Naar Rome, etappe 18: Strada – Glurns

Het plenst van de regen, dus koken (in dit geval opwarmen) zit er nog niet in, dus laat ik dan maar vast aan het dagverslag beginnen.
Het waren vroege vogels op de camping vanochtend. Ik was weliswaar de eerste, maar de twee ook fietsende koppels waren niet veel later. Maar zij hadden kennelijk andere ochtendrituelen, want toen ik rond kwart over zeven vertrok zaten zij zo te zien nog aan het ontbijt. Ruim een kwartier later stond ik aan de voet van Norberts Höhe, de klim van 6 km à 7%. De eerste stukken raakte ik snel buiten adem, maar op een gegeven vond ik een snelheid waarbij ik het langer kon volhouden. Het was niet makkelijk, maar zeker goed te doen. Jammer is dan dat je op ruim 1400 meter hoogte staat, weet dat je naar ruim 1500 moet, en dat je dan weer naar BENEDEN gaat. Alles in je verzet zich er tegen, maar het gebeurt gewoon.
Ik reed Nauders binnen, spiedend of er misschien toch iets open was (de voorraden waren zacht gezegd niet op orde), maar nee.
Terwijl ik Nauders weer uit reed werd ik ingehaald door een clubje mountainbikers (daar waren er veel van, van die clubjes) en een van die jongens zei “Respekt mit dem Gepäck” of woorden van gelijke strekking. En daar was ik het hartgrondig mee eens. Er moest uiteraard weer geklommen worden, naar de Reschenpas in dit geval, en daar had ik op gerekend, maar ik had ook nog eens een straffe wind tegen. Minstens 4 bf als ik moet gokken. Ik was niet geamuseerd, maar ja, dat maakt niet uit, als je ergens wil komen moet je toch door.
En ik kwam er natuurlijk, nadat ik wat eerder al de Italiaanse grens was gepasseerd, was daar dan toch de pas. Tenminste, dat denk ik, want geen leuk bordje langs de weg waar ik een selfie voor het thuisfront bij kon maken. (Had ik bij de grens trouwens wel gedaan, al stond het bord wat ver weg.)
Na binnenkomst in Italië volgde er een fraai stuk langs de Reschensee, met helaas wel heel veel pittige klimmetjes, maar ook helaas heel veel tegenliggers waardoor ik minder aandacht aan de See kon besteden. En zo kon het gebeuren dat ik die beroemde verdronken toren van Graun totaal niet gezien heb. Toen ik het me realiseerde vond ik het niet nodig er voor terug te rijden.
En eindelijk, eindelijk, veel later dan ik verwacht had, begon dan de weg omlaag. In een van de dorpen/stadjes vond ik een pleintje met een fontein en (belangrijker) een terras waar koffie met Apfelstrudel werd geserveerd. Heerlijk!
Ik had inmiddels besloten op korte termijn te stoppen met fietsen, voor vandaag dan. Ik besloot naar Glurns te gaan. Van de camping in Mals had ik al gehoord dat hij erg duur was. Ik sta nu op een prima plekje op het tentenveld, en hoop dat het nog een keer wat langere tijd droog wordt, zodat ik Glorenza, zoals de stad in het Italiaans heet, nog even kan bezoeken. En eventueel wat eten. Zo niet dan wordt het het blik chili con carne, dat ik al een paar weken bij me heb.

7 reacties

  1. Margreet

    Ik leef met je mee hoor met dat klimmen en dalen. Ben je eindelijk boven, heb je een bocht, moet je nóg verder klimmen en ja zoals Jaap altijd zegt ‘wie klimt, zal dalen’ en zo is dat!

    • Peter

      De komende dagen vrijwel alleen maar dalen, en dan nog een poosje plat door de Povlakte, ik kan even uitrusten. 🙂

  2. Rob

    Regen, wind tegen en hellingen.
    Succes gewenst
    gr Rob

    • Peter

      Dank je Rob. De voldoening is er des te groter om.

  3. Yvonne

    En? Wat is het geworden? Blikje Chili of lekker in een restaurant je laten bedienen? Mag best na al dat geklim 🙂

    • Peter

      Het bleef te lang regenen, dus het is de chili geworden. Ach, die lekkere maaltijd komt nog wel, kansen genoeg in Italië.
      Ik moet nu wel een nieuw noodblikje kopen!

  4. Leo

    Dat “Respect mit dem Gepäck” (of woorden van gelijke strekkjng) wil ik ze wel nazeggen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2022 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑