In het spoor van Jacob en Dirk – dag 4

De nacht was wat onrustig geweest. Ik had al een poosje geslapen toen ik wakker werd van gekraak vlak naast mijn oor. Oh shit, het afvalzakje. Daar zat ‘een beest’ bij. Het beest bleek een egel te zijn. Ik verplaatste de afvalzak naar de picknicktafel en ging weer liggen. Maar toen dacht ik aan het verse brood in de binnentent en herinnerde me de verhalen van muizen die zich door de tent naar binnen vreten. Toen lag ik niet zo rustig meer. Toch maar weer eruit, alle eetbare waren bij elkaar gezocht en in Adam’s kostuum overgebracht naar de fietstas die aan de fiets hing.
Toen kon ik eindelijk weer slapen, maar de nacht was wel wat kort zo. Toch werd ik redelijk fris en uitgeslapen wakker.

Om ongeveer negen uur reed ik de camping af, om een paar minuten later al geconfronteerd te worden met een Friese specialiteit: de open brug. Mijn hemel, wat voeren er veel bootjes uit, er kwam geen eind aan. Nou ja, uiteindelijk natuurlijk wel.
Thema van de dag zou verder zijn de wind. De tegenwind om precies te zijn. De wind was pal oost en had kracht 3 à 4. Hoe noordelijker, hoe harder.
De route die ik gepland had, naar Kollumerpomp, had bij Stiens de mogelijkheid om een doorsteekje te maken om zodoende een bezoek aan Leeuwarden te vermijden. Maar toen ik in Stiens op een terras van mijn appeltaart (jarige dochter én schoondochter, ja, dank u) zat te genieten was het me duidelijk dat ik helemaal klaar was met alleen maar tegenwind. Ik besloot de koers te verleggen. Op de website van de natuurcampings bekeek ik mijn opties, en mijn oog viel op Jubbega. Dat was een stuk zuidelijker, en bood ook de mogelijkheid om via Heerenveen weer een stuk JvL-route op te pakken.
Aldus gedaan. De nieuwe routeplanner-app van de Fietsersbond liet ik een route van het type “makkelijk doorfietsen” uitvogelen, en daar ging ik. Als ik had gedacht nu helemaal geen tegenwind meer te zullen hebben kwam ik bedrogen uit, maar dat had ik niet gedacht, dus van bedrog was geen sprake.
Ik was vergeten om de optie “pontjes vermijden” aan te zetten bedacht ik toen ik aan de waterkant stond. De pont voer net weg, en bleef lang weg. De ‘overkant’ was buiten mijn gezichtsveld dus ik had ook geen idee wat te verwachten. Maar het gras was zacht (en droog!) en de zon scheen aangenaam, en dit werkte prima onthaastend.
Dit pontje werd gevolgd door nog twee soortgenoten, ja ze hebben een hoop water in Friesland. Na de laatste pont werd het landschap geleidelijk boomrijker en dat beviel me wel. Met iets meer dan honderd km op de teller bereikte ik even na zessen de camping. Ik werd uiterst vriendelijk onthaald en aan mij werd de keus gelaten waar ik op het veld wilde staan.
In deze tijd van het jaar moet je rond dit tijdstip niet te veel talmen, het wordt vroeg donker. Dus voorrang gegeven aan tent opzetten en eten klaarmaken, en pas daarna douchen. Nog even reclame maken voor de camping: echt een fantastische douche. Met zelfs een regendouche erbij.
Na nog even met het thuisfront te hebben gebeld ging ik vroeg slapen. Ik had er deze keer goed voor gezorgd dat er niets eetbaars rond de tent te vinden was.

2 reacties

  1. Mirjam

    Is het op alle campings rustig of fotografeer je om alle andere tenten heen?

    • Peter

      Allebei wel een beetje. Het is overwegend rustig, maar ik heb wel vooral aandacht voor mijn eigen plekje en dat kost niet veel moeite. Tenten zie ik sowieso bijna niet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2021 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑