Auteur: Peter (Pagina 1 van 56)

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 9

Dit hadden jullie nog tegoed. Laatste fietsdag, als je die ruim twintig km tenminste als fietsdag mag kwalificeren. Ik had gepland om de trein van 11.14 uit Enschede te nemen, ik zou dan in Duivendrecht moeten overstappen op een rechtstreekse trein naar Dordrecht.
Ik was zoals gebruikelijk vroeg genoeg wakker, en rond half negen was de boel wel in- en opgepakt. Maar wacht even, voor de trein heb ik straks wel een mondkapje nodig. Gisteren naar Duitsland had ik toch mee? Waar is dat ding nou? Op alle voor de hand liggende, en minder voor de hand liggende plekken gekeken, maar niet gevonden. Nu, dan maar ergens een nieuwe kopen.
Nog even langs de receptie om te betalen (en eventueel in te schrijven, want dat was nog steeds niet gebeurd), maar daar was niemand. Dan maar het nummer gebeld dat vermeld stond bij de deur. Campingeigenaar Marcel kwam naar de deur en toen ik zei dat ik wilde afrekenen zei hij: “Oh doe maar vijftien euro”. Volgens mij was dat eigenlijk te weinig, dus ik zei nog: “Weet je het zeker?” “Ja hoor” zei hij, “het is eigenlijk twintig, maar ik vind dit ook wel goed”. Ik heb me verder niet verzet. 🙂

Ik had een route uitgezet met de knooppunten-app Fietsknoop, met het voornemen om onnodige omwegen er uit te halen. Als ik dan eenmaal onderweg naar huis ben wil ik het niet onnodig rekken. Toen ik door De Lutte fietste kwam ik langs een Spar waar ze ergens achterin het magazijn nog de laatste mondkapjes vonden. Voor 3,99 was ik op de treinreis voorbereid. Wel een beetje zonde, vooral toen later bleek dat hij behoorlijk strak achter mijn oren klemde, en ook nog eens stonk.

Drie kwartier voor mijn trein ging was ik op het station, en ik had het niet zien aankomen, maar toen ging het (licht) regenen. Dat was mazzel. Dat het niet eerder begon bedoel ik natuurlijk. Een Keuzedag op mijn OV-chipkaart gezet, een fietskaartje gekocht, en toen was ik er klaar voor.

De reis verliep verder voorspoedig en rond drie uur was ik thuis.

Dit was het laatste verslag van deze nazomervakantie, er volgt nu alleen nog een epiloog, maar niet meer vandaag.

Verrassend, zo vlak bij Enschede

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 8

Het was wel lekker om mijn tentje gewoon te kunnen laten staan. Alles op mijn gemakje en uiteindelijk reed ik pas na half elf weg. Over de Dinkel, langs het Lutterzand, ging ik op pad richting te grens. Ik bedacht dat ik alleen een stoffen mondkapje bij me had, en dat telt niet in Duitsland. Ik had gisteravond nog wel even gecheckt of mijn Corona Check app nog steeds genegen was een internationale QR-code te tonen. Er was niemand die hem wilde zien. 🙂
Even na de grenspassage dacht ik even: wat hobbelen die keitjes hier raar. Helaas waren het niet de keitjes maar mijn achterband die lek was. Fiets op zijn kop gezet en even goed gekeken of ik een potentiële boosdoener zag. Ja hoor, een stukje glas. Eruit gepeuterd en goed gekeken waar het zat ten opzichte van het ventiel. Met veel moeite kreeg ik de buitenband los van de velg, ik twijfelde zelfs even of ik genoeg kracht in mijn handen had, maar uiteindelijk gaf hij zich gewonnen. Het gaatje zat precies op de goede plek. Schuren, solutie aanbrengen, plaksticker uitpakken en na vijf minuten op de plek des onheils aanbrengen. Na even wachten band een beetje oppompen, in de buitenband prutsen, buitenband weer binnen de velg en pompen maar. Ik denk bij elkaar een half uur werk.
Als je dan net weer aan het fietsen bent moet het vertrouwen zich weer een beetje opbouwen. Heb ik wel goed geplakt? Was er niet nog een gaatje?

In de buurt van Gildehaus moest er geklommen worden, nog wel wat steviger ook dan gisteren, maar ik had nu bijna geen bagage en dat scheelde een hoop. Landschappelijk was het zeer de moeite waard. Dat vonden Van Lennep en Van Hogendorp indertijd ook al, en met mijn ogen vind ik dat van de huidige situatie nog steeds. In Bad Bentheim ben ik tot aan de voet van het kasteel gekomen, het ligt er imposant bij. Het Bad heb ik niet gezien en gegokt en geld verloren zoals Van Lennep al helemaal niet. De terugweg richting Nederland ging via een andere route, langs een schitterend natuurgebied.
Het is goed dat ik in Losser even keek hoe de route verder ging, anders was ik uiteindelijk in Enschede uitgekomen, en dat was niet de bedoeling, die plaats zie ik morgen wel als ik de trein naar huis neem. Via Oldenzaal weer terug naar de camping. Even kort gerust en toen gewandeld naar restaurant Sterrebos in Beuningen en daar deze vakantie smakelijk afgesloten. Toen ik weer buiten kwam bleek het licht te miezeren, nu ik in de tent dit verhaaltje lig te schrijven gaat het ineens echt regenen.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 7

Ik werd om half zes wakker, wc natuurlijk, maar de nabijgelegen N36 liet zich ook erg horen. Dat was me gisteravond niet zo opgevallen, wel wat geluid, maar niet zoveel. Wellicht was de wind wat gedraaid. De temperatuur was nog onder de tien graden, dus ik bleef nog even liggen tot het aangenamer werd. Mijn powerbank was trouwens, uiteraard zou ik zeggen, nog aanwezig en ook nog eens opgeladen.
Even na half tien was ik op pad. Het stuk tot Hardenberg had ik volgens mij al eens gereden. Ze zijn daar flink bezig met de Vecht, zal wel een ‘ruimte voor de rivier’-project zijn.
Ik vond de route pas echt mooi worden toen het een stukje voor Ootmarsum begon te glooien. Veel klimwerk gaat heel geleidelijk, op sommige moment moet er echt even kracht worden gezet. Uiteindelijk kwam ik tot 73 meter, aldus mijn route-app. De weg tot in Ootmarsum ging deels over smalle gravelpaadjes weer naar beneden, dat reed best lekker. In het dorp koffie gedronken en toen nog twaalf km naar Beuningen. Hierbij werd ook het landgoed Singraven met de watermolen gepasseerd. In voorgaande vakanties al uitgebreid gefotografeerd, dus nu maar doorgereden.
Op de camping aangekomen op koffie getrakteerd en een poos met de campingeigenaar zitten praten. Hij deed de ontvangst even vanwege de afwezigheid van zijn vrouw, maar zij mocht het inschrijven doen als ze weer terug zou zijn.

Morgen blijf ik hier, het is wel lekker om ook eens een dagje met bijna geen bagage tegen fietsen.
Ondanks de titel boven dit stukje heb ik weinig Jacob en Dirk informatie voor deze dag. Morgen beter!

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 6

Toen ik gisteren op camping De Hoogte aankwam vroeg ik Martijn, die me herkende van afgelopen zomer, of hij een plekje met avondzon had. Hij noemde een plek met de meeste avondzon, maar zei hij, dan sta je wel naast een camper. Nou zijn de plekken daar erg ruim, dus ik ging daar inderdaad in eerste instantie staan. Toch ging ik het geleidelijk steeds gekker vinden om op een verder vrijwel uitgestorven camping precies náást iemand te gaan staan. Als de bewoners van de camper er zouden zijn geweest had ik even overlegd, maar dat was dus niet zo. Uiteindelijk toch de acht haringen uit de grond getrokken en de tent opgetild en vier plekken verderop weer neergezet. Dat voelde beter, en voor de zon maakte het eigenlijk niet veel uit. Handig tentje, dat dat zo makkelijk gaat!

Het was een koude nacht. Ik had op voorhand mijn donzen jasje aangehouden en dat was een goed idee. Ik heb prima geslapen. Na het wakker worden nog een poosje blijven liggen tot de temperatuur boven de tien graden was en toen de boel weer ingepakt. Net als gisteren was ik even voor half tien op pad. Omdat we al aardig wat rond Eesveen gefietst hebben duurde het even voor ik op onbekend terrein was. Omdat ik de Fietsknoop-app gebruikte zag ik hier en daar lusjes op de kaart die ik net zo lief afsneed. Toen ik ruim tien km onderweg was passeerde ik een bord dat waarschuwde dat de weg verderop gestremd zou zijn. Ach, dacht ik, dat loopt voor fietsers meestal niet zo’n vaart. Trouwe lezers van dit blog denken “hé, die tekst ken ik al”. 🙂 Het duurde best een poos, misschien wel bijna twee kilometer voor ik een tweede bord zag, en toen werd het spannend. Maar gelukkig liep het voor fietsers inderdaad deze keer niet zo’n vaart.
Ik kwam in het Reest-dal en dacht even dat ik daarmee ook al in Overijssel aangekomen was, maar dat was uiteraard niet zo, want de Reest is daar juist de grens tussen de twee provincies. Maar daar kwam een brug, en het was zover. Bye bye Drenthe, altijd mooie provincie.
Nu duurde het ook niet lang meer voor ik bij de Ommerschans was. Op deze plek was in de tijd dat Van Lennep en Van Hogendorp er langs kwamen een ‘Gesticht’ voor bedelaars en landlopers. Zij hadden diverse gesprekken met bewoners en raakten daar erg door aangedaan. Ook spraken zij de directeur die bevestigde wat sommige bewoners ook hadden verteld: veel mensen zaten ten onrechte daar, en de regels waren zo, dat als je er eenmaal was bijna niet meer weg kon komen.
Ommerschans was ook een onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid en fungeerde daarin als strafkolonie.
Het gebouw van weleer is er niet meer, ik vond nog wel een foto waarop de plattegrond geprojecteerd stond op de omgeving, dat geeft in elk geval een beeld.
Wel nog aanwezig is het kerkhof van het Gesticht. Dat vond ik wel aangrijpend. Er liggen honderden mensen begraven en het grootste deel anoniem. Er waren slechts enkele kruisen en zerken van namen voorzien.

Ik ging weer verder, met wat doorsteekjes om sneller op de route, en dus bij de camping te komen. Ik had wel zin in een korte fietsdag, en dat is gelukt. Tentje opgezet, wat gelezen, gedoucht, naar een nabij gelegen pannenkoekenrestaurant geweest (nou ja, nabij, ruim drie km van hier, dat is toch wel nabij) en nu ben ik met mijn blog bezig.
Ik ga vannacht mijn powerbank in een washokje achterlaten, hij begint wat leeg te raken, en ik denk dat dit wel het soort camping is waar dat zonder risico kan. We gaan het zien morgenochtend.

Het plan is om morgen richting Oldenzaal te gaan en dan mijn tent op te zetten bij de ons ook al bekende en gewaardeerde camping Olde Kottink bij Beuningen (Ov).

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 5

Het was fris vanmorgen toen ik wakker werd, volgens mijn app 8,5 graad. Dat moedigde me niet aan om er snel uit te springen, voor zover dat lukt vanuit een slaapzak op een matrasje. Toen de temperatuur eenmaal boven de tien graden was gestegen heb ik het aangedurfd. Alles op mijn gemakje en uiteindelijk zat ik even voor half tien op mijn fiets. Eerst naar Heerenveen, de route van ongeveer zestien km had ik door de Fietsknoop app laten bepalen. Dat werd best een aardige route. Ik kwam nog een kerkhofje met klokkenstoel tegen. Zie foto. Was een mooi stil plekje.
Dat kon je niet zeggen van Heerenveen, hoewel het ook wel weer meeviel. Ik sloeg wat proviand in bij AH en ging vervolgens op zoek naar de JvL-route. Dat was niet zo ingewikkeld, gewoon via mijn route app (OSMand) naar het zwarte lijntje navigeren. Al snel na het begin moest ik een brug over, die naar goed gebruik net open ging, en direct na de brug linksaf langs het water. Bij het begin van die weg stond een bord “Doorgaand verkeer gestremd”. Dat wil voor fietsers nogal eens meevallen dus ik fietste stug door. Helaas ging na ongeveer een kilometer de weg over in een fietspad en stond er nadrukkelijk dat het fietspad tot 8 oktober niet toegankelijk was. Daar liet ik me door overtuigen en fietste de vergeefse kilometer weer terug. Waarom dat tweede bord nou niet op de plaats van dat eerste bord stond?
Enfin, de eigenlijke route was gemakkelijk verderop weer op te pikken. Via een schitterend schelpenpad ging het tot vlakbij Joure, maar ik had tevoren al besloten dat ik deze plaats niet zou aandoen. Ik ken het wel enigszins en bovendien vond ik de totale route dan te lang worden.
Vanaf het westelijkste punt van het traject, we schampten het Tjeukemeer, ging het weer gezellig tegenwinds terug. Ook weer prachtige stukken gefietst, onder andere een stukje van de Weerribben gezien. Toch heb ik ook wat afgesneden, ik had de tocht van gisteren nog wel wat in de benen zitten.
Via de Fietsknoop app kwam ik uiteindelijk iets verkort in Steenwijk. Wat boodschappen voor het avondeten gedaan en door naar camping De Hoogte, waar wij afgelopen zomer ook al een dag of tien gestaan hadden, aanrader!
Morgen langs Ommerschans en daarna richting Hardenberg.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 4

De nacht was wat onrustig geweest. Ik had al een poosje geslapen toen ik wakker werd van gekraak vlak naast mijn oor. Oh shit, het afvalzakje. Daar zat ‘een beest’ bij. Het beest bleek een egel te zijn. Ik verplaatste de afvalzak naar de picknicktafel en ging weer liggen. Maar toen dacht ik aan het verse brood in de binnentent en herinnerde me de verhalen van muizen die zich door de tent naar binnen vreten. Toen lag ik niet zo rustig meer. Toch maar weer eruit, alle eetbare waren bij elkaar gezocht en in Adam’s kostuum overgebracht naar de fietstas die aan de fiets hing.
Toen kon ik eindelijk weer slapen, maar de nacht was wel wat kort zo. Toch werd ik redelijk fris en uitgeslapen wakker.

Om ongeveer negen uur reed ik de camping af, om een paar minuten later al geconfronteerd te worden met een Friese specialiteit: de open brug. Mijn hemel, wat voeren er veel bootjes uit, er kwam geen eind aan. Nou ja, uiteindelijk natuurlijk wel.
Thema van de dag zou verder zijn de wind. De tegenwind om precies te zijn. De wind was pal oost en had kracht 3 à 4. Hoe noordelijker, hoe harder.
De route die ik gepland had, naar Kollumerpomp, had bij Stiens de mogelijkheid om een doorsteekje te maken om zodoende een bezoek aan Leeuwarden te vermijden. Maar toen ik in Stiens op een terras van mijn appeltaart (jarige dochter én schoondochter, ja, dank u) zat te genieten was het me duidelijk dat ik helemaal klaar was met alleen maar tegenwind. Ik besloot de koers te verleggen. Op de website van de natuurcampings bekeek ik mijn opties, en mijn oog viel op Jubbega. Dat was een stuk zuidelijker, en bood ook de mogelijkheid om via Heerenveen weer een stuk JvL-route op te pakken.
Aldus gedaan. De nieuwe routeplanner-app van de Fietsersbond liet ik een route van het type “makkelijk doorfietsen” uitvogelen, en daar ging ik. Als ik had gedacht nu helemaal geen tegenwind meer te zullen hebben kwam ik bedrogen uit, maar dat had ik niet gedacht, dus van bedrog was geen sprake.
Ik was vergeten om de optie “pontjes vermijden” aan te zetten bedacht ik toen ik aan de waterkant stond. De pont voer net weg, en bleef lang weg. De ‘overkant’ was buiten mijn gezichtsveld dus ik had ook geen idee wat te verwachten. Maar het gras was zacht (en droog!) en de zon scheen aangenaam, en dit werkte prima onthaastend.
Dit pontje werd gevolgd door nog twee soortgenoten, ja ze hebben een hoop water in Friesland. Na de laatste pont werd het landschap geleidelijk boomrijker en dat beviel me wel. Met iets meer dan honderd km op de teller bereikte ik even na zessen de camping. Ik werd uiterst vriendelijk onthaald en aan mij werd de keus gelaten waar ik op het veld wilde staan.
In deze tijd van het jaar moet je rond dit tijdstip niet te veel talmen, het wordt vroeg donker. Dus voorrang gegeven aan tent opzetten en eten klaarmaken, en pas daarna douchen. Nog even reclame maken voor de camping: echt een fantastische douche. Met zelfs een regendouche erbij.
Na nog even met het thuisfront te hebben gebeld ging ik vroeg slapen. Ik had er deze keer goed voor gezorgd dat er niets eetbaars rond de tent te vinden was.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 3

Gisteren was ik al heel vroeg wakker. Zoals ik al had verwacht was de tent kleddernat, niet vanwege regen maar door dauw en condens. Dat hoort er een beetje bij in deze tijd van het jaar.
Gisteren al getest dat het hooguit krap tien minuten fietsen was naar de boot, dus ik kon rustig aan doen. Niettemin was ik er toch drie kwartier te vroeg. 🙂
Geen probleem, het was niet koud. Lange tijd was ik de enige, maar uiteindelijk denk ik dat er misschien wel vijftien fietsen op het achterdek stonden.
Het was een rustige overtocht, een beetje grijzig. De koffie was boven verwachting.
Aan wal gekomen snel het stadje uit. Ik was al eens in Stavoren en vond het een beetje vergane glorie met lelijke nieuwbouw. Ook Van Lennep vond het tweehonderd jaar geleden al niks.
Hindeloopen is mooier, en Workum heeft aardige stukken. Daar de plaatselijke boekhandel gekocht om een paar kaarten te kopen.
Het is wel prettig dat mijn route grote stukken via knooppunten gaat, daardoor kan ik mijn telefoon grote stukken op zwart houden, en dat komt het oplaadproces ten goede.
In IJlst werd het tijd voor lunch, en ik dacht, als ik nou iets stevigs neem kan ik er voorlopig even tegen en kan ik vanavond volstaan met brood en eventueel een soepje. Op het terras van Het Wapen van IJlst had ik een prima plek met uitzicht op de naastgelegen brug die om de vijf minuten zo’n beetje openging en een gezellige buurman die mijn tocht aan de hand van de dagboeken van JvL ‘geniaal’ vond. De uitsmijter smaakte ook nog eens heerlijk.
Ik had getwijfeld of ik wel helemaal door zou rijden naar Sneek maar het ging voorspoedig dus op naar de Waterpoort. Voor het zover was ging het fietspad met een steil trapje (gelukkig wel met ‘glijbaan’ voor de fiets) onder een spoorbaan door. Het naar boven duwen bevestigde mijn voornemen om vanaf oktober naar de sportschool te gaan. Het ging net. (het NL net, niet het Friese).
Zie de foto voor het trapje.
Vanaf Sneek zat ik een tijd achter een clubje rondzwalkende scholieren die uiteindelijk net als ik naar Bolsward gingen. Ik heb ze eenmaal ingehaald, maar na het kerkje van Nylân, waar ik even voor stopte, zat ik weer achter ze. Vlak voor Bolsward haalde ik ze weer in en daarna heb ik ze niet meer gezien. Ze hadden het volgens mij heel gezellig met elkaar, maar of dat de verkeersveiligheid ten goede kwam?
In Bolsward voor het hotel waar JvL en DvH hadden overnacht op een stenen trap bij het water de kaarten geschreven. Even buiten de plaats zag ik een brievenbus, dus die missie was volbracht.
Na Bolsward tot Harlingen reed ik door bekend terrein. We hadden daar al eens gefietst toen we vanaf de camping bij Makkum naar de Tall Ships in Harlingen gingen kijken. Het was toen heel warm als ik het me goed herinner.
En nu sta ik dus op de camping bij Harlingen en heb een dag rust ingelast.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 2

De tent was vanochtend droger dan gisteren, dat had ongetwijfeld met de wind te maken, want het had wel nog geregend. De powerbank had ik gisteravond in de sanitaire ruimte achtergelaten, en daar lag hij vanmorgen braaf en opgeladen op me te wachten.
Even voor negen uur zat ik op mijn fiets en volgde ik zoals de route aangaf de IJsselmeerdijk. Er werd druk aan dijkverzwaring gewerkt, maar vooralsnog had ik er geen last van. Vanaf de dijk (waar ik overigens niet op, maar aan de landzijde naast fietste) ging het naar Oosthuizen. Daar vergeefs een omweg gemaakt om een praalgraf te bewonderen. Op de locatie die de kaart aangaf zag ik niets, er was wel een kerkhof bij een kerk, maar geen praalgraf te zien. Na enige tijd bedacht ik dat het graf weleens in de kerk zou kunnen zijn. Die was dicht dus ik ben maar weer verder gegaan.
Ik kwam door Etersheim, een plaatsje waar ‘het schooltje van Dik Trom’ stond. Dat verbaasde me, want ik wist niet beter dan dat Dik een fictieve personage was. Zojuist even opgezocht, op deze school blijkt dhr Kieviet, de schrijver, onderwijzer te zijn geweest toen hij het eerste Trom-boek schreef.
Ik kwam weer terug op de dijk en deze volgde ik tot ik in Hoorn was. Een leuk stadje met naast veel oude gebouwen ook aardig wat stadsvernieuwing die er best aardig uitzag. Bij de haven deed ik mij tegoed aan koffie met chocoladetaart. Daar kon ik wel weer even op rijden.
In Hoorn ook zag ik het voormalige bedelaarsgesticht. Van Lennep en Van Hogendorp bezochten dit instituut en hoorden tot hun afschuw dat ook gehuwde mannen en vrouwen gescheiden werden in het gebouw.
Vanuit Hoorn ging het met een fraaie boog naar Medemblik. Leuke en saaie plaatsjes wisselden elkaar af, ik vond het een mooie tocht. Vanaf Medemblik ging het, nadat ik nog een blik had geworpen op het kasteel Radboud, richting Enkhuizen. Deze keer grotendeels op de IJsselmeerdijk, maar nu met het water aan de linkerkant. Het was het stuk waarin ik ook eens profijt had van de wind.
De camping lag in Enkhuizen aan de route, dus die was snel gevonden. Op de camping, waar geen beheerder aanwezig was, moest ik na reservering via de website, een plekje zoeken op het deel dat ‘de slurf’ heette. Die slurf was zo smal dat het een poos duurde voor ik door had dat wat ik in eerste instantie aanzag voor de slurf het ook daadwerkelijk was. Mijn tentje laat nog een halve meter doorgang voor eventuele medekampeerders of langswandelaars. Ik heb daarom op de kopse kant maar een haring weggehaald, dan is er net een beetje meer ruimte.

In het spoor van Jacob en Dirk – dag 1

Ondanks de nabijheid van de A10 heb ik afgelopen nacht toch heel behoorlijk geslapen. Rond half zeven vond ik het welletjes en ben de boel gaan opruimen. Even na acht uur zat ik op de fiets. Dat duurde maar heel kort want toen was ik al bij de brug die ik via een trap moest beklimmen. Fietsend erop kon ook, maar dan had ik een omweg van vele kilometers moeten maken. De trap was lang, maar niet steil, en liet voldoende ruimte voor de fietstas.
En zo fietste ik Amsterdam in, langs Artis in de richting van de plek waar ooit Het Rondeel moet hebben gestaan. Daar haalde Jacob van Lennep op een vroege zomermorgen zijn vriend Dirk van Hogendorp op, en begon hun tocht.
Bij het IJ aangekomen zag ik drie veerponten klaarliggen. De rechtse twee zagen er erg vol uit, op de linkse was nog plek zat. Toen we een minuutje onderweg waren begon het te dagen, deze pont had een andere bestemming. Dat bleek de NDSM te zijn, een aardig stukje westelijker. 🙂
Toch was het niet heel ingewikkeld om weer op de geplande route te komen.
Na een stuk langs het Noord-Hollands kanaal te hebben gereden ging het richting Landsmeer. Dat kanaal was een werkgelegenheidsproject en toen Van Lennep er langs kwam was men er nog druk mee bezig, allemaal handwerk.
Het Twiske was erg mooi, ik had er ooit al eens aan een hardloopwedstrijd meegedaan, maar toen heb ik maar een klein deel gezien.
In Zaandam heb ik het verblijf van Tsaar Peter gemist. Dat werd veroorzaakt door het feit dat ik vanwege het moeizaam opladen van mijn telefoon hem ook ook grote stukken uit heb staan. En als ik hem dan aan doe is het vooral om vast te stellen of we nog goed gaan, of om te zien hoe we verder moeten bij het volgende kruispunt. Dan mis je weleens een ommetje langs een toeristische attractie.
De Zaanse Schans verraste me eigenlijk. Ik dacht dat het achter een ‘betaalmuur’ zou zitten, zoiets als het openluchtmuseum, maar het is vergelijkbaar met de molens bij Kinderdijk, gewoon in het openbaar te bezichtigen. Ik vond het erg mooi. Hoe origineel/authentiek het allemaal is weet ik eigenlijk niet.
Via Jisp en Neck kwam ik in Purmerend. Daar liet ik mij door een terras met plek verleiden tot het drinken van koffie (niet heel lekker) en het nuttigen van een “Twaalfuurtje” (dat smaakte prima).
In Monnickendam maakte ik in de Grote of St Nicolaaskerk een goede beurt bij de dienstdoende vrijwilliger. Want waarom, zo vroeg hij mij, zou de kerk oorspronkelijk nou uitgerekend St Nicolaaskerk heten. Als voormalig katholiek wist ik dat uiteraard.
Na Monnickendam ging het langs de IJsselmeerdijk naar Volendam en Edam. Het miezerde toen een beetje, en vervolgens begon het ook steeds harder te waaien uit het noordwesten. Jammer, maar ik was er bijna.
Ik sta nu als enige tentkampeerder op een boerencamping. Heerlijk gedoucht, en mijn handdoek en gewassen onderbroek hangen als gekken te wapperen aan het gazen hek dat de afscheiding vormt met het weiland.
Morgen via Hoorn naar Enkhuizen, hopelijk met iets minder wind.

In het spoor van Jacob en Dirk – Aanlooproute

Aanfietsroute is natuurlijk meer het woord. De jonge heren Van Lennep en Van Hogendorp vertrokken uit Amsterdam, en dat ga ik morgen ook doen. Vandaag ben ik naar camping Zeeburg bij Amsterdam gefietst,  een tocht van ruim 90 km. Ik was nog geen 10k

m onderweg toen ik bedacht dat ik geen bidon met water had meegenomen. Hij stond klaar in de keuken, maar dat is niet genoeg.
Gelukkig heb ik een petfleshouder op mijn fiets, dus bij de eerste supermarkt die langs kwam een fles Spa blauw gekocht.

De tocht ging zo’n beetje dwars door het Groene Hart, en dat is net zo fraai als beweerd wordt. Helaas zijn er niet veel plekken waar je alleen maar Groen Hart ziet.

Ik had een route gepland die vanaf Breukelen steeds langs het Amsterdam-Rijnkanaal ging. Dat leek me toch wat saai. Ik bedacht dat een van van mijn schoonoma’s in haar jonge jaren in de pastorie van Loenen aan de Vecht had gewoond. Haar vader P. C. IJsseling was daar vele jaren predikant. Het leek me leuk om daar eens langs te fietsen. Ik moet zeggen, het is een prachtig pand met aan de overkant van de weg ook nog een zg overtuin, zodat je ook heerlijk aan de Vecht kon zitten.

De camping van Zeeburg is wat je van een stadscamping kunt verwachten, maar het sanitair is prima in orde. Ondertussen regent het, ik ga maar eens een dutje doen.

« Oudere berichten

© 2021 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑