten staan. Alles op mijn gemakje en uiteindelijk reed ik pas na half elf weg. Over de Dinkel, langs het Lutterzand, ging ik op pad richting te grens. Ik bedacht dat ik alleen een stoffen mondkapje bij me had, en dat telt niet in Duitsland. Ik had gisteravond nog wel even gecheckt of mijn Corona Check app nog steeds genegen was een internationale QR-code te tonen. Er was niemand die hem wilde zien. 🙂
Even na de grenspassage dacht ik even: wat hobbelen die keitjes hier raar. Helaas waren het niet de keitjes maar mijn achterband die lek was. Fiets op zijn kop gezet en even goed gekeken of ik een potentiële boosdoener zag. Ja hoor, een stukje glas. Eruit gepeuterd en goed gekeken waar het zat ten opzichte van het ventiel. Met veel moeite kreeg ik de buitenband los van de velg, ik twijfelde zelfs even of ik genoeg kracht in mijn handen had, maar uiteindelijk gaf hij zich gewonnen. Het gaatje zat precies op de goede plek. Schuren, solutie aanbrengen, plaksticker uitpakken en na vijf minuten op de plek des onheils aanbrengen. Na even wachten band een beetje oppompen, in de buitenband prutsen, buitenband weer binnen de velg en pompen maar. Ik denk bij elkaar een half uur werk.
Als je dan net weer aan het fietsen bent moet het vertrouwen zich weer een beetje opbouwen. Heb ik wel goed geplakt? Was er niet nog een gaatje?

In de buurt van Gildehaus moest er geklommen worden, nog wel wat steviger ook dan gisteren, maar ik had nu bijna geen bagage en dat scheelde een hoop. Landschappelijk was het zeer de moeite waard. Dat vonden Van Lennep en Van Hogendorp indertijd ook al, en met mijn ogen vind ik dat van de huidige situatie nog steeds. In Bad Bentheim ben ik tot aan de voet van het kasteel gekomen, het ligt er imposant bij. Het Bad heb ik niet gezien en gegokt en geld verloren zoals Van Lennep al helemaal niet. De terugweg richting Nederland ging via een andere route, langs een schitterend natuurgebied.
Het is goed dat ik in Losser even keek hoe de route verder ging, anders was ik uiteindelijk in Enschede uitgekomen, en dat was niet de bedoeling, die plaats zie ik morgen wel als ik de trein naar huis neem. Via Oldenzaal weer terug naar de camping. Even kort gerust en toen gewandeld naar restaurant Sterrebos in Beuningen en daar deze vakantie smakelijk afgesloten. Toen ik weer buiten kwam bleek het licht te miezeren, nu ik in de tent dit verhaaltje lig te schrijven gaat het ineens echt regenen.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 7

Ik werd om half zes wakker, wc natuurlijk, maar de nabijgelegen N36 liet zich ook erg horen. Dat was me gisteravond niet zo opgevallen, wel wat geluid, maar niet zoveel. Wellicht was de wind wat gedraaid. De temperatuur was nog onder de tien graden, dus ik bleef nog even liggen tot het aangenamer werd. Mijn powerbank was trouwens, uiteraard zou ik zeggen, nog aanwezig en ook nog eens opgeladen.
Even na half tien was ik op pad. Het stuk tot Hardenberg had ik volgens mij al eens gereden. Ze zijn daar flink bezig met de Vecht, zal wel een ‘ruimte voor de rivier’-project zijn.
Ik vond de route pas echt mooi worden toen het een stukje voor Ootmarsum begon te glooien. Veel klimwerk gaat heel geleidelijk, op sommige moment moet er echt even kracht worden gezet. Uiteindelijk kwam ik tot 73 meter, aldus mijn route-app. De weg tot in Ootmarsum ging deels over smalle gravelpaadjes weer naar beneden, dat reed best lekker. In het dorp koffie gedronken en toen nog twaalf km naar Beuningen. Hierbij werd ook het landgoed Singraven met de watermolen gepasseerd. In voorgaande vakanties al uitgebreid gefotografeerd, dus nu maar doorgereden.
Op de camping aangekomen op koffie getrakteerd en een poos met de campingeigenaar zitten praten. Hij deed de ontvangst even vanwege de afwezigheid van zijn vrouw, maar zij mocht het inschrijven doen als ze weer terug zou zijn.

Morgen blijf ik hier, het is wel lekker om ook eens een dagje met bijna geen bagage tegen fietsen.
Ondanks de titel boven dit stukje heb ik weinig Jacob en Dirk informatie voor deze dag. Morgen beter!

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 6

Toen ik gisteren op camping De Hoogte aankwam vroeg ik Martijn, die me herkende van afgelopen zomer, of hij een plekje met avondzon had. Hij noemde een plek met de meeste avondzon, maar zei hij, dan sta je wel naast een camper. Nou zijn de plekken daar erg ruim, dus ik ging daar inderdaad in eerste instantie staan. Toch ging ik het geleidelijk steeds gekker vinden om op een verder vrijwel uitgestorven camping precies náást iemand te gaan staan. Als de bewoners van de camper er zouden zijn geweest had ik even overlegd, maar dat was dus niet zo. Uiteindelijk toch de acht haringen uit de grond getrokken en de tent opgetild en vier plekken verderop weer neergezet. Dat voelde beter, en voor de zon maakte het eigenlijk niet veel uit. Handig tentje, dat dat zo makkelijk gaat!

Het was een koude nacht. Ik had op voorhand mijn donzen jasje aangehouden en dat was een goed idee. Ik heb prima geslapen. Na het wakker worden nog een poosje blijven liggen tot de temperatuur boven de tien graden was en toen de boel weer ingepakt. Net als gisteren was ik even voor half tien op pad. Omdat we al aardig wat rond Eesveen gefietst hebben duurde het even voor ik op onbekend terrein was. Omdat ik de Fietsknoop-app gebruikte zag ik hier en daar lusjes op de kaart die ik net zo lief afsneed. Toen ik ruim tien km onderweg was passeerde ik een bord dat waarschuwde dat de weg verderop gestremd zou zijn. Ach, dacht ik, dat loopt voor fietsers meestal niet zo’n vaart. Trouwe lezers van dit blog denken “hé, die tekst ken ik al”. 🙂 Het duurde best een poos, misschien wel bijna twee kilometer voor ik een tweede bord zag, en toen werd het spannend. Maar gelukkig liep het voor fietsers inderdaad deze keer niet zo’n vaart.
Ik kwam in het Reest-dal en dacht even dat ik daarmee ook al in Overijssel aangekomen was, maar dat was uiteraard niet zo, want de Reest is daar juist de grens tussen de twee provincies. Maar daar kwam een brug, en het was zover. Bye bye Drenthe, altijd mooie provincie.
Nu duurde het ook niet lang meer voor ik bij de Ommerschans was. Op deze plek was in de tijd dat Van Lennep en Van Hogendorp er langs kwamen een ‘Gesticht’ voor bedelaars en landlopers. Zij hadden diverse gesprekken met bewoners en raakten daar erg door aangedaan. Ook spraken zij de directeur die bevestigde wat sommige bewoners ook hadden verteld: veel mensen zaten ten onrechte daar, en de regels waren zo, dat als je er eenmaal was bijna niet meer weg kon komen.
Ommerschans was ook een onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid en fungeerde daarin als strafkolonie.
Het gebouw van weleer is er niet meer, ik vond nog wel een foto waarop de plattegrond geprojecteerd stond op de omgeving, dat geeft in elk geval een beeld.
Wel nog aanwezig is het kerkhof van het Gesticht. Dat vond ik wel aangrijpend. Er liggen honderden mensen begraven en het grootste deel anoniem. Er waren slechts enkele kruisen en zerken van namen voorzien.

Ik ging weer verder, met wat doorsteekjes om sneller op de route, en dus bij de camping te komen. Ik had wel zin in een korte fietsdag, en dat is gelukt. Tentje opgezet, wat gelezen, gedoucht, naar een nabij gelegen pannenkoekenrestaurant geweest (nou ja, nabij, ruim drie km van hier, dat is toch wel nabij) en nu ben ik met mijn blog bezig.
Ik ga vannacht mijn powerbank in een washokje achterlaten, hij begint wat leeg te raken, en ik denk dat dit wel het soort camping is waar dat zonder risico kan. We gaan het zien morgenochtend.

Het plan is om morgen richting Oldenzaal te gaan en dan mijn tent op te zetten bij de ons ook al bekende en gewaardeerde camping Olde Kottink bij Beuningen (Ov).

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 5

Het was fris vanmorgen toen ik wakker werd, volgens mijn app 8,5 graad. Dat moedigde me niet aan om er snel uit te springen, voor zover dat lukt vanuit een slaapzak op een matrasje. Toen de temperatuur eenmaal boven de tien graden was gestegen heb ik het aangedurfd. Alles op mijn gemakje en uiteindelijk zat ik even voor half tien op mijn fiets. Eerst naar Heerenveen, de route van ongeveer zestien km had ik door de Fietsknoop app laten bepalen. Dat werd best een aardige route. Ik kwam nog een kerkhofje met klokkenstoel tegen. Zie foto. Was een mooi stil plekje.
Dat kon je niet zeggen van Heerenveen, hoewel het ook wel weer meeviel. Ik sloeg wat proviand in bij AH en ging vervolgens op zoek naar de JvL-route. Dat was niet zo ingewikkeld, gewoon via mijn route app (OSMand) naar het zwarte lijntje navigeren. Al snel na het begin moest ik een brug over, die naar goed gebruik net open ging, en direct na de brug linksaf langs het water. Bij het begin van die weg stond een bord “Doorgaand verkeer gestremd”. Dat wil voor fietsers nogal eens meevallen dus ik fietste stug door. Helaas ging na ongeveer een kilometer de weg over in een fietspad en stond er nadrukkelijk dat het fietspad tot 8 oktober niet toegankelijk was. Daar liet ik me door overtuigen en fietste de vergeefse kilometer weer terug. Waarom dat tweede bord nou niet op de plaats van dat eerste bord stond?
Enfin, de eigenlijke route was gemakkelijk verderop weer op te pikken. Via een schitterend schelpenpad ging het tot vlakbij Joure, maar ik had tevoren al besloten dat ik deze plaats niet zou aandoen. Ik ken het wel enigszins en bovendien vond ik de totale route dan te lang worden.
Vanaf het westelijkste punt van het traject, we schampten het Tjeukemeer, ging het weer gezellig tegenwinds terug. Ook weer prachtige stukken gefietst, onder andere een stukje van de Weerribben gezien. Toch heb ik ook wat afgesneden, ik had de tocht van gisteren nog wel wat in de benen zitten.
Via de Fietsknoop app kwam ik uiteindelijk iets verkort in Steenwijk. Wat boodschappen voor het avondeten gedaan en door naar camping De Hoogte, waar wij afgelopen zomer ook al een dag of tien gestaan hadden, aanrader!
Morgen langs Ommerschans en daarna richting Hardenberg.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 4

De nacht was wat onrustig geweest. Ik had al een poosje geslapen toen ik wakker werd van gekraak vlak naast mijn oor. Oh shit, het afvalzakje. Daar zat ‘een beest’ bij. Het beest bleek een egel te zijn. Ik verplaatste de afvalzak naar de picknicktafel en ging weer liggen. Maar toen dacht ik aan het verse brood in de binnentent en herinnerde me de verhalen van muizen die zich door de tent naar binnen vreten. Toen lag ik niet zo rustig meer. Toch maar weer eruit, alle eetbare waren bij elkaar gezocht en in Adam’s kostuum overgebracht naar de fietstas die aan de fiets hing.
Toen kon ik eindelijk weer slapen, maar de nacht was wel wat kort zo. Toch werd ik redelijk fris en uitgeslapen wakker.

Om ongeveer negen uur reed ik de camping af, om een paar minuten later al geconfronteerd te worden met een Friese specialiteit: de open brug. Mijn hemel, wat voeren er veel bootjes uit, er kwam geen eind aan. Nou ja, uiteindelijk natuurlijk wel.
Thema van de dag zou verder zijn de wind. De tegenwind om precies te zijn. De wind was pal oost en had kracht 3 à 4. Hoe noordelijker, hoe harder.
De route die ik gepland had, naar Kollumerpomp, had bij Stiens de mogelijkheid om een doorsteekje te maken om zodoende een bezoek aan Leeuwarden te vermijden. Maar toen ik in Stiens op een terras van mijn appeltaart (jarige dochter én schoondochter, ja, dank u) zat te genieten was het me duidelijk dat ik helemaal klaar was met alleen maar tegenwind. Ik besloot de koers te verleggen. Op de website van de natuurcampings bekeek ik mijn opties, en mijn oog viel op Jubbega. Dat was een stuk zuidelijker, en bood ook de mogelijkheid om via Heerenveen weer een stuk JvL-route op te pakken.
Aldus gedaan. De nieuwe routeplanner-app van de Fietsersbond liet ik een route van het type “makkelijk doorfietsen” uitvogelen, en daar ging ik. Als ik had gedacht nu helemaal geen tegenwind meer te zullen hebben kwam ik bedrogen uit, maar dat had ik niet gedacht, dus van bedrog was geen sprake.
Ik was vergeten om de optie “pontjes vermijden” aan te zetten bedacht ik toen ik aan de waterkant stond. De pont voer net weg, en bleef lang weg. De ‘overkant’ was buiten mijn gezichtsveld dus ik had ook geen idee wat te verwachten. Maar het gras was zacht (en droog!) en de zon scheen aangenaam, en dit werkte prima onthaastend.
Dit pontje werd gevolgd door nog twee soortgenoten, ja ze hebben een hoop water in Friesland. Na de laatste pont werd het landschap geleidelijk boomrijker en dat beviel me wel. Met iets meer dan honderd km op de teller bereikte ik even na zessen de camping. Ik werd uiterst vriendelijk onthaald en aan mij werd de keus gelaten waar ik op het veld wilde staan.
In deze tijd van het jaar moet je rond dit tijdstip niet te veel talmen, het wordt vroeg donker. Dus voorrang gegeven aan tent opzetten en eten klaarmaken, en pas daarna douchen. Nog even reclame maken voor de camping: echt een fantastische douche. Met zelfs een regendouche erbij.
Na nog even met het thuisfront te hebben gebeld ging ik vroeg slapen. Ik had er deze keer goed voor gezorgd dat er niets eetbaars rond de tent te vinden was.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 3

Gisteren was ik al heel vroeg wakker. Zoals ik al had verwacht was de tent kleddernat, niet vanwege regen maar door dauw en condens. Dat hoort er een beetje bij in deze tijd van het jaar.
Gisteren al getest dat het hooguit krap tien minuten fietsen was naar de boot, dus ik kon rustig aan doen. Niettemin was ik er toch drie kwartier te vroeg. 🙂
Geen probleem, het was niet koud. Lange tijd was ik de enige, maar uiteindelijk denk ik dat er misschien wel vijftien fietsen op het achterdek stonden.
Het was een rustige overtocht, een beetje grijzig. De koffie was boven verwachting.
Aan wal gekomen snel het stadje uit. Ik was al eens in Stavoren en vond het een beetje vergane glorie met lelijke nieuwbouw. Ook Van Lennep vond het tweehonderd jaar geleden al niks.
Hindeloopen is mooier, en Workum heeft aardige stukken. Daar de plaatselijke boekhandel gekocht om een paar kaarten te kopen.
Het is wel prettig dat mijn route grote stukken via knooppunten gaat, daardoor kan ik mijn telefoon grote stukken op zwart houden, en dat komt het oplaadproces ten goede.
In IJlst werd het tijd voor lunch, en ik dacht, als ik nou iets stevigs neem kan ik er voorlopig even tegen en kan ik vanavond volstaan met brood en eventueel een soepje. Op het terras van Het Wapen van IJlst had ik een prima plek met uitzicht op de naastgelegen brug die om de vijf minuten zo’n beetje openging en een gezellige buurman die mijn tocht aan de hand van de dagboeken van JvL ‘geniaal’ vond. De uitsmijter smaakte ook nog eens heerlijk.
Ik had getwijfeld of ik wel helemaal door zou rijden naar Sneek maar het ging voorspoedig dus op naar de Waterpoort. Voor het zover was ging het fietspad met een steil trapje (gelukkig wel met ‘glijbaan’ voor de fiets) onder een spoorbaan door. Het naar boven duwen bevestigde mijn voornemen om vanaf oktober naar de sportschool te gaan. Het ging net. (het NL net, niet het Friese).
Zie de foto voor het trapje.
Vanaf Sneek zat ik een tijd achter een clubje rondzwalkende scholieren die uiteindelijk net als ik naar Bolsward gingen. Ik heb ze eenmaal ingehaald, maar na het kerkje van Nylân, waar ik even voor stopte, zat ik weer achter ze. Vlak voor Bolsward haalde ik ze weer in en daarna heb ik ze niet meer gezien. Ze hadden het volgens mij heel gezellig met elkaar, maar of dat de verkeersveiligheid ten goede kwam?
In Bolsward voor het hotel waar JvL en DvH hadden overnacht op een stenen trap bij het water de kaarten geschreven. Even buiten de plaats zag ik een brievenbus, dus die missie was volbracht.
Na Bolsward tot Harlingen reed ik door bekend terrein. We hadden daar al eens gefietst toen we vanaf de camping bij Makkum naar de Tall Ships in Harlingen gingen kijken. Het was toen heel warm als ik het me goed herinner.
En nu sta ik dus op de camping bij Harlingen en heb een dag rust ingelast.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 2

De tent was vanochtend droger dan gisteren, dat had ongetwijfeld met de wind te maken, want het had wel nog geregend. De powerbank had ik gisteravond in de sanitaire ruimte achtergelaten, en daar lag hij vanmorgen braaf en opgeladen op me te wachten.
Even voor negen uur zat ik op mijn fiets en volgde ik zoals de route aangaf de IJsselmeerdijk. Er werd druk aan dijkverzwaring gewerkt, maar vooralsnog had ik er geen last van. Vanaf de dijk (waar ik overigens niet op, maar aan de landzijde naast fietste) ging het naar Oosthuizen. Daar vergeefs een omweg gemaakt om een praalgraf te bewonderen. Op de locatie die de kaart aangaf zag ik niets, er was wel een kerkhof bij een kerk, maar geen praalgraf te zien. Na enige tijd bedacht ik dat het graf weleens in de kerk zou kunnen zijn. Die was dicht dus ik ben maar weer verder gegaan.
Ik kwam door Etersheim, een plaatsje waar ‘het schooltje van Dik Trom’ stond. Dat verbaasde me, want ik wist niet beter dan dat Dik een fictieve personage was. Zojuist even opgezocht, op deze school blijkt dhr Kieviet, de schrijver, onderwijzer te zijn geweest toen hij het eerste Trom-boek schreef.
Ik kwam weer terug op de dijk en deze volgde ik tot ik in Hoorn was. Een leuk stadje met naast veel oude gebouwen ook aardig wat stadsvernieuwing die er best aardig uitzag. Bij de haven deed ik mij tegoed aan koffie met chocoladetaart. Daar kon ik wel weer even op rijden.
In Hoorn ook zag ik het voormalige bedelaarsgesticht. Van Lennep en Van Hogendorp bezochten dit instituut en hoorden tot hun afschuw dat ook gehuwde mannen en vrouwen gescheiden werden in het gebouw.
Vanuit Hoorn ging het met een fraaie boog naar Medemblik. Leuke en saaie plaatsjes wisselden elkaar af, ik vond het een mooie tocht. Vanaf Medemblik ging het, nadat ik nog een blik had geworpen op het kasteel Radboud, richting Enkhuizen. Deze keer grotendeels op de IJsselmeerdijk, maar nu met het water aan de linkerkant. Het was het stuk waarin ik ook eens profijt had van de wind.
De camping lag in Enkhuizen aan de route, dus die was snel gevonden. Op de camping, waar geen beheerder aanwezig was, moest ik na reservering via de website, een plekje zoeken op het deel dat ‘de slurf’ heette. Die slurf was zo smal dat het een poos duurde voor ik door had dat wat ik in eerste instantie aanzag voor de slurf het ook daadwerkelijk was. Mijn tentje laat nog een halve meter doorgang voor eventuele medekampeerders of langswandelaars. Ik heb daarom op de kopse kant maar een haring weggehaald, dan is er net een beetje meer ruimte.

« Oudere berichten

© 2022 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑