Pagina 2 van 60

Naar Rome, etappe 27: Ponte Messa – Sansepolcro

Gisteren geen blog, ik had een rustdag, en dat geldt ook voor de blog. šŸ™‚ Wat ik op zo’n dag doe? Niet veel bijzonders meestal. Beetje luieren, me verdiepen in wat er nog komen gaat, wat eten, wat drinken, wat contact met de familie etc.

Vanmorgen was ik vroeg wakker, en dat kwam goed uit, want ik wilde vroeg aan de beklimming van de pas beginnen. Had ik hem al genoemd? De passo di Viamaggio, 983m hoog. Ook wel Valico di Viamaggio genoemd. Gezien de hellingpercentages in het boekje leek het me geen gemakkelijk heerschap om te bedwingen. En aangezien de temperatuur de laatste dagen steeds oploopt naar een graad of dertig wilde ik de klim graag voor de echte warmte afwerken.
Nadat ik mijn spullen zo zacht mogelijk had ingepakt, om de jonge kinderen van de buren niet zo vroeg al wakker te maken, reed ik om kwart voor zes het terrein af.
De uitzichten onderweg waren erg de moeite waard, en sommige delen van de klim waren beslist pittig, maar om ongeveer kwart voor negen was ik boven. Daar heb ik bij het daar aanwezige restaurantje wat kouds gedronken en iets koekerigs erbij.
De afdaling vond ik niet zo prettig. Het wegdek was vaak Italiaans slecht en de gaten in de weg waren door de schaduwwerking van de bomen soms slecht te zien. Dus veel in de remmen knijpen, remmen die soms heel naargeestig piepten. Ik was blij toen ik beneden was.
Het volgende avontuur was nog het vinden van de camping. Volgens mijn wegwijsapp was het nog maar vier km, en dat klopte ook wel, maar vlak voor aankomst was de weg grondig afgezet. Je kon er echt niet door. Mijn eerste poging eromheen te rijden mislukte, ik kwam op een groot terrein met veel vrachtwagens uit, daar werd ik weggestuurd. En terecht. Ik vertelde een chauffeur dat ik de camping zocht (jawel in het Italiaans) en die stuurde me weer zoals ik het al geprobeerd had. Ha ha. Na wat puzzelen op de kaart zag ik een zandweggetje dat vlak bij de camping uitkwam.
Ik zeg steeds camping maar het is eigenlijk kamperen bij de boer, en vooralsnog ben ik de enige gast. Als ik zag hoeveel moeite je moet doen om hier te komen snap ik dat wel.
Morgen weer vroeg op pad wat mij betreft. De route is behoorlijk plat, maar wel 87 km, en ik denk veel open terrein. Dan ben ik vier km voor Assisi en op de camping daar blijf ik twee nachten, zodat ik overmorgen in Assisi kan rondwandelen zonder de ballast van een fiets erbij.

Naar Rome, etappe 26: Lido di Classe – Ponte Messa

Slecht geslapen. Waarom? Waardoor? Geen idee, soms gebeurt dat. Ik had voor de zekerheid wel de wekker gezet omdat ik graag een eind gereden wilde hebben voor het echt warm werd. En toen ik uiteindelijk in slaap was gevallen ging hij af. Ach ja, vanavond vroeg naar bed.
Ik heb de stacaravan zo netjes mogelijk afgesloten zodat het meisje dat hem me aanbood niet denkt: dat was eens maar nooit weer.
Om kwart over zes reed ik weg, heerlijk koel nog. Langs de kust was er een lang fietspad, voor Nederlandse begrippen wat hobbelig en met rare overgangen naar een volgend stuk (bij kruispunten bijvoorbeeld), maar voor Italiaanse begrippen een zeer fatsoenlijk pad. Maar de zee kreeg ik nergens te zien, ook al was hij nog zo dichtbij.
Na een km of zeventien was het punt gekomen dat ik het binnenland in trok, richting de Apenijnen. Dat ging in eerste instantie zo geleidelijk omhoog dat ik al op honderd meter zat voor ik het gevoel had dat ik ervoor gewerkt had. Geleidelijk aan werd het warmer en werd het ook meer werken om boven te komen.
Ik kwam nog door een paar plaatsen die er wel leuk uitzagen, maar ik was niet in de stemming om er echt werk van te maken.
Het laatste stuk was deels klimmen, deels min of meer vlak, langs een soort provinciale weg en dat reed niet echt fijn. Ik was blij dat ik er was. Ik denk er hard over om hier een extra nacht te blijven. Vooral het zwembad trekt me erg. (Mensen die me goed kennen beginnen nu heel hard te lachen.)
Wat me in het zwembad wel opvalt is dat het kennelijk niet verplicht is hier om een badmuts op te doen. Dat is in Italiaanse zwembaden vaak wel het geval.

Ik merk dat de verbinding momenteel heel traag is, dus foto’s uploaden lukt nu niet. Ik doe morgen nog een poging.

Naar Rome, etappe 25: Prato Pozzo – Lido di Classe

Alvorens met de dag van vandaag te beginnen eerst die van gisteren nog even afmaken.

Het was eigenlijk allemaal wat vaag. Het was onduidelijk wie je voor de camping moest aanspreken en bij wie je hoeveel moest betalen. Er was een soort restaurant en daar ben ik op een gegeven moment gaan zitten om wat te drinken en het op me af te laten komen. Ze begonnen de tafels te dekken. Ik vroeg aan een van de jongens die daarmee bezig was of het mogelijk was om mee te eten, en wat het dan kostte. Voor 25 euro een viergangen maaltijd. Dat wilde ik weleens op zijn Italiaans meemaken dus ik zei dat ik dat wel wilde.

Toen de maaltijd tegen achten begon kwamen er mensen aan het tafeltje naast mij zitten. Hij met een Reitsmaboekje in zijn hand. Zo, zei ik, ook onderweg naar Rome? We raakten aan de praat en ze nodigden me uit bij hun aan tafel te komen zitten. Het was erg gezellig en het werd nog wel bijzonder toen bleek dat ze jaren in Dordrecht hadden gewoond en we wat gemeenschappelijke kennisen hadden. Het eten was prima, net als het gezelschap dus een fijne avond gehad. Bij het afrekenen vroeg ik aan de jongen hoe het met het betalen van de camping ging. Daarvoor moest hij even met “the boss” bellen. Die heeft denk ik gezegd “oh, doe maar een tientje”, en dat was dus lekker goedkoop.

Vanochtend had het niet veel zin om al heel vroeg op pad te gaan, want op mijn route zat binnen tien minuten een pontje dat pas vanaf zeven uur zou varen. Toen ik aankwam lag hij aan de overkant, maar hij kwam direct.
Er zat een lang stuk langs een best wel drukke weg, dat zal misschien een rol gespeeld hebben bij het verleggen van de route. Gelukkig mocht ik er op een gegeven moment af en nog geen kwartier later stond ik stil voor een brug die hetzij afgebroken hetzij gerenoveerd werd. Ik kon er in elk geval niet door, maar ik moest wel aan de overkant van het water zijn. Na bestudering van de kaart wist ik door deels illegale weggetjes te nemen, en toch nog een stuk van die te drukke weg, weer op de gewone route te komen.
Vanaf daar tot Ravenna waren weer lange, rechte, saaie stukken. Maar in de stad zelf heb ik genoten van de kerken met prachtig mozaĆÆekwerk. Echt heel bijzonder.
Al snel na Ravenna kwam ik op een onverhard deel van het traject van 11 kilometer. Het begin en eind was vervelend met grote kiezels en keitjes, maar het tussenstuk waren bospaadjes die soms ook wel hotsebots-effecten hadden, maar over het algemeen lekker reden. En dit allemaal onder de voor deze streek kenmerkende parasoldennen.
Na het laatste onverharde stuk kwam ik in Lido di Classe, waar ik een camping opzocht. Dat lukte, alleen hadden ze geen faciliteiten voor kleine tentjes (wat vreemd is, want in het boekje wordt hij juist aangeprezen), maar ik keek kennelijk zo sneu dat het meisje zei dat ze wel wat wist. Ze liep voor me uit naar best een mooie stacaravan die ik voor een tientje de komende nacht mocht gebruiken. Ik bedankte haar uitbundig, voor zover mijn Italiaans dat toeliet.
Na wat te zijn bijgekomen van het fietsen in de warmte en gedoucht te hebben ben ik nog even naar het Adriatische strand geweest.

Ondertussen contact met Paul gehad die inmiddels op een camping tien km verderop stond. Of ik nog een keer samen wilde eten, dan kwam hij wel mijn kant uit (op een ebike zeg je dat na een dag fietsen net iets makkelijker denk ik) en aldus afgesproken. We aten heel smakelijk bij mij op de camping. Paul gaat eerder dan ik terug naar Nederland, dus dit kan zomaar onze laatste gezamenlijke maaltijd geweest zijn.

Naar Rome, etappe 24: Ferrara – Prato Pozzo

Om kwart over zes zat ik op de fiets. Het voordeel van zo’n kale kamer is dat je ook makkelijk ziet of je alles hebt.
Het was lekker rustig op straat en betrekkelijk koel (18 graden denk ik). De eerste dertig km zat er nog aardig wat variatie in het traject. Er werden aardige dorpjes aangedaan. In Portomaggiore zou binnen twintig minuten de Coop open gaan, en dat kwam mij wel goed, kon ik meteen spullen voor het avondeten inslaan.
Terwijl we (er kwamen steeds meer mensen) stonden te wachten, werd ik onverstaanbaar aangesproken door een oud mannetje. Oud? Nou ja, laten we zeggen ouder dan ik en jonger dan mijn schoonvader. Ik vertelde hem in mijn beste Italiaans dat ik uit Nederland en onderweg was naar Rome. Hoe ik dan sliep? Nou in mijn tentje (tenda) op de campeggio. Hij was diep onder de indruk en ik hoorde hem het verhaal vele keren aan kennissen van hem navertellen.
Het toetje, twee yoghurtjes, heb ik ter plekke maar vast opgegeten, zo koud zijn ze wel zo lekker.
Daarna kwam, dat kun je gerust zeggen, het saaie stuk. Lange rechte wegen met weinig schaduw. Miesmuizen had geen zin, dus ik ging stug door. Uiteindelijk stond ik voor het gesloten hek van de camping. Er stond wel een telefoonnummer, daar heb ik zonder een reactie te krijgen een berichtje naar gestuurd. Ik veronderstelde dat er gegeten werd en besloot nog even te wachten. Toen er op een gegeven moment iemand naar buiten ging in de auto ging het open, en ik naar binnen.
Inmiddels toestemming om een plekje te zoeken.

 

Naar Rome, etappe 23: Montagnana – Ferrara

Het is wel raar om van B&B naar B&B te rijden. Ik zie het als een noodmaatregel, als er geen camping beschikbaar is, en toevallig is dat nu twee dagen achter elkaar het geval. Althans, dat dacht ik tot gisteren. Te laat ontdekte ik dat er bij Montagnana toch een camping was, maar toen was de bed and breakfast al geboekt.
Voor Italiaanse begrippen kreeg ik een uitgebreid ontbijt, dus daar kon ik een behoorlijk stuk op fietsen. Ik was daardoor wel later op pad dan ik anders met dit warme weer gedaan zou hebben.
De ebiker van gisteren, Paul is zijn naam, kwam ik binnen een kwartier al weer tegen. We spraken af dat we ieder volgens eigen tempo zou rijden en dan zagen we wel of wel elkaar onderweg nog zouden zien. We wisselden in elk geval telefoonnummers uit zodat we elkaar in Ferrara makkelijker zouden kunnen vinden.
Het was een lekkere fietsdag, met wel aardig wat wind tegen, maar de beloning kregen we in de vorm van mooi weer.
Onderweg kreeg ik een bericht van de B&B-persoon, of ik wist hoe laat ik er zou zijn. Ik mikte op drie uur, en als ik vanaf dat moment de kortste weg zou hebben gevolgd zou ik dat zeker gehaald hebben. Maar nadat ik de Po was overgestoken bleek de officiƫle route nog een hele slinger te maken die een hoop tijd kostte. Ik begon stevig aan te zetten (bij dertig graden, mind you) en was er uiteindelijk kwart over drie. Ik me schuldig voelen, bleek ik inmiddels appjes te hebben ontvangen van de persoon in kwestie dat hij/zij er niet zou zijn, maar dat dit de code was om binnen te komen en dit het kamernummer, en dat de sleutels aan de binnenkant van de deur zaten. Voor niks gepeesd.
Fiets aan het hek met een ketting, tassen naar boven, en na even bijkomen onder de douche.
Vanavond weer een gezellige avond met Paul gehad. Het kan zijn dat we elkaar nu niet meer treffen, hij volgt een iets andere route en bovendien rijdt hij dus op een ebike. We gaan het zien.

Vanmiddag en vanavond erg zitten dubben of ik de hoofdroute blijf volgen, of dat ik toch een deel van de Toscanaroute zal doen. Ik las in de beschrijving dat de klim naar de eerste top zwaarder is dan de zwaarste Alpenklim, en toen dacht ik, zeker met de weervoorspellingen in gedachten (voorlopig dagen van minstens dertig graden), dit moet ik niet doen. Ik blijf dus op de hoofdroute.

Naar Rome, etappe 22: Verona – Montagnana

Ik was gisteren na mijn bezoek aan de stad nog even op het terras van de camping een biertje wezen drinken (laat dat “tje” maar weg trouwens) en daarna vroeg in slaap gevallen. Toen ik om twee uur wakker werd moest ik uiteraard naar het toilet (bijzonderheid, ze hebben er van die hurktoiletten, die heb ik zelfs in Frankrijk al in geen jaren gezien) en daarna duurde het heel lang voor ik weer in slaap viel. Er was ook veel herrie met hardrijdende motoren en muziek die van ver kwam. Ik dacht zelfs de klap van een botsing te horen, maar ik hoorde geen daaropvolgende sirenes, dus het zal meegevallen zijn.
Vanmorgen op mijn gemakje de boel ingepakt, betaald, nog een espresso gedronken en toen maar eens op pad. Zo steil de weg omhoog was geweest zo steil was hij natuurlijk ook weer naar beneden. De remmen deden hun werk naar behoren en eindelijk kwam ik in een wat vlakker straatje uit. Ik zag een verkeersdrempel aankomen, met rechts een stukje waar ik als fietser door kon. Stom genoeg dacht ik dat de stoep op straatniveau lag en stuurde naar die stoep om wat meer ruimte te hebben. Te laat zag ik dat de stoep toch ongeveer een halve decimeter hoog was, en hup, daar ging ik. Ik probeerde mezelf nog op te vangen, maar kon toch niet voorkomen dat ik met mijn elleboog tegen het huis aan schuurde. Een schaafwond was het gevolg. Verder lijkt de schade aan mezelf en de fiets mee te vallen. Ik weet nog dat mijn helm ook een tikje meekreeg, dus als ik die niet had opgehad had ik vermoedelijk ook daar een wond gehad.
De schrik zat er even goed in, maar gelukkig moet je door. Toen ik de drukte van de stad eenmaal achter me had gelaten werd het fietsen weer leuk. Ik kon lekker doorfietsen, en dat was helemaal het geval toen er een Nederlandse e-biker naast me kwam rijden. We hadden het gezellig en ongemerkt schroefde ik mijn tempo wat op. Bij Montagnana scheidden onze wegen zich weer.
Zo douchen, en vanavond even zien dat ik mijn wonden zo afdek dat ze het beddengoed niet vies maken. Volgens mij kun je aan schaafwonden het beste zo weinig mogelijk doen, maar het is niet de bedoeling dat ik allerlei sporen achterlaat.

Naar Rome, etappe 21: Loppio – Verona

De rit van Loppio was mooi qua omgeving. De laatste Alpenbulten had ik links en rechts, en de Adige had soms links, soms rechts. Wat wel jammer was, dat was dat het Adige-dal zo smal werd dat het onvermijdelijk was dat snel- en andere wegen steeds dichterbij kwamen en daarbij veel lawaai veroorzaakten, versterkt door de rotsen.
Hoewel ik steeds meer op de Povlakte afga had de maker van de route nog een toetje bedacht waarbij stevig klimmen op het programma stond. Had niet gehoeven van mij, maar ja, je doet het er maar mee. Alternatieven waren er sowieso niet, of je had voor nog meer klimmen moeten kiezen. Dat klimmen resulteerde uiteindelijk in een lange afdaling waarbij nog meer dan anders uitkijken het parool was. De weg was niet al te best, en door het vlekkerig patroon dat de zon door de bladeren van de bomen op de weg projecteerde kon je ook niet goed zien waar de echte gaten in de weg zaten. Sommige collegafietsers hadden er minder moeite mee en scheurden naar beneden. Vermoedelijk plaatselijke rijwielers die wisten waar je op moest letten.
Na deze afdaling belandde ik langs een kanaal dat me uiteindelijk in Verona bracht.
Wat een prachtige stad! Daar wil ik nog weleens wat meer tijd besteden.
De weg naar de camping was wel een klein drama. Ik liet me door mijn app erheen leiden, maar die was er ondertussen van overtuigd geraakt dat ik klimmen echt helemaal je-van-het vind. De camping ligt al hoog genoeg, maar een extra omweg via een nog hoger weggetje had niet gehoeven.
Begin van de avond nog een wandeling door de stad gemaakt. Ik zeg het nogmaals: prachtig.
Morgen naar Montagnana, dat is niet zo ver en vanwege het ontbreken van een camping heb ik een B&B gereserveerd. Slapen in een bed!

Naar Rome, etappe 20: Ora – Loppio

Rond vijf uur wakker, zoals gebruikelijk, naar de wc zoals gebruikelijk, nog weer even de slaapzak in, zoals gebruikelijk. Maar dat voelde toch niet goed, was helemaal niet slaperig of moe, dus aan het werk dan maar. Tent opruimen, spullen inpakken, en weet je wat, toch tijd zat, laat ik me ook weer eens scheren, dat is toch ook al gauw weer ruim een week geleden.
Even voor zeven uur reed ik de camping af. En al gauw weer naast de Adige met links en rechts mooie, imponerende rotspartijen. Was het gisteren deels een regenachtige dag, vandaag schijnt de zon weer volop. Mijn buurman van de afgelopen nacht op de camping, een wat zwijgzame duitssprekende man, haalt me in. Hij was toch eerder vertrokken? Misschien even ergens koffie gedronken, dat is niet gek in Italiƫ, ik moet die gewoonte ook nog een beetje adopteren. Later haal ik hem weer in, en dan hij weer, en dan op een gegeven moment ben ik hem kwijt.
Na 45 km kom ik bij Trento aan en ik besluit er even in te fietsen. Prachtige stad! Bij het “centro storico” (het historisch centrum) neem ik de fiets aan de hand en wandel er wat doorheen. De Duomo is een mooie kerk, en je mag er zelf gratis in.
Na de bezichtiging gaat het weer verder, ik rijd nu wel vaak in de buurt van de snelweg, jammer, maar ik snap dat dat soms niet anders kan.
Bij Rovereto vind ik een plekje op een druk terras, veel fietsers, en eet een pizza. De Romano, een van mijn favoriete, met olijven, kappertjes en ansjovis. Hij smaakt goed, maar ik krijg er tijdens het laatste traject naar de camping wel ontzettende dorst van. Ik blijf maar water drinken.
De camping ligt niet langs de route en bij het vinden van de weg erheen gaat het volgens mij niet helemaal goed, ik rijd ineens op wat bij ons een drukke N-weg zou zijn. Het mag volgens mij wel, maar het was uiteraard niet mijn bedoeling. Er wordt ook naar me getoeter, en dat begrijp ik. Zodra ik een kans heb verlaat ik die weg en vind een rustig parallelweggetje. Het was ongetwijfeld van meet af aan de bedoeling dat ik daar zou rijden. Of het essentiƫle bordje er niet was, of dat ik het over het hoofd zag weet ik niet. Ik ben ook niet van plan om dat morgen uit te gaan zoeken.
Ik heb nu een leuk plekje op een minicamping bij een appelboer. Het tentje staat, en ik heb daarstraks even gezellig met mijn kleindochter (die eergisteren jarig was) en haar vader en broer gebeeldbeld.
Morgen door naar Verona, moet ook erg mooi zijn. Daar kan ik wel kamperen, zij het na het beklimmen van een stevige helling. Het zij zo.

Naar Rome, etappe 18: Strada – Glurns

Het plenst van de regen, dus koken (in dit geval opwarmen) zit er nog niet in, dus laat ik dan maar vast aan het dagverslag beginnen.
Het waren vroege vogels op de camping vanochtend. Ik was weliswaar de eerste, maar de twee ook fietsende koppels waren niet veel later. Maar zij hadden kennelijk andere ochtendrituelen, want toen ik rond kwart over zeven vertrok zaten zij zo te zien nog aan het ontbijt. Ruim een kwartier later stond ik aan de voet van Norberts Hƶhe, de klim van 6 km Ơ 7%. De eerste stukken raakte ik snel buiten adem, maar op een gegeven vond ik een snelheid waarbij ik het langer kon volhouden. Het was niet makkelijk, maar zeker goed te doen. Jammer is dan dat je op ruim 1400 meter hoogte staat, weet dat je naar ruim 1500 moet, en dat je dan weer naar BENEDEN gaat. Alles in je verzet zich er tegen, maar het gebeurt gewoon.
Ik reed Nauders binnen, spiedend of er misschien toch iets open was (de voorraden waren zacht gezegd niet op orde), maar nee.
Terwijl ik Nauders weer uit reed werd ik ingehaald door een clubje mountainbikers (daar waren er veel van, van die clubjes) en een van die jongens zei “Respekt mit dem GepƤck” of woorden van gelijke strekking. En daar was ik het hartgrondig mee eens. Er moest uiteraard weer geklommen worden, naar de Reschenpas in dit geval, en daar had ik op gerekend, maar ik had ook nog eens een straffe wind tegen. Minstens 4 bf als ik moet gokken. Ik was niet geamuseerd, maar ja, dat maakt niet uit, als je ergens wil komen moet je toch door.
En ik kwam er natuurlijk, nadat ik wat eerder al de Italiaanse grens was gepasseerd, was daar dan toch de pas. Tenminste, dat denk ik, want geen leuk bordje langs de weg waar ik een selfie voor het thuisfront bij kon maken. (Had ik bij de grens trouwens wel gedaan, al stond het bord wat ver weg.)
Na binnenkomst in Italiƫ volgde er een fraai stuk langs de Reschensee, met helaas wel heel veel pittige klimmetjes, maar ook helaas heel veel tegenliggers waardoor ik minder aandacht aan de See kon besteden. En zo kon het gebeuren dat ik die beroemde verdronken toren van Graun totaal niet gezien heb. Toen ik het me realiseerde vond ik het niet nodig er voor terug te rijden.
En eindelijk, eindelijk, veel later dan ik verwacht had, begon dan de weg omlaag. In een van de dorpen/stadjes vond ik een pleintje met een fontein en (belangrijker) een terras waar koffie met Apfelstrudel werd geserveerd. Heerlijk!
Ik had inmiddels besloten op korte termijn te stoppen met fietsen, voor vandaag dan. Ik besloot naar Glurns te gaan. Van de camping in Mals had ik al gehoord dat hij erg duur was. Ik sta nu op een prima plekje op het tentenveld, en hoop dat het nog een keer wat langere tijd droog wordt, zodat ik Glorenza, zoals de stad in het Italiaans heet, nog even kan bezoeken. En eventueel wat eten. Zo niet dan wordt het het blik chili con carne, dat ik al een paar weken bij me heb.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2022 Onderweg

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑